902 gebeurtenissen

'Ben' in de Bijbel

Gij zult een rechte wage hebben, rechte weegstenen, een rechte efa, en een rechte hin; Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb!

VersbegrippenWeegschaal Voor ZakenBetrouwbaarheidEthiek Van Zaken DoenEnkel GewichtenWegenDe Heer Is GodGod Haalt Israël Uit EgypteJuiste MaatregelenBalansGewicht

Daarom zult gij al Mijn inzettingen en al Mijn rechten onderhouden, en zult ze doen; Ik ben de HEERE!

VersbegrippenBeweringenIk Ben De HeerVolg De Geboden

En wandelt niet in de inzettingen des volks, hetwelk Ik voor uw aangezicht uitwerp; want al deze dingen hebben zij gedaan; daarom ben Ik op hen verdrietig geworden.

VersbegrippenGewoonteVerafschuwenOvereenstemmendSlechte VoorbeeldenWaarschuwing Tegen Het KwaadManierenVerontreinigingenVerenigingen Van KwaadHet Kwaad Niet ImiterenGod Die Mensen Haat

En Ik heb u gezegd: Gij zult hun land erfelijk bezitten, en Ik zal u dat geven, opdat gij hetzelve erfelijk bezit, een land vloeiende van melk en honig; Ik ben de HEERE, uw God, Die u van de volken afgezonderd heb!

VersbegrippenVoedselSpirituele Aspecten Van LandMelkEigendom, LandScheidingHet Beloofde LandScheiden Van Slechte MensenIk Ben De HeerMelk En Honing

Daarom zult gij hem heiligen, omdat hij de spijze uws Gods offert; hij zal u heilig zijn, want Ik ben heilig; Ik ben de HEERE, Die u heilige!

VersbegrippenGeboden in OTRituele WetWees Heilig Want Ik Ben Heilig!

En uit het heiligdom zal hij niet uitgaan, dat hij het heiligdom zijns Gods niet ontheilige, want de kroon der zalfolie zijns Gods is op hem; Ik ben de HEERE!

VersbegrippenBuitengaanZalving PriestersIk Ben De Heer

En hij zal zijn zaad onder zijn volken niet ontheiligen; want Ik ben de HEERE, Die hem heilige!

VersbegrippenIk Ben De HeerMensen Heilig Maken

Doch tot den voorhang zal hij niet komen, en tot het altaar niet toetreden, omdat een gebrek in hem is; opdat hij Mijn heiligdommen niet ontheilige; want Ik ben de HEERE, Die hen heilige!

VersbegrippenNiet Dicht Bij God KomenIk Ben De HeerMensen Heilig Maken

Spreek tot Aaron en tot zijn zonen, dat zij zich van de heilige dingen der kinderen Israels, die zij Mij heiligen, afzonderen, opdat zij de Naam Mijner heiligheid niet ontheiligen: Ik ben de HEERE!

VersbegrippenOneerbiedigheidGods Naam Ijdel GebruikenIk Ben De Heer

Zeg tot hen: Alle man onder uw geslachten, die uit uw ganse zaad tot de heilige dingen, die de kinderen Israels den HEERE heiligen, naderen zal, als zijn onreinigheid op hem is; diezelve mens zal van voor Mijn aangezicht uitgeroeid worden; Ik ben de HEERE!

VersbegrippenRituele WetVerboden VerontreinigingIk Ben De HeerZij Die Van Israël Moeten Worden Afgesneden

Zij zullen dan Mijn bevel onderhouden, opdat zij geen zonde daarover dragen en daarin sterven, als zij die ontheiligd zouden hebben; Ik ben de HEERE, Die hen heilige!

VersbegrippenDe Functie Van Priesters In De Tijd Van OTRituele WetDrager Van ZondeRentmeesterschapDood Door De Aanwezigheid Van GodIk Ben De HeerMensen Heilig Maken

En hen doen dragen de ongerechtigheid der schuld, als zij hun heilige dingen zouden eten; want Ik ben de HEERE, Die hen heilige!

VersbegrippenSchuld OplopenIk Ben De HeerMensen Heilig Maken

Het zal op denzelfden dag gegeten worden; gij zult daarvan niet overlaten tot op den morgen; Ik ben de HEERE!

VersbegrippenOverblijvende OffersIk Ben De HeerToestemming Om Offers Te Eten

En gij zult Mijn heiligen Naam niet ontheiligen, opdat Ik in het midden der kinderen Israels geheiligd worde; Ik ben de HEERE, Die u heilige!

VersbegrippenDe Heiligheid Van GodRituele WetHeiliging, Aard En BasisGods Naam Ijdel GebruikenIk Ben De HeerGeheiligdMensen Heilig Maken

Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, opdat Ik u tot een God zij; Ik ben de HEERE!

VersbegrippenIk Ben De HeerIk Zal Hun God ZijnGod Haalt Israël Uit Egypte

Opdat uw geslachten weten, dat Ik de kinderen Israels in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!

VersbegrippenCabinesDe Heer Is GodGod Haalt Israël Uit Egypte

Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland gevoerd heb, om u het land Kanaan te geven, opdat Ik u tot een God zij.

VersbegrippenDe Heer Is GodIk Zal Hun God ZijnGod Haalt Israël Uit Egypte

Want de kinderen Israels zijn Mij tot dienstknechten; Mijn dienstknechten zijn zij, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de HEERE, uw God!

VersbegrippenHandelingen Van Vrijheid In OTBeweringenDienaren Van De HeerDe Heer Is GodGod Haalt Israël Uit Egypte

Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.

VersbegrippenGod, De HeerTouwenJukStokken BrekenGod Verheft De MensDe Heer Is GodPennen En StavenGod Haalt Israël Uit EgypteSlavernijDe Ketenen Verbreken

En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de HEERE, hun God!

VersbegrippenVerlatenheidGod Die Niet VerzaaktDe Heer Is GodVerbond Gemaakt In De Sinaï

Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de HEERE!

VersbegrippenVooroudersGod Onthoudt Zijn VerbondIk Ben De HeerIk Zal Hun God ZijnGod Haalt Israël Uit EgypteGod Houdt Het VerbondVerbond

Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!

VersbegrippenBeweringenDood Van De EerstgeboreneIk Ben De HeerMensen Die Behoren Tot God

En gij zult voor Mij de Levieten nemen (Ik ben de HEERE!), in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten der kinderen Israels.

VersbegrippenIk Ben De Heer

Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!

VersbegrippenVeeIk Ben De HeerMensen Die Behoren Tot God

Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!

VersbegrippenVreugde Van IsraëlHerdenkingNieuwe Maan FestivalTrompetDierenoffers, VerbrandingDierenoffers Voor VredeTrompetten Voor De VieringDe Heer Is GodGeobserveerde FestivalsHet Reguleren Van Offers

En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!

VersbegrippenScepticismeDrie- Tot Negenhonderd DuizendEen Maand

Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de HEERE, uw God!

VersbegrippenHandelingen Van Vrijheid In OTDe Heer Is GodIk Zal Hun God ZijnGod Haalt Israël Uit Egypte

Ook zeide de HEERE tot Aaron: Gij zult in hun land niet erven, en gij zult geen deel in het midden van henlieden hebben; Ik ben uw deel en uw erfenis, in het midden van de kinderen Israels.

VersbegrippenDe Functie Van Priesters In De Tijd Van OTGod Is Mijn DeelGeen Aardse Erfenis

De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen!

VersbegrippenDe Ezel Van BalaamOp Ezels RijdenMensen Die Andere Dingen Bezitten

Toen zeide de Engel des HEEREN tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan u tot een tegenpartij, dewijl deze weg van Mij afwijkt.

VersbegrippenDe Ezel Van BalaamDieren SlaanDrie Keer HandelenGod Als Een VijandWaarom Doe Je Dit?

Toen zeide Bileam tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigzins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken.

VersbegrippenDe Ezel Van BalaamMondenOrakelsDe Orakels Van BalaämHet Woord Spreken Dat God Geschonken Heeft

Verontreinigt dan het land niet, waarin gij gaat wonen, in welks midden Ik wonen zal; want Ik ben de HEERE, wonende in het midden der kinderen Israels.

VersbegrippenCeremoniële Oorzaken Van BezoedelingGod Leeft Met OnsGod Is Onder JullieBezoedelingOntspanning

Zo zeide de HEERE tot mij: Zeg hun: Trekt niet op, en strijdt niet, want Ik ben niet in het midden van u; opdat gij niet voor het aangezicht uwer vijanden geslagen wordet.

VersbegrippenNederlaagVerbiedende GodVijandelijke Aanvallen

Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb.

VersbegrippenDe Heer Is GodGod Haalt Israël Uit Egypte

Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE, uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, en aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;

VersbegrippenGeneratiesGods Houding Tot MensenIjver Van GodGods Oordeel Over ZondeAfgoderij Bestaat UitDe Jaloerse GodZonde Van De VadersVermijden AfgoderijVereer Geen Andere GodenGod Haten

En haar oorzaak van naspraak zal opleggen, en een kwaden naam over haar uitbrengen, en zeggen: Deze vrouw heb ik genomen, en ben tot haar genaderd, maar heb den maagdom aan haar niet gevonden;

En gij zult komen tot den priester, dewelke in die dagen zijn zal, en tot hem zeggen: Ik verklaar heden voor den HEERE, uw God, dat ik gekomen ben in het land, hetwelk de HEERE onzen vaderen gezworen heeft ons te zullen geven.

VersbegrippenGod Gaf Het Land

Ik heb daarvan niets gegeten in mijn leed, en heb daarvan niets weggenomen tot iets onreins, noch daarvan gegeven tot een dode; ik ben der stem des HEEREN, mijns Gods, gehoorzaam geweest, ik heb gedaan naar alles, wat Gij mij geboden hebt.

VersbegrippenZwarte KunstVerboden VerontreinigingNiet RouwenAandacht Aan God BestedenSpiritisme VermijdenTienden En Offers

Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben.

VersbegrippenOnthoudingAlcoholGeen Wijn DrinkenSterke DrankDe Heer Is GodAlcoholische DrankenBier

En zeide tot hen: Ik ben heden honderd en twintig jaren oud; ik zal niet meer kunnen uitgaan en ingaan; daartoe heeft de HEERE tot mij gezegd: Gij zult over deze Jordaan niet gaan.

VersbegrippenBegeleiding Van Goddelijke MensenBuitengaan En Binnenkomen

Niemand zal voor uw aangezicht bestaan al de dagen uws levens; gelijk als Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn; Ik zal u niet begeven, en zal u niet verlaten.

VersbegrippenMidlife CrisisGod Van De VadersDe Universaliteit Van VerleidingBescherming Van GodOnoverwinnelijkheidVermogen Om Te WeerstaanGod Die Niet VerzaaktGod Met Specifieke MensenMachtige Individuen

Want de HEERE had tot Jozua gezegd: Dezen dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van gans Israel, opdat zij weten, dat Ik met u zijn zal, gelijk als Ik met Mozes geweest ben.

VersbegrippenDe Aard Van ZekerheidGod Met Specifieke MensenBron Van Eer

En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?

VersbegrippenGebarenHoudingen In GebedBuigingGod Als Een KrijgerGoddelijkheidDienend LeiderschapConflict OplossenLegerEerbied

En nu, zie, de HEERE heeft mij in het leven behouden, gelijk als Hij gesproken heeft; het zijn nu vijf en veertig jaren, sedert dat de HEERE dit woord tot Mozes gesproken heeft, toen Israel in de woestijn wandelde; en nu, zie, ik ben heden vijf en tachtig jaren oud.

VersbegrippenVerouderenMiddelbare Leeftijd40 Tot 50 jaarZwerven

Ik ben nog heden zo sterk, gelijk als ik was ten dage, toen Mozes mij uitzond; gelijk mijn kracht toen was, alzo is nu mijn kracht, tot den oorlog, en om uit te gaan, en om in te gaan.

VersbegrippenGebrekenSterke IndividuenKracht In De StrijdGeloof En KrachtOorlogStrijdLeeftijdEnergieSterkte

Toen spraken de kinderen van Jozef tot Jozua, zeggende: Waarom hebt gij mij ten erfdeel maar een lot en een snoer gegeven, daar ik toch een groot volk ben, voor zoveel de HEERE mij dus verre gezegend heeft?

VersbegrippenTekort Aan Andere Dingen Dan Voedsel

Zo riep Jozua gans Israel, hun oudsten, en hun hoofden, en hun richters, en hun ambtlieden, en hij zeide tot hen: Ik ben oud geworden, en wel bedaagd;

VersbegrippenOuderen Als GemeenschapsleidersGebreken

En Ik zeide tot ulieden: Ik ben de HEERE, uw God; vreest de goden der Amorieten niet, in welker land gij woont; maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest.

VersbegrippenAmorietenVerbintenis Tot GodBeweringenDe Heer Is God

En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israel verlossen? Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis.

VersbegrippenExcuusStammenTwijfelaarsMinderwaardigheidVereisten Voor PredikantenBescheidenheidLichamelijke ZwakteLeiderschapVoorbeelden Van NederigheidHet Jongste KindZonder KrachtDepressieGideon

Spreekt toch voor de oren van alle burgers van Sichem: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaal, over u heersen, of dat een man over u heerse? Gedenkt ook, dat ik uw been en uw vlees ben.

VersbegrippenLichaamZeventigZelfde Vlees En BonenDe Jaren Zeventig

Toen stond Manoach op, en ging zijn huisvrouw na; en hij kwam tot dien Man, en zeide tot Hem: Zijt gij die Man, Dewelke tot deze vrouw gesproken hebt? En Hij zeide: Ik ben het.

VersbegrippenIs Het Echt?

Toen zeide Simson tot henlieden: Ik ben ditmaal onschuldig van de Filistijnen, wanneer ik aan hen kwaad doe.

Zo verklaarde hij haar zijn ganse hart, en zeide tot haar: Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen, want ik ben een Nazireer Gods van mijn moeders buik af; indien ik geschoren wierd, zo zou mijn kracht van mij wijken, en ik zou zwak worden, en wezen als alle de mensen.

VersbegrippenOnthoudingMensen Die Ascetisme UitoefenenBaardenHarenHoofdenMessenScherenOvergeven Aan VerleidingGescheiden Van GodLang HaarVanuit De BaarmoederHaar

Zo zeide Micha tot hem: Van waar komt gij? En hij zeide tot hem: Ik ben een Leviet, van Bethlehem-Juda, en ik wandel, om te verkeren, waar ik gelegenheid zal vinden.

VersbegrippenWaar Vandaan?

En hij zeide tot hen: Zo en zo heeft Micha mij gedaan; en hij heeft mij gehuurd, en ik ben hem tot een priester.

VersbegrippenHurenAnonieme Priesters

En hij zeide tot hem: Wij trekken door van Bethlehem-Juda tot aan de zijden van het gebergte van Efraim, van waar ik ben; en ik was naar Bethlehem-Juda getogen, maar ik trek nu naar het huis des HEEREN; en er is niemand, die mij in huis neemt.

VersbegrippenGeen Mensen Verwelkomen

Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde;

VersbegrippenDe Aard Van HoopBeperkingen Van Oude MensenOpvattingNiet HuwenBijbelteksten Wachten Tot Het Huwelijk

Toen viel zij op haar aangezicht, en boog zich ter aarde, en zij zeide tot hem: Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat gij mij kent, daar ik een vreemde ben?

VersbegrippenBuigenGenade In Menselijke RelatiesBuigingDankbaarheidHouden Van Vreemdelingen

En zij zeide: Laat mij genade vinden in uw ogen, mijn heer, dewijl gij mij getroost hebt, en dewijl gij naar het hart uwer dienstmaagd gesproken hebt, hoewel ik niet ben, gelijk een uwer dienstmaagden.

VersbegrippenVriendelijkheidDienstmeisjesAanmoedigingen In LijdenGeruststelling

En hij zeide: Wie zijt gij? En zij zeide: Ik ben Ruth, uw dienstmaagd, breid dan uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser.

VersbegrippenKledingHet Lichaam BedekkenTrouwBeperkingen Omtrent Het HuwelijkVerlossing In Het Dagelijks LevenRuthHuwelijkenWie Is Dit?Dat Ben IkEen Tijd Voor Liefde

Nu dan, wel is waar, dat ik een losser ben; maar er is nog een losser, nader dan ik.

VersbegrippenAffirmatiesWeduwes

Toen zeide Elkana, haar man: Hanna, waarom weent gij, en waarom eet gij niet, en waarom is uw hart kwalijk gesteld? Ben ik u niet beter dan tien zonen?

VersbegrippenVerdrietHuilenDe Plicht Van EchtgenotenTien MensenGoede MensenWaarom Doe Je Dit?

Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.

VersbegrippenGietenGebed Beschreven AlsSterke DrankDronkenschapAntidepressivaStress En Moeilijke TijdenEen Gebroken HartBidden Tijdens Harde TijdenZielGebroken HartVrouwBierAlcoholisme

En zij zeide: Och, mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! Ik ben die vrouw, die hier bij u stond, om den HEERE te bidden.

VersbegrippenPraktische Zaken Omtrent Het GebedStaanDat Ben Ik

Dat de HEERE Samuel riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.

VersbegrippenNachtZie Mij!Gods Oproep

En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder.

VersbegrippenIndividuen Die LopenNeerliggen Om Te RustenZie Mij!Anderen Die OproepenGods Oproep

Toen riep de HEERE Samuel wederom; en Samuel stond op; en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon; keer weder, leg u neder.

VersbegrippenDe Roeping Van IndividuenNeerliggen Om Te RustenZie Mij!Anderen Die Oproepen

Toen riep de HEERE Samuel wederom, ten derde maal; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE den jongeling riep.

VersbegrippenGevoeligheidDrie Keer CommunicerenZie Mij!Anderen Die OproepenGods Oproep

Toen riep Eli Samuel, en zeide: Mijn zoon Samuel! Hij dan zeide: Zie, hier ben ik.

VersbegrippenZie Mij!Anderen Die Oproepen

En die man zeide tot Eli: Ik ben het, die uit de slagorden kom, en ik ben heden uit de slagorden gevloden. Hij dan zeide: Wat is er geschied, mijn zoon?

VersbegrippenOntsnappen Aan MensenWelke Manier?

En Samuel antwoordde Saul en zeide: Ik ben de ziener; ga op voor mijn aangezicht op de hoogte, dat gijlieden heden met mij eet; zo zal ik u morgen vroeg laten gaan, en alles, wat in uw hart is, zal ik u te kennen geven.

VersbegrippenOchtendDat Ben Ik

Toen antwoordde Saul, en zeide: Ben ik niet een zoon van Jemini, van de kleinsten der stammen van Israel? en mijn geslacht is het niet het kleinste van al de geslachten van den stam van Benjamin? Waarom spreekt gij mij dan aan met zulke woorden?

VersbegrippenStammenNederigheidVereisten Voor PredikantenBedeesdheidMinderhedenZelfvernederingKleine DingenIk Ben Onbelangrijk

En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe.

VersbegrippenGrijsWerken Van Jongsafaan

Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven.

VersbegrippenBlindheid, SybolischStaanVee HoudenVermijden Van SteekpenningenVerblindendVerlies Van EzelsAndere Verblindingen

Toen zeide zijn wapendrager tot hem: Doe al, wat in uw hart is; wend u, zie ik ben met u, naar uw hart.

VersbegrippenMenselijke GelegenheidMenselijk HartEenheid Tussen Gods MensenSchildknaapSamen VechtenWapenuitrusting

Saul dan zeide tot Jonathan: Geef mij te kennen, wat gij gedaan hebt. Toen gaf het Jonathan hem te kennen, en zeide: Ik heb maar een weinig honigs geproefd, met het uiterste des stafs, dien ik in mijn hand had; zie hier ben ik, moet ik sterven?

VersbegrippenBeleden Zonde

Maar Samuel zeide: Hoe zou ik heengaan? Saul zal het toch horen en mij doden. Toen zeide de HEERE: Neem een kalf van de runderen met u, en zeg: Ik ben gekomen, om den HEERE offerande te doen.

VersbegrippenTwijfelaars

Hij dan zeide: Met vrede; ik ben gekomen om den HEERE offerande te doen; heiligt u, en komt met mij ten offer; en hij heiligde Isai en zijn zonen, en hij nodigde hen ten offer.

VersbegrippenHeiligheid, Afzonderlijk Voor God

Deze nu stond, en riep tot de slagorden van Israel, en zeide tot hen: Waarom zoudt gijlieden uittrekken, om de slagorde te stellen? Ben ik niet een Filistijn, en gijlieden knechten van Saul? Kiest een man onder u, die tot mij afkome.

VersbegrippenStemmenMensen Kiezen

De Filistijn nu zeide tot David: Ben ik een hond, dat gij tot mij komt met stokken? En de Filistijn vloekte David bij zijn goden.

VersbegrippenVertrouwen, Gebaseerd OpHondenOngoddelijk Vloeken

En Saul zeide tot hem: Wiens zoon zijt gij, jongeling? En David zeide: Ik ben een zoon van uw knecht Isai, den Bethlehemiet.

VersbegrippenWie Is Dit?DienstbaarheidSaul

Doch David zeide tot Saul: Wie ben ik, en wat is mijn leven, en mijns vaders huisgezin in Israel, dat ik des konings schoonzoon zou worden?

VersbegrippenStammenNederigheidVereisten Voor PredikantenBedeesdheidSchoonzonenIk Ben Onbelangrijk

En de knechten van Saul spraken deze woorden voor de oren van David. Toen zeide David: Is dat licht in ulieder ogen, des konings schoonzoon te worden, daar ik een arm en verachtzaam man ben?

VersbegrippenMinderwaardigheidKleinheidOnbelangrijke Mensen

En Saul zeide: Hoor nu, gij, zoon van Ahitub! En hij zeide: Zie, hier ben ik, mijn heer!

VersbegrippenZie Mij!

En Samuel zeide tot Saul: Waarom hebt gij mij onrustig gemaakt, mij doende opkomen? Toen zeide Saul: Ik ben zeer beangstigd, want de Filistijnen krijgen tegen mij, en God is van mij geweken, en antwoordt mij niet meer, noch door den dienst der profeten, noch door dromen; daarom heb ik u geroepen, dat gij mij te kennen geeft, wat ik doen zal.

VersbegrippenEllendeAfvalligheid Van SaulGod Die Niet AntwoordtAfgewezen VoorspellingVerontrustende IndividuenHeksenOntwakenSaul

Toen zeide David tot Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt gij in uw knecht gevonden, van dien dag af, dat ik voor uw aangezicht geweest ben, tot dezen dag toe, dat ik niet zal gaan en strijden tegen de vijanden van mijn heer, den koning?

VersbegrippenWelke Zonde?

Daarna zeide David tot hem: Wiens zijt gij? En van waar zijt gij? Toen zeide de Egyptische jongen: Ik ben de knecht van een Amalekietischen man, en mijn heer heeft mij verlaten, omdat ik voor drie dagen krank geworden ben.

VersbegrippenVerlatenheidWerkgevers, Slechte VoorbeeldenZieke IndividuenWaar Vandaan?

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain