902 gebeurtenissen

'Ben' in de Bijbel

Daartoe zal Ik uw hoofddeksels scheuren, en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer in uw hand zullen zijn tot een jacht; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenGod Die De Mensen StriptGod Redt Van De VijandenMagie

Daarom zult gij niet meer ijdelheid zien, noch waarzegging gebruiken; maar Ik zal Mijn volk uit uw hand redden, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenGeen VisioenenGod Redt Van De Vijanden

Want ieder man uit het huis Israels, en uit den vreemdeling, die in Israel verkeert, die zich van achter Mij afscheidt, en zet zijn drekgoden op in zijn hart, en stelt den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht, en komt tot den profeet, om Mij door hem te vragen; Ik ben de HEERE, hem zal geantwoord worden door Mij;

VersbegrippenVreemdelingenNavraag Doen Bij GodOvertredingScheiden Van GodGod Zal AntwoordenVooraanGods Werk VerhinderenImmigranten

En Ik zal Mijn aangezicht tegen dienzelven man zetten, en zal hem stellen tot een teken en tot spreekwoorden, en zal hem uitroeien uit het midden Mijns volks; en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenGezicht Van GodMarkeringen Op MensenGod Tegen

Want Ik zal Mijn aangezicht tegen hen zetten; als zij van het ene vuur uitgaan, zal het andere vuur hen verteren; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn aangezicht tegen hen gesteld zal hebben.

VersbegrippenGezicht Van GodJeruzalem VerbrandenGod Tegen

Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben;

VersbegrippenHuwelijk Tussen God En Zijn Mensen

En zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage als Ik Israel verkoos, zo hief Ik Mijn hand op tot het zaad van het huis Jakobs, en maakte Mijzelven hun in Egypteland bekend; ja, Ik hief Mijn hand tot hen op, zeggende: Ik ben de HEERE, uw God.

VersbegrippenDe Openbaring Van GodOnwetendheid, Over GodDe Aard Van God KennenMensen Van God In OTOpenbaring In OTIk Zal Hun God ZijnWeten Dat Er Een God Is

En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God.

VersbegrippenOordelen Over AfkeerAfkeer, Zonde IsDingen WegsturenBoze OgenVerboden VerontreinigingVermijden AfgoderijIk Zal Hun God Zijn

Daartoe ook gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, Die hen heilige.

VersbegrippenSabbat IngesteldMensen Heilig MakenHalloweenHeiliging

Ik ben de HEERE, uw God, wandelt in Mijn inzettingen, en onderhoudt Mijn rechten, en doet dezelve.

VersbegrippenBeweringenIk Zal Hun God ZijnVolg De GebodenStandbeelden

En heiligt Mijn sabbatten, en zij zullen tot een teken zijn tussen Mij en tussen ulieden, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, uw God ben.

VersbegrippenBeweringenIk Zal Hun God ZijnDe Sabbat RespecterenSabbat Ingesteld

En Ik verontreinigde hen in hun giften, omdat zij door het vuur deden doorgaan al wat de baarmoeder opent; opdat Ik ze verwoesten zou, ten einde dat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenEerstgeboreneKindofferDe Eerstgeborene OfferenMensen Die Verontreinigd WordenZonen En Dochters Doden

Daartoe zal Ik, die rebel zijn, en die tegen Mij overtreden, uit ulieden uitzuiveren; Ik zal hen uit het land hunner vreemdelingschappen uitvoeren, en zij zullen in het landschap Israels niet weder komen, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenKennis Over GodZuiverenHet Koninkrijk BinnengaanGereinigd Van Zonde Worden

En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik u in het landschap Israels gebracht zal hebben, in het land, waarover Ik Mijn hand opgeheven heb, om hetzelve uw vaderen te geven.

VersbegrippenDe Basis Van Zekerheid

Zo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik met u gedaan zal hebben, om Mijns Naams wil, niet naar uw boze wegen, noch naar uw verdorven handelingen, o huis Israels, spreekt de Heere HEERE.

VersbegrippenHerstelOmwille Van Zijn Naam

Zo zult gij in u ontheiligd zijn voor de ogen der heidenen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

Alzo zullen zij uw schandelijkheid op u leggen, en gij zult de zonden uwer drekgoden dragen; en gijlieden zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben.

VersbegrippenLot Van AfgodendienaarsGod Zal Het EisenStraffenGevolgen

Alzo zal ulieden Ezechiel tot een wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult gij doen; als dit komt, dan zult gij weten, dat Ik de Heere HEERE ben.

VersbegrippenAnderen NabootsenMensen Als TekenenAlles Gebeurt Voor Een Reden

Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenMensen Als TekenenSprakeloosheidStom

En Ik zal Rabba tot een kemelstal maken, en de kinderen Ammons tot een schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenKracht Van God

Ik zal ook in Moab gerichten oefenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.

VersbegrippenGod Voert Wraak UitWraak

En haar dochteren, die in het veld zijn, zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenGedood Worden Door Het Zwaard

En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen der zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heere HEERE: O Tyrus! gij zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid.

VersbegrippenOverdrijvingenSteden BinnengaanZeevaardersMensen Perfect Gemaakt

Zult gij dan enigszins, voor het aangezicht uws doodslagers, zeggen: Ik ben God? daar gij een mens zijt en geen God, in de hand desgenen, die u verslaat?

VersbegrippenMannen Als GodenKunstenaars

En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Sidon! en zal in het midden van u verheerlijkt worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik gerichten in haar zal hebben geoefend, en in haar geheiligd zal zijn.

VersbegrippenTegenkanting Tegen Zonden En Kwaad

Want Ik zal de pestilentie in haar zenden, en bloed op haar straten, en de verslagenen zullen vallen in het midden van haar, door het zwaard, dat tegen haar zal zijn van rondom; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenMenselijk BloedvergietenGedood Worden Door Het ZwaardDoden Zal Gebeuren

En het huis Israels zal geen smartenden doorn noch wee doende distel meer hebben, van allen, die rondom hen zijn, die henlieden beroven; en zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.

VersbegrippenPijpDoornen

En zij zullen daarin zeker wonen, en huizen bouwen, en wijngaarden planten; ja, zij zullen zeker wonen; als Ik gerichten zal hebben geoefend tegen allen, die henlieden beroofd hebben, van degenen, die rondom hen zijn; en zij zullen weten dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben.

VersbegrippenDe Basis Van ZekerheidVeiligheidWijngaardenWijngaarden Planten

En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israels een rietstaf geweest zijn.

VersbegrippenVals Vertrouwen

En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.

VersbegrippenHet Land Dat Leeg WordtMensen Die Vreemde Naties VernietigenMensen Die Andere Dingen Bezitten

En het zal den huize Israels niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.

VersbegrippenOptimismeHerinneringenAndere Mensen VertrouwenGods Volk ZondigdeGod Niet Zoeken

Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israels doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenGebroken HorensDe Doofstommen Die Spreken

En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.

VersbegrippenVals VertrouwenVuur Van OordeelHelpende Troepen

Alzo zal Ik gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt.

VersbegrippenGod Versterkt De MensenDingen VallenGods Zwaard

En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenDe Mensen Verspreiden

Als Ik Egypteland zal hebben gesteld tot een verwoesting, en het land van zijn volheid zal woest zijn geworden, als Ik geslagen zal hebben allen, die daarin wonen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenVernietiging Van Landen

Dan zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik het land tot een verwoesting en een schrik zal gesteld hebben, om al hun gruwelen, die zij gedaan hebben.

VersbegrippenVernietiging Van LandenKatastrofische Gebeurtenissen

En het geboomte des velds zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen.

VersbegrippenNatuurlijke VruchtbaarheidJukProducerend LandGod Redt Van De VijandenGod Bevrijdt GevangenenGod Zal Veilig HoudenDe Ketenen Verbreken

Maar zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, hun God, met hen ben, en dat zij Mijn volk zijn, het huis Israels, spreekt de Heere HEERE.

VersbegrippenGod Met Jou

Gij nu, o Mijn schapen, schapen Mijner weide! gij zijt mensen; maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE.

VersbegrippenGod Als HerderIk Zal Hun God ZijnEnkel Maar MannenDe Kudde Hoeden

Ik zal uw steden stellen tot eenzaamheid, en gij zult een verwoesting worden, en zult weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenArcheologieVernietiging Van Steden

Tot eeuwige verwoestingen zal Ik u stellen, en uw steden zullen niet bewoond worden; alzo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenEeuwig OordeelLege StedenHet Land Dat Leeg Wordt

Gelijk gij u verblijd hebt over de erfenis van het huis Israels, omdat zij verwoest is, alzo zal Ik aan u doen; het gebergte van Seir, en gans Edom, zal geheel een verwoesting worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenGod Draait Het Kwaad TerugVreugde In Het Kwaad

Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.

VersbegrippenPloegenDe Aarde BewerkenMetaforisch PloegenMetaforisch PlantenGod Voor Ons

Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenNatuurlijke VruchtbaarheidKennis Over GodBewoningGod Doet GoedGod Vermenigvuldigt MensenVermenigvuldigende MensenZowel Mens Als Dier GeredVruchtbaarheid

Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.

VersbegrippenDe Grootheid Van GodMissie Van IsraëlGods Naam Ijdel GebruikenHeiligheid

Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenGeobserveerde Festivals

En Ik zal zenuwen op u leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en den geest in u geven, en gij zult levend worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenHuidZenuwMenselijke HuidGod Geeft AdemVerbonden Met Vlees En BeenderenDe Doden Die Opgestaan ZijnAdemenAdemProcesSpieren

En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven zal hebben geopend, en als Ik u uit uw graven zal hebben doen opkomen, o Mijn volk!

VersbegrippenDe Daad Van Openen

En de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Die Israel heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid.

VersbegrippenPlannen Voor Een Nieuwe TempelMensen Heilig Maken

Alzo zal Ik Mij groot maken, en Mij heiligen, en bekend worden voor de ogen van vele heidenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenMissie Van IsraëlEzechiël InvasieHeiligheid

En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenEilandenKennis Over GodVuur Afkomstig Van God

En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israel bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israel.

VersbegrippenIjver Van GodHet Doel Van HeiligheidMissie Van IsraëlGodslasteringHeiliging, Aard En BasisGods Naam VerkondigenGods Onthulde Dingen

En die van het huis Israels zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, van dien dag af en voortaan.

Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.

VersbegrippenSamenkomen IsraëlGod Die Niet VerzaaktMensen VerbannenEzechiël InvasieWedergeboorte Van IsraëlLand Permanent Hersteld Naar Israël

Dit nu zal hun tot een erfenis zijn: Ik ben hun Erfenis; daarom zult gij hunlieden geen bezitting geven in Israel; Ik ben hun Bezitting.

VersbegrippenDe Functie Van Priesters In De Tijd Van OTGod Is Mijn DeelGeen Aardse Erfenis

En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.

VersbegrippenBegripGod Geeft BegripGabriël

In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.

VersbegrippenBegonnen ActiviteitGod Beantwoordde GebedenGabriëlSmeekbedePetitie

En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.

VersbegrippenAanbevelingStaanIndividuen Die BevenSta Op!Mensen Die Opstaan

Toen zeide Hij tot mij: Vrees niet, Daniel! want van den eersten dag aan, dat gij uw hart begaaft, om te verstaan en om uzelven te verootmoedigen, voor het aangezicht uws Gods, zijn uw woorden gehoord, en om uwer woorden wil ben Ik gekomen.

VersbegrippenBeantwoord GebedAs WoensdagIntelligentieVol Van GebedAntwoordDe Bron Van Menselijke WijsheidBegonnen ActiviteitGod Besteedde Aandacht Aan HenGods Woord BegrijpenZich VernederenNederig ZijnVasten En BiddenHou JezelfGod Beantwoordde GebedenNederigheidGabriël

Nu ben Ik gekomen, om u te doen verstaan, hetgeen uw volk bejegenen zal in het vervolg der dagen, want het gezicht is nog voor vele dagen.

VersbegrippenToekomstVoorspellingenOpenbaring Van De ToekomstEinde Van Dagen

Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van Griekenland komen.

VersbegrippenPrinsdommen En MachtVijanden BevechtenOpstand Van Satan En Engelen

Twist tegen ulieder moeder, twist, omdat zij Mijn vrouw niet is, en Ik haar Man niet ben; en laat ze haar hoererijen van haar aangezicht, en haar overspelerijen van tussen haar borsten wegdoen.

VersbegrippenGod Noemt MensenGod Toonde GenadeBroers En ZussenBroederliefdeBroeder/Zuster Liefde

En zij zeggen niet in hun hart, dat Ik al hunner boosheid gedachtig ben; nu omsingelen hen hun handelingen, zij zijn voor Mijn aangezicht.

VersbegrippenAlwetende GodGods MensenkennisAfwezigheid Van DenkenZonde En De Aard Van GodZonde, Bekend Bij GodOpenbaren Van ZondeDingen Die OmringenGod Onthoudt Zonde

Dewijl Efraim een vaars is, gewend gaarne te dorsen, zo ben Ik over de schoonheid van haar hals overgegaan; Ik zal Efraim berijden, Juda zal ploegen, Jakob zal voor zich eggen.

VersbegrippenDorsenJukVaarzenMetaforisch PloegenNoordelijk Koninkrijk IsraëlTrainingVerraden

Ik zal de hittigheid Mijns toorns niet uitvoeren; Ik zal niet wederkeren om Efraim te verderven; want Ik ben God en geen mens, de Heilige in het midden van u, en Ik zal in de stad niet komen.

VersbegrippenHeiliging, Aard En BasisGered Worden Van De Toorn Van GodGod In Relatie Tot De MensGod Zal Niet Meer Kwaad ZijnDe Relatie Van De Mens Tot God

Nog zegt Efraim: Evenwel ben ik rijk geworden, ik heb mij groot goed verkregen; in al mijn arbeid zullen zij mij geen ongerechtigheid vinden, die zonde zij.

VersbegrippenHandelingen Van Vrijheid In OTIk Zal Hun God Zijn

Maar Ik ben de HEERE, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen der samenkomst;

VersbegrippenParabelsDe Rol Van ProfetenVisioenenProfetische VisioenenVisioenen Van GodAnderen Die Parabels GebruikenMinisterieProfeten

Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.

VersbegrippenGod Als RechterGod Als VerlosserHandelingen Van Vrijheid In OTNiemand Anders Is GodNiemand Handelt Als GodIk Zal Hun God Zijn

En gij zult weten, dat Ik in het midden van Israel ben, en dat Ik de HEERE, uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid.

VersbegrippenGod, De HeerNiemand Anders Is GodGod Is Onder JullieIk Zal Hun God ZijnWeten Over Gods Koninkrijk

Slaat uw spaden tot zwaarden, en uw sikkelen tot spiesen; de zwakke zegge: Ik ben een held.

VersbegrippenSnoeienSperenGereedschapSpirituele ZwakteTegenstrijdigheidGeen Kracht Meer Om Het Hoofd Te Bieden

En gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE, uw God ben, wonende op Sion, den berg Mijner heiligheid; en Jeruzalem zal een heiligheid zijn, en vreemden zullen niet meer door haar doorgaan.

VersbegrippenVreemdelingenBergenHeiligheid, Afzonderlijk Voor GodDoormakenZion Als Een SymboolVreemdelingen In Heilige PlaatsenIk Zal Hun God ZijnZuiverheid Van Een Nieuwe ScheppingGod Leeft In Jeruzalem

En hij zeide tot hen: Ik ben een Hebreer; en ik vreze den HEERE, den God des hemels, Die de zee en het droge gemaakt heeft.

VersbegrippenNatuurSchepping Van De ZeeënSchepping Van De AardeIndividuen Die God VrezenJona

En ik zeide: Ik ben uitgestoten van voor Uw ogen; nochtans zal ik den tempel Uwer heiligheid weder aanschouwen.

VersbegrippenVerbanningWeggedreven Van Gods Aanwezigheid

Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.

VersbegrippenVerzamelenFruitVijgenboomDruivenEenzaamheidZomerWijnoogstNiet Oogsten Wat Je Zaaide

Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn.

VersbegrippenDuistere DagenGod Geeft LichtWegraken Uit De DuisternisGewoonte Om Op Te StaanVijandenOpstaanLicht

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenVals VertrouwenVoorbeelden Van TrotsDe Aard Van SpotBestaan Van ArrogantieVernedering, Voorbeelden VanSissendUnieke NatiesWoningen Van WezensAndere Woonplaatsen Van Wezens

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenBestuurdersMaandGraadMaand 6Genoemde Profeten Van De HeerHomohuwelijk

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenZelfgenoegzaamheidLauwheidTijdloosheidDe Tweede TempelNiet De TijdWederopbouw

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenEigendom, HuizenZelfingenomenTijdloosheidVernietiging Van De TempelHuizen BouwenJuiste Tijd Voor De MensenNiet De TijdWederopbouw

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenWegen Van De MensGedachtJuist Denken

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenTassenPortemonneesHerfstZaaien En OogstenSchatSalarissenGebruik Van AlcoholVeel VerzamelenWeinig VoedselGatenZichzelf KledenKoud WeerGeen VoedselGeldboxGeldmiddelenGeld SparenZaaien

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenWegen Van De MensGod BehagenJuist Denken

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenDe Vreugde Van GodBouwenDe Tweede TempelIn De Bergen TrekkenWederopbouw

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenOorzaken Van ArmoedeWinstOnbetrouwbaarheidVeel VerzamelenWeinig VoedselVernietiging Van De TempelGods WoningHuizen BouwenKatastrofische GebeurtenissenLandbouwGeldmiddelenFamilie Problemen

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenDauwGebrek Aan Regen

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenDroogte, FysiekOlieTekort Aan WijnProvisie Van OlieZowel Mens Als Dier GetroffenZijn/Haar Werk Doen

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenVerbintenis Tot GodIndividuen Die God VrezenGenoemde Profeten Van De HeerHomohuwelijk

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenGod, De HeerHet HedenGod Met Jouhomosexuelen

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenEnthousiasmeBeginPersoonlijke HeroplevingHet Emotionele Aspect Van GeestDe Tweede Tempel

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenMaand 6

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenHerfstMaand 7Genoemde Profeten Van De Heer

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenBestuurders

Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

VersbegrippenHerinneringenOverlevenden Van IsraëlOnbelangrijke MensenDe Eerste Tempel

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain