'Zijn' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:7-Genesis 13:10
- 2.Genesis 13:17-Genesis 25:19
- 3.Genesis 25:21-Genesis 32:6
- 4.Genesis 32:13-Genesis 38:25
- 5.Genesis 38:28-Genesis 46:1
- 6.Genesis 46:4-Exodus 5:13
- 7.Exodus 5:19-Exodus 18:1
- 8.Exodus 18:5-Exodus 27:1
- 9.Exodus 27:2-Exodus 32:29
- 10.Exodus 33:4-Leviticus 4:33
- 11.Leviticus 4:34-Leviticus 11:37
- 12.Leviticus 11:38-Leviticus 16:17
- 13.Leviticus 16:19-Leviticus 25:2
- 14.Leviticus 25:4-Numberi 2:23
- 15.Numberi 2:25-Numberi 8:8
- 16.Numberi 8:11-Numberi 19:18
- 17.Numberi 19:19-Numberi 28:31
- 18.Numberi 29:1-Deuteronomium 4:6
- 19.Deuteronomium 4:7-Deuteronomium 14:29
- 20.Deuteronomium 15:2-Deuteronomium 25:10
- 21.Deuteronomium 25:11-Deuteronomium 33:6
- 22.Deuteronomium 33:7-Jozua 17:18
- 23.Jozua 18:5-Richteren 8:20
- 24.Richteren 8:21-Richteren 18:30
- 25.Richteren 19:2-1 Samuël 7:1
- 26.1 Samuël 7:17-1 Samuël 17:40
- 27.1 Samuël 17:41-1 Samuël 25:30
- 28.1 Samuël 25:31-2 Samuël 5:21
- 29.2 Samuël 6:6-2 Samuël 15:35
- 30.2 Samuël 15:36-1 Koningen 1:23
- 31.1 Koningen 1:24-1 Koningen 9:22
- 32.1 Koningen 9:27-1 Koningen 18:46
- 33.1 Koningen 19:3-2 Koningen 5:22
- 34.2 Koningen 5:23-2 Koningen 15:15
- 35.2 Koningen 15:18-1 Kronieken 1:29
- 36.1 Kronieken 1:31-1 Kronieken 8:39
- 37.1 Kronieken 9:1-1 Kronieken 22:9
- 38.1 Kronieken 22:10-2 Kronieken 4:22
- 39.2 Kronieken 5:1-2 Kronieken 20:21
- 40.2 Kronieken 20:25-2 Kronieken 32:30
- 41.2 Kronieken 32:31-Nehemia 1:3
- 42.Nehemia 1:5-Esther 5:1
- 43.Esther 5:2-Job 10:8
- 44.Job 10:17-Job 21:20
- 45.Job 21:21-Job 35:8
- 46.Job 35:14-Psalmen 10:6
- 47.Psalmen 10:7-Psalmen 35:14
- 48.Psalmen 35:19-Psalmen 62:3
- 49.Psalmen 62:4-Psalmen 83:8
- 50.Psalmen 83:10-Psalmen 105:2
- 51.Psalmen 105:4-Psalmen 119:82
- 52.Psalmen 119:84-Psalmen 145:3
- 53.Psalmen 145:9-Spreuken 12:8
- 54.Spreuken 12:10-Spreuken 20:17
- 55.Spreuken 20:19-Spreuken 30:24
- 56.Spreuken 30:25-Hooglied 4:1
- 57.Hooglied 4:2-Jesaja 9:16
- 58.Jesaja 9:18-Jesaja 24:23
- 59.Jesaja 25:1-Jesaja 37:3
- 60.Jesaja 37:4-Jesaja 53:7
- 61.Jesaja 53:8-Jeremia 3:22
- 62.Jeremia 3:25-Jeremia 15:18
- 63.Jeremia 15:19-Jeremia 30:22
- 64.Jeremia 31:1-Jeremia 46:10
- 65.Jeremia 46:12-Klaagliederen 1:10
- 66.Klaagliederen 1:14-Ezechiël 12:3
- 67.Ezechiël 12:12-Ezechiël 23:23
- 68.Ezechiël 23:34-Ezechiël 34:5
- 69.Ezechiël 34:6-Ezechiël 45:16
- 70.Ezechiël 45:21-Daniël 5:7
- 71.Daniël 5:9-Hosea 1:9
- 72.Hosea 1:10-Amos 4:13
- 73.Amos 5:8-Nahum 3:12
- 74.Nahum 3:16-Zacharia 4:2
- 75.Zacharia 4:4-Mattheüs 2:21
- 76.Mattheüs 2:22-Mattheüs 12:1
- 77.Mattheüs 12:5-Mattheüs 21:37
- 78.Mattheüs 21:38-Markus 1:28
- 79.Markus 1:36-Markus 10:10
- 80.Markus 10:11-Lukas 2:49
- 81.Lukas 2:51-Lukas 11:21
- 82.Lukas 11:22-Lukas 20:33
- 83.Lukas 20:35-Johannes 6:22
- 84.Johannes 6:24-Johannes 18:2
- 85.Johannes 18:10-Handelingen 10:17
- 86.Handelingen 10:24-Romeinen 1:21
- 87.Romeinen 1:22-Romeinen 14:5
- 88.Romeinen 14:8-1 Corinthiërs 12:22
- 89.1 Corinthiërs 12:23-2 Corinthiër 13:7
- 90.2 Corinthiër 13:9-Colossenzen 1:20
- 91.Colossenzen 1:24-2 Timotheüs 2:26
- 92.2 Timotheüs 3:2-Hebreeën 11:29
- 93.Hebreeën 11:30-1 Johannes 3:10
- 94.1 Johannes 3:12-Openbaring 9:20
- 95.Openbaring 10:1-Openbaring 22:6
- 96.Openbaring 22:12-Openbaring 22:19
Toen dan de schare zag, dat Jezus aldaar niet was, noch Zijn discipelen, zo gingen zij ook in de schepen, en kwamen te Kapernaum, zoekende Jezus.
Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.
Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.
De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?
Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.
Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.
Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen?
Jezus nu, wetende bij Zichzelven, dat Zijn discipelen daarover murmureerden, zeide tot hen: Ergert ulieden dit?
Wat zou het dan zijn, zo gij de Zoon des mensen zaagt opvaren, daar Hij te voren was?
De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.
Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou.
Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet.
De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn.
Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen.
Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem.
Zij zochten Hem dan te grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.
En velen uit de schare geloofden in Hem, en zeiden: Wanneer de Christus zal gekomen zijn, zal Hij ook meer tekenen doen dan die, welke Deze gedaan heeft?
Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.
En Jezus, Zich oprichtende, en niemand ziende dan de vrouw, zeide tot haar: Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers? Heeft u niemand veroordeeld?
Deze woorden sprak Jezus bij de schatkist, lerende in den tempel; en niemand greep Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.
Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams zaad, en hebben nooit iemand gediend; hoe zegt Gij dan: Gij zult vrij worden?
Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn.
Gij doet de werken uws vaders. Zij zeiden dan tot Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben een Vader, namelijk God.
Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.
Zijt Gij meerder, dan onze vader Abraham, welke gestorven is, en de profeten zijn gestorven; wien maakt Gij Uzelven?
En gij kent Hem niet, maar Ik ken Hem; en indien Ik zeg, dat Ik Hem niet ken, zo zal Ik ulieden gelijk zijn, dat is een leugenaar; maar Ik ken Hem, en bewaar Zijn woord.
En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze, of zijn ouders, dat hij blind zou geboren worden?
Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.
En het was sabbat, als Jezus het slijk maakte, en zijn ogen opende.
Zijn ouders antwoordden hun en zeiden: Wij weten, dat deze onze zoon is, en dat hij blind geboren is;
Maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven; hij zal van zichzelven spreken.
Dit zeiden zijn ouders, omdat zij de Joden vreesden; want de Joden hadden alrede te zamen een besluit gemaakt, zo iemand Hem beleed Christus te zijn, dat die uit de synagoge zou geworpen worden.
Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven.
Hij antwoordde hun: Ik heb het u alrede gezegd, en gij hebt het niet gehoord; wat wilt gij het wederom horen? Wilt gijlieden ook Zijn discipelen worden?
Zij gaven hem dan scheldwoorden, en zeiden: Gij zijt Zijn discipel; maar wij zijn discipelen van Mozes.
En wij weten, dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is, en Zijn wil doet, dien hoort Hij.
En dit hoorden enigen uit de Farizeen, die bij Hem waren, en zeiden tot Hem: Zijn wij dan ook blind?
Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit.
En wanneer hij zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat hij voor hen heen; en de schapen volgen hem, overmits zij zijn stem kennen.
Allen, zovelen als er voor Mij zijn gekomen, zijn dieven en moordenaars; maar de schapen hebben hen niet gehoord.
Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.
Maar de huurling, en die geen herder is, wien de schapen niet eigen zijn, ziet den wolf komen, en verlaat de schapen, en vliedt; en de wolf grijpt ze, en verstrooit de schapen.
Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder.
Anderen zeiden: Dit zijn geen woorden eens bezetenen; kan ook de duivel der blinden ogen openen?
(Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.)
Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank.
Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet;
Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.
Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden, dat Hij sprak van de rust des slaaps.
Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven.
Maria dan, als zij kwam, waar Jezus was, en Hem zag, viel aan Zijn voeten, zeggende tot Hem: Heere, indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestorven.
En de gestorvene kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn aangezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zeide tot hen: Ontbindt hem, en laat hem heengaan.
Jezus dan wandelde niet meer vrijelijk onder de Joden; maar ging van daar naar het land bij de woestijn, naar de stad, genaamd Efraim, en verkeerde aldaar met Zijn discipelen.
Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf.
Zo zeide dan een van Zijn discipelen, namelijk Judas, Simons zoon, Iskariot, die Hem verraden zou:
Doch dit verstonden Zijn discipelen in het eerst niet; maar als Jezus verheerlijkt was, toen werden zij indachtig, dat dit van Hem geschreven was, en dat zij Hem dit gedaan hadden.
Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.
Zo iemand Mij dient, die volge Mij; en waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En zo iemand Mij dient, de Vader zal hem eren.
En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken.
Terwijl gij het Licht hebt, gelooft in het Licht, opdat gij kinderen des Lichts moogt zijn. Deze dingen sprak Jezus; en weggaande verborg Hij Zich van hen.
Dit zeide Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak.
En Ik weet, dat Zijn gebod het eeuwige leven is. Hetgeen Ik dan spreek, dat spreek Ik alzo, gelijk Mij de Vader gezegd heeft.
En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.
Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven.
Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb?
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft.
Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.
Van nu zeg Ik het ulieden, eer het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt, dat Ik het ben.
En een van Zijn discipelen was aanzittende in den schoot van Jezus, welken Jezus liefhad.
In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.
En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.
Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.
En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschied is; opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt.
Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.
Indien gij Mijn geboden bewaart, zo zult gij in Mijn liefde blijven; gelijkerwijs Ik de geboden Mijns Vaders bewaard heb, en blijf in Zijn liefde.
Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden.
Ik heet u niet meer dienstknechten; want de dienstknecht weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt.
Gedenk des woords, dat Ik u gezegd heb: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.
Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.
Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer de ure zal gekomen zijn, gij dezelve moogt gedenken, dat Ik ze u gezegd heb; doch deze dingen heb Ik u van het begin niet gezegd, omdat Ik bij ulieden was.
Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.
Sommigen dan uit Zijn discipelen zeiden tot elkander: Wat is dit, dat Hij tot ons zegt: Een kleinen tijd, en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen tijd, en gij zult Mij zien; en: Want Ik ga heen tot den Vader?
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat gij zult schreien, en klagelijk wenen, maar de wereld zal zich verblijden; en gij zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden.
Zijn discipelen zeiden tot Hem: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, en zegt geen gelijkenis.
Dit heeft Jezus gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke.
Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar deze zijn in de wereld, en Ik kome tot U, Heilige Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij een zijn, gelijk als Wij.
Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben.
Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben.
En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.
Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn;
Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.
Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld.
Jezus, dit gezegd hebbende, ging uit met Zijn discipelen over de beek Kedron, waar een hof was, in welken Hij ging, en Zijn discipelen.
En Judas, die Hem verried, wist ook die plaats, dewijl Jezus aldaar dikwijls vergaderd was geweest met Zijn discipelen.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:7-Genesis 13:10
- 2.Genesis 13:17-Genesis 25:19
- 3.Genesis 25:21-Genesis 32:6
- 4.Genesis 32:13-Genesis 38:25
- 5.Genesis 38:28-Genesis 46:1
- 6.Genesis 46:4-Exodus 5:13
- 7.Exodus 5:19-Exodus 18:1
- 8.Exodus 18:5-Exodus 27:1
- 9.Exodus 27:2-Exodus 32:29
- 10.Exodus 33:4-Leviticus 4:33
- 11.Leviticus 4:34-Leviticus 11:37
- 12.Leviticus 11:38-Leviticus 16:17
- 13.Leviticus 16:19-Leviticus 25:2
- 14.Leviticus 25:4-Numberi 2:23
- 15.Numberi 2:25-Numberi 8:8
- 16.Numberi 8:11-Numberi 19:18
- 17.Numberi 19:19-Numberi 28:31
- 18.Numberi 29:1-Deuteronomium 4:6
- 19.Deuteronomium 4:7-Deuteronomium 14:29
- 20.Deuteronomium 15:2-Deuteronomium 25:10
- 21.Deuteronomium 25:11-Deuteronomium 33:6
- 22.Deuteronomium 33:7-Jozua 17:18
- 23.Jozua 18:5-Richteren 8:20
- 24.Richteren 8:21-Richteren 18:30
- 25.Richteren 19:2-1 Samuël 7:1
- 26.1 Samuël 7:17-1 Samuël 17:40
- 27.1 Samuël 17:41-1 Samuël 25:30
- 28.1 Samuël 25:31-2 Samuël 5:21
- 29.2 Samuël 6:6-2 Samuël 15:35
- 30.2 Samuël 15:36-1 Koningen 1:23
- 31.1 Koningen 1:24-1 Koningen 9:22
- 32.1 Koningen 9:27-1 Koningen 18:46
- 33.1 Koningen 19:3-2 Koningen 5:22
- 34.2 Koningen 5:23-2 Koningen 15:15
- 35.2 Koningen 15:18-1 Kronieken 1:29
- 36.1 Kronieken 1:31-1 Kronieken 8:39
- 37.1 Kronieken 9:1-1 Kronieken 22:9
- 38.1 Kronieken 22:10-2 Kronieken 4:22
- 39.2 Kronieken 5:1-2 Kronieken 20:21
- 40.2 Kronieken 20:25-2 Kronieken 32:30
- 41.2 Kronieken 32:31-Nehemia 1:3
- 42.Nehemia 1:5-Esther 5:1
- 43.Esther 5:2-Job 10:8
- 44.Job 10:17-Job 21:20
- 45.Job 21:21-Job 35:8
- 46.Job 35:14-Psalmen 10:6
- 47.Psalmen 10:7-Psalmen 35:14
- 48.Psalmen 35:19-Psalmen 62:3
- 49.Psalmen 62:4-Psalmen 83:8
- 50.Psalmen 83:10-Psalmen 105:2
- 51.Psalmen 105:4-Psalmen 119:82
- 52.Psalmen 119:84-Psalmen 145:3
- 53.Psalmen 145:9-Spreuken 12:8
- 54.Spreuken 12:10-Spreuken 20:17
- 55.Spreuken 20:19-Spreuken 30:24
- 56.Spreuken 30:25-Hooglied 4:1
- 57.Hooglied 4:2-Jesaja 9:16
- 58.Jesaja 9:18-Jesaja 24:23
- 59.Jesaja 25:1-Jesaja 37:3
- 60.Jesaja 37:4-Jesaja 53:7
- 61.Jesaja 53:8-Jeremia 3:22
- 62.Jeremia 3:25-Jeremia 15:18
- 63.Jeremia 15:19-Jeremia 30:22
- 64.Jeremia 31:1-Jeremia 46:10
- 65.Jeremia 46:12-Klaagliederen 1:10
- 66.Klaagliederen 1:14-Ezechiël 12:3
- 67.Ezechiël 12:12-Ezechiël 23:23
- 68.Ezechiël 23:34-Ezechiël 34:5
- 69.Ezechiël 34:6-Ezechiël 45:16
- 70.Ezechiël 45:21-Daniël 5:7
- 71.Daniël 5:9-Hosea 1:9
- 72.Hosea 1:10-Amos 4:13
- 73.Amos 5:8-Nahum 3:12
- 74.Nahum 3:16-Zacharia 4:2
- 75.Zacharia 4:4-Mattheüs 2:21
- 76.Mattheüs 2:22-Mattheüs 12:1
- 77.Mattheüs 12:5-Mattheüs 21:37
- 78.Mattheüs 21:38-Markus 1:28
- 79.Markus 1:36-Markus 10:10
- 80.Markus 10:11-Lukas 2:49
- 81.Lukas 2:51-Lukas 11:21
- 82.Lukas 11:22-Lukas 20:33
- 83.Lukas 20:35-Johannes 6:22
- 84.Johannes 6:24-Johannes 18:2
- 85.Johannes 18:10-Handelingen 10:17
- 86.Handelingen 10:24-Romeinen 1:21
- 87.Romeinen 1:22-Romeinen 14:5
- 88.Romeinen 14:8-1 Corinthiërs 12:22
- 89.1 Corinthiërs 12:23-2 Corinthiër 13:7
- 90.2 Corinthiër 13:9-Colossenzen 1:20
- 91.Colossenzen 1:24-2 Timotheüs 2:26
- 92.2 Timotheüs 3:2-Hebreeën 11:29
- 93.Hebreeën 11:30-1 Johannes 3:10
- 94.1 Johannes 3:12-Openbaring 9:20
- 95.Openbaring 10:1-Openbaring 22:6
- 96.Openbaring 22:12-Openbaring 22:19
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (568)
- Exodus (387)
- Leviticus (418)
- Numberi (401)
- Deuteronomium (343)
- Jozua (126)
- Richteren (189)
- Ruth (24)
- 1 Samuël (294)
- 2 Samuël (239)
- 1 Koningen (263)
- 2 Koningen (243)
- 1 Kronieken (284)
- 2 Kronieken (266)
- Ezra (54)
- Nehemia (79)
- Esther (46)
- Job (348)
- Psalmen (652)
- Spreuken (283)
- Prediker (77)
- Hooglied (44)
- Jesaja (458)
- Jeremia (409)
- Klaagliederen (56)
- Ezechiël (394)
- Daniël (153)
- Hosea (65)
- Joël (23)
- Amos (38)
- Obadja (11)
- Jona (8)
- Micha (41)
- Nahum (18)
- Habakuk (23)
- Zefanja (20)
- Haggaï (38)
- Zacharia (81)
- Maleachi (19)
- Mattheüs (308)
- Markus (165)
- Lukas (290)
- Johannes (183)
- Handelingen (165)
- Romeinen (124)
- 1 Corinthiërs (116)
- 2 Corinthiër (68)
- Galaten (34)
- Efeziërs (29)
- Filippenzen (29)
- Colossenzen (25)
- 1 Thessalonicenzen (32)
- 2 Thessalonicenzen (6)
- 1 Timotheüs (30)
- 2 Timotheüs (21)
- Titus (23)
- Filémon (2)
- Hebreeën (83)
- Jakobus (23)
- 1 Petrus (19)
- 2 Petrus (26)
- 1 Johannes (48)
- 2 Johannes (5)
- 3 Johannes (4)
- Judas (11)
- Openbaring (153)
Verwante onderwerpen
- Aanbieden Van Granen En Plengoffers
- Afkeer
- Alcohol
- Alles Gebeurt Voor Een Reden
- Alwetende God
- Astronomie
- Babylon
- Balans
- Begin
- Begrip
- Bereiken Van Hoge Leeftijd
- Bestraffing Door God
- Bewaarders
- Bewegingen Van Discipelen
- Beweringen
- Bezittingen
- Bijbelteksten Wachten Tot Het Huwelijk
- Blij Zijn En Van Het Leven Genieten
- Bloed
- Broers En Zussen
- Buigen
- Buitenaardse Wezens
- Christelijke Liefde
- Confirmatie Van Het Evangelie
- De Aard Van Discipelschap
- De Aard Van Menselijke Wijsheid
- De Daad Van Openen
- De Doden
- De Eerste Tempel
- De Functie Van Priesters In De Tijd Van OT
- De Gerechtigheid Van God
- De Goedheid Van God
- De Groei Van Gelovigen In Heiligheid
- De Grootheid Van God
- De Kracht Van God
- De Kracht Van Woorden
- De Menselijke Beschrijvingen Van God
- De Namen Voor Christus
- De Ouders Verlaten Voor De Echtgenoot
- De Regenboog
- De Rijken
- De Wederkomst
- De Zon
- Deelname In Christus
- Dienaren Van De Heer
- Dienend Leiderschap
- Discipelschap
- Dochters
- Dood
- Dood Van Een Familielid
- Dwazen
- Een Baby Verwachten
- Een Goede Man
- Een Nieuwe Start
- Eenheid Is Het Doel Van God
- Eerstgeboren Zonen
- Eerstgeborene
- Einde Van Dagen
- Erfgenamen
- Ethiek En Gratie
- Familie Eerst
- Familie Problemen
- Fouten
- Fultiliteit
- Funderingen
- Gebaren
- Geboden in OT
- Gehoorzaamheid
- Generaties
- Genoemde Individuen Doden
- Genoemde Profeten Van De Heer
- Gevallen En Verlost Hart
- Gevolgen Van Dwaasheid
- Gewaden
- Gewoonten In Verband Met Het Huwelijk
- Gezicht Van God
- God Als Rechter
- God Behagen
- God Dodend
- God Gehoorzamen
- God Met Specifieke Mensen
- God, De Eeuwige
- God, De Schepper
- Goddelijk Hart
- Goddelijke Beloning
- Gods Hand
- Gods Liefde Voor Ons
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Plan Voor Ons
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Schepping
- Gods Stem
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Waarheid
- Gods Wil Kennen
- Gods Woord Is Rechtvaardig
- Goud
- Gouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel
- Graad
- Grappen Maken
- Haar
- Haat
- Hand Van God
- Handicaps
- Haren
- Heersers
- Heiligen
- Heiligheid, Afzonderlijk Voor God
- Helden
- Hemel, Bevrijdde Gemeenschap
- Herder Als Beroep
- Het Doel Van God
- Het Graf
- Het Instituut Priesters In De Tijd Van OT
- Het Karakter Van Christus
- Het Kruis
- Historische Boeken
- Hoe Zal De Hemel Eruit Zien?
- Hoofden
- Huizen
- Huwelijk Tussen Man En Vrouw
- Ik Zal Hun God Zijn
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Insecten
- Karakter Van Heiligen
- Karakter Van Het Kwaad
- Kenmerken Van Dwazen
- Kleding
- Koningen Van Heel Israël Of Juda
- Korte Tijd Tot Het Einde
- Korte Tijd Voor Actie
- Kwellingen
- Laatste Dingen
- Lichaam
- Lijders
- Lijst van koningen van Israël
- Lippen
- Littekens
- Lof
- Menselijk Belang Van Wijsheid
- Menselijk Hart
- Menselijke Macht
- Mensen Met Toepasselijke Namen
- Mensenetende Dieren
- Messiaanse Profetieën
- Misbruik Van Liefde
- Moeders
- Monden
- Morele En Spirituele Zuiverheid
- Muren
- Nabijheid Van De Dood
- Nacht
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Nederlaag
- Ochtend
- Olie
- Olie Op Offers
- Oneerbiedigheid
- Ongelovigen Beschreven Als
- Onmogelijk
- Onrein Tot De Avond
- Onreine Zaken Aanraken
- Ontrouw Aan God
- Onzekerheid
- Ouders Die Fout Zijn
- Over De Discipelen Van Christus Zullen Lijden
- Overweldigd
- Overweldigd Zijn
- Overwinning Op Het Kwaad
- Paarden
- Passie
- Perfecte Offers
- Persoonlijke Ethiek
- Pijn En Verraad
- Plannen
- Plezier
- Poorten
- Priesters Die Verzoenen
- Regenboog
- Reine Kledij
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Rest
- Richting
- Rivieren
- Samenwerken
- Schaamte Zal Aankomen
- Schapen
- Schat
- Sexuele Immoraliteit
- Slaven Van God
- Spirituele Adoptie
- Strijdwagens
- Succes En Hard Werk
- Taal
- Tanden
- Tenten
- Toekomst
- Troon
- Trots
- Trouw
- Trouw Tot God
- Types
- Types Van Christus
- Uit Zichzelf Geven
- Uitrekken
- Vaders
- Vals Vertrouwen
- Valse Goden
- Veiligheid
- Verantwoordelijkheid
- Verbintenis Tot God
- Verlossing
- Verwezenlijkingen
- Verzoening
- Viering
- Vijanden Van Israël En Juda
- Vingers
- Visie
- Vleugels
- Voeten
- Volg De Geboden
- Volg De Geboden Van Christus
- Voorspellingen Over Christus
- Vreemdelingen
- Vriendelijkheid
- Vrienden
- Waardigheid
- Weten Over Gods Koninkrijk
- Woord Van God
- Zaden
- Zee
- Zegeningen Van God
- Zeven Dagen
- Zeven Dagen Voor Juridische Zaken
- Ziektes
- Zij Die Kledij Verscheurden
- Zij Die Vroeg Opstonden
- Zilver
- Zitten
- Zonde En De Aard Van God
- Zonen
- Homosexuelen