'Daarin' in de Bijbel
Opdat Ik Israel door hen verzoeke, of zij den weg des HEEREN zullen houden, om daarin te wandelen, gelijk als hun vaderen gehouden hebben, of niet.
Voorts streed Abimelech tegen de stad dienzelven gansen dag, en nam de stad in, en doodde het volk, dat daarin was; en hij brak de stad af, en bezaaide haar met zout.
En Simson zeide: Mijn ziel sterve met de Filistijnen; en hij boog zich met kracht, en het huis viel op de vorsten, en op al het volk, dat daarin was. En de doden, die hij in zijn sterven gedood heeft, waren meer, dan die hij in zijn leven gedood had.
En er was niemand, die hen verloste; want zij was verre van Sidon, en zij hadden niets met enigen mens te doen; en zij lag in het dal, dat bij Beth-Rechob is. Daarna herbouwden zij de stad, en woonden daarin.
Als zij nu bij Jebus waren, zo was de dag zeer gedaald; en de jongen zeide tot zijn heer: Trek toch voort, en laat ons in deze stad der Jebusieten wijken, en daarin vernachten.
En de kinderen van Benjamin deden alzo, en voerden naar hun getal vrouwen weg, van de reiende dochters, die zij roofden, en zij togen heen, en keerden weder tot hun erfenis, en herbouwden de steden, en woonden daarin.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (12)
- Exodus (13)
- Leviticus (12)
- Numberi (14)
- Deuteronomium (20)
- Jozua (14)
- Richteren (6)
- 1 Samuël (5)
- 2 Samuël (4)
- 1 Koningen (2)
- 2 Koningen (7)
- 1 Kronieken (5)
- 2 Kronieken (8)
- Ezra (3)
- Nehemia (11)
- Esther (1)
- Job (3)
- Psalmen (16)
- Spreuken (4)
- Prediker (4)
- Jesaja (17)
- Jeremia (18)
- Ezechiël (23)
- Hosea (2)
- Amos (3)
- Nahum (1)
- Habakuk (1)
- Zefanja (1)
- Zacharia (3)
- Maleachi (1)