18916 gebeurtenissen

'De' in de Bijbel

Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;

Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;

VersbegrippenStrijders

Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins; Benaja, de Pirhathoniet;

Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;

VersbegrippenRivieren

Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

Van de kinderen van Hasem, den Gizoniet, was Jonathan, de zoon van Sage, de Harariet;

Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

Hefer, de Mecherathiet; Ahia, de Peloniet;

Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;

Joel, de broeder van Nathan; Mibhar, de zoon van Geri;

Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

Ira, de Jithriet; Gareb, de Jithriet;

Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;

Adina, de zoon van Siza, de Rubeniet, was het hoofd der Rubenieten; nochtans waren er dertig boven hem;

VersbegrippenDertig

Hanan, de zoon van Maacha, en Josafat, de Mithniet;

Uzzia, de Asterathiet; Sama, en Jeiel, de zoon van Hotham, den Aroeriet;

Jediael, de zoon van Simri, en Joha, zijn broeder, de Tiziet;

Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

VersbegrippenStrijders

Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.

VersbegrippenConflict

Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin.

VersbegrippenUitrusting, FysiekSlingersStenenStrijdersLinkshandigStenen WerpenPijlen

Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;

VersbegrippenStrijders

Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.

Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid.

VersbegrippenCommandantGretigheidStrijdersSnelle LopersHert

Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;

Attai de zesde; Eliel de zevende;

Johanan de achtste; Elzabad de negende;

Dezen waren van de kinderen van Gad, hoofden des heirs; een van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.

VersbegrippenHonderdDuizend Mensen

Deze zelfden zijn het, die over de Jordaan gingen in de eerste maand, toen dezelve vol was aan al haar oevers; en zij verdreven al de inwoners der laagten, tegen het oosten en tegen het westen.

VersbegrippenOostMaand 1Mensen Die Gevlucht Zijn

Er kwamen ook van de kinderen van Benjamin en Juda op de vesting tot David.

En David ging uit hun tegemoet, en antwoordde, en zeide tot hen: Indien gijlieden ten vrede tot mij gekomen zijt, om mij te helpen, zo zal mijn hart tegelijk over ulieden zijn; maar indien het is, om mij aan mijn vijanden bedriegelijk over te leveren, daar toch geen wrevel in mijn handen is, de God onzer vaderen zie het, en straffe het!

VersbegrippenVerraadMensen Die HelpenPijn En Verraad

En de Geest toog Amasai aan, den overste der hoofdlieden, en hij zeide: Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isai. Vrede, vrede zij u, en vrede uw helperen; want uw God helpt u. Toen nam David hen aan, en stelde hen tot hoofden der benden.

VersbegrippenAndere Mensen Verwelkomen

Er vielen ook van Manasse tot David, toen hij met de Filistijnen kwam, om tegen Saul te strijden, alhoewel zij hen niet hielpen; want de vorsten der Filistijnen verlieten hem met raad, zeggende: Met gevaar van onze hoofden zou hij tot Saul, zijn heer, vallen.

VersbegrippenHeersers

En dit zijn de getallen der hoofden dergenen, die toegerust waren ten heire, die tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar den mond des HEEREN:

VersbegrippenWapens

Van de kinderen van Juda, die rondassen en spiesen droegen, waren zes duizend en achthonderd toegerust ten heire;

VersbegrippenLegerdienstZesduizend

Van de kinderen van Simeon, kloeke helden ten heire, zeven duizend en honderd;

VersbegrippenZevenduizend

Van de kinderen van Levi, vier duizend en zeshonderd;

VersbegrippenVierduizendKruistochten

En van de kinderen van Benjamin, de broederen van Saul, drie duizend; want tot nog toe waren er velen van hen, die het met het huis van Saul hielden;

VersbegrippenKroningenDrieduizend En Meer

En van de kinderen van Efraim, twintig duizend en achthonderd, kloeke helden, mannen van naam in het huis hunner vaderen;

VersbegrippenRoemTwintigduizend En Meer

En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israel doen moest; hun hoofden waren tweehonderd, en alle hun broeders pasten op hun woord;

VersbegrippenVoorbeelden Van OnderwijsTijd GevenDe Aard Van OnderscheidingsvermogenTekenen Van De TijdNummer TweehonderdGods TimingGods Timing

En uit de Danieten, ten strijde toegerust, acht en twintig duizend en zeshonderd;

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

En van gene zijde van de Jordaan, van de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam van Manasse, met allerlei krijgsgereedschap ten oorlog, honderd en twintigduizend.

VersbegrippenHonderdduizend En Meer

En ook de naasten aan hen, tot aan Issaschar, en Zebulon, en Nafthali, brachten brood op ezelen, en op kemelen, en op muildieren, en op runderen, meelspijs, stukken vijgen, en stukken rozijnen, en wijn, en olie, en runderen, en klein vee in menigte; want er was blijdschap in Israel.

VersbegrippenMuilezelsFruitVoedselVijgenboomRozijnenOlieSchapenWijn

En David hield raad met de oversten der duizenden en der honderden, en met alle vorsten.

En David zeide tot de ganse gemeente van Israel: Indien het ulieden goeddunkt, en van den HEERE, onzen God, te zijn, laat ons ons uitbreiden, laat ons zenden aan onze overige broeders, in alle landen van Israel, en de priesters en Levieten, die met hen zijn in de steden, met haar voorsteden, opdat zij tot ons vergaderd worden.

VersbegrippenGods Beloftes Voor Begeleiding

En laat ons de ark onzes Gods tot ons wederhalen, want wij hebben ze in de dagen van Saul niet gezocht.

VersbegrippenNavraag Doen Bij GodDe Ark In Jeruzalem

Toen zeide de ganse gemeente, dat men alzo doen zou; want die zaak was recht in de ogen des gansen volks.

David dan vergaderde gans Israel van het Egyptische Sichor af, tot daar men komt te Hamath, om de ark Gods te brengen van Kirjath-Jearim.

VersbegrippenConstructie Israël

Toen toog David op met het ganse Israel naar Baala, dat is, Kirjath-Jearim, hetwelk in Juda is, dat hij van daar ophaalde de ark Gods, des HEEREN, Die tussen de cherubim woont, waar de Naam wordt aangeroepen.

VersbegrippenHet Hof

En zij voerden de ark Gods op een nieuwen wagen uit het huis van Abinadab. Uza nu en Ahio leidden den wagen.

VersbegrippenWagentjesOngebruikt

Toen zij aan den dorsvloer van Chidon gekomen waren, zo strekte Uza zijn hand uit, om de ark te houden, want de runderen struikelden.

VersbegrippenDorsvloerHeiligschennis

Toen ontstak de toorn des HEEREN over Uza, en Hij sloeg hem, omdat hij zijn hand had uitgestrekt aan de ark; en hij stierf aldaar voor het aangezicht Gods.

VersbegrippenDoodstrafGods Onverdraagzaamheid Tegen Het KwaadGod Dodend

En David ontstak, dat de HEERE een scheur gescheurd had aan Uza; daarom noemde hij diezelve plaats Perez-Uza, tot op dezen dag.

En David vreesde den HEERE te dien dage, zeggende: Hoe zal ik de ark Gods tot mij brengen?

Daarom liet David de ark niet tot zich brengen in de stad Davids, maar deed ze afwijken in het huis van Obed-Edom, den Gethiet.

Alzo bleef de ark Gods bij het huisgezin van Obed-Edom, in zijn huis, drie maanden; en de HEERE zegende het huis van Obed-Edom, en alles, wat hij had.

VersbegrippenFunctie Van De Ark Des VerbondsThuisTwee Tot Vier MaandenFamilie Eerst

Toen zond Hiram, de koning van Tyrus, boden tot David, en cederenhout, en metselaars, en timmerlieden, dat zij hem een huis bouwden.

VersbegrippenVakluiTimmerluiMetselaarsPaleizenZion Als Een PlaatsCederhout

En David merkte, dat hem de HEERE tot koning bevestigd had over Israel; want zijn koninkrijk werd ten hoogste verheven, om Zijns volks Israels wil.

VersbegrippenInzicht

Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo,

Toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israel, zo togen al de Filistijnen op om David te zoeken. Toen David dat hoorde zo toog hij uit tegen hen.

VersbegrippenAanvallenZalving Van Koningen

Toen de Filistijnen kwamen, zo spreidden zij zich uit in de laagte van Refaim.

VersbegrippenInvasies

Toen vraagde David God, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de HEERE zeide tot hem: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven.

VersbegrippenNavraag Doen Bij God

Doch de Filistijnen voeren nog voort, en zij verspreidden zich in dat dal.

VersbegrippenAanvallen

En David vraagde God nog eens; en God zeide tot hem: Gij zult niet optrekken achter hen heen; maar omsingel hen van boven, en kom tot hen tegenover de moerbezienbomen.

VersbegrippenNavraag Doen Bij God

En het zal geschieden, als gij hoort het geruis van een gang in de toppen der moerbezienbomen, kom dan uit ten strijde; want God zal voor uw aangezicht uitgegaan zijn, om het leger der Filistijnen te slaan.

VersbegrippenGeluidHet MilieuVoetstappenBewegingLeger

Alzo ging Davids naam uit in al die landen; en de HEERE gaf Zijn verschrikking over al die heidenen.

VersbegrippenRoemBeroemdheden

Toen zeide David: Niemand mag de ark Gods dragen, dan de Levieten; want die heeft de HEERE verkoren, om de ark Gods te dragen, en om Hem te dienen tot in der eeuwigheid.

VersbegrippenVerantwoordelijkheden Van VerkiezingDe Aard Van BedieningHeilige Dingen Dragen

Ook vergaderde David gans Israel te Jeruzalem, om de ark des HEEREN op te halen aan haar plaats, die hij haar bereid had.

VersbegrippenBijeenkomstConstructie IsraëlDe Ark In Jeruzalem

En David verzamelde de kinderen van Aaron en de Levieten.

Van de kinderen van Kehath was Uriel overste, en van zijn broederen waren honderd en twintig.

Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.

Van de kinderen van Gersom was Joel overste, en van zijn broederen waren honderd en dertig.

Uit de kinderen van Elizafan was overste Semaja, en van zijn broederen waren tweehonderd.

VersbegrippenNummer Tweehonderd

Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.

VersbegrippenNummer Tachtig

Uit de kinderen van Uzziel was Amminadab overste, en zijn broederen waren honderd en twaalf.

En David riep de priesters Zadok en Abjathar, en de Levieten Uriel, Asaja en Joel, Semaja, en Eliel, en Amminadab.

En hij zeide tot hen: Gijlieden zijt hoofden der vaderen onder de Levieten; heiligt u, gij en uw broeders, dat gij de ark des HEEREN, des Gods van Israel, opbrengt, ter plaatse, die ik voor haar bereid heb.

VersbegrippenDe Ark In Jeruzalem

Want omdat gijlieden ten eerste dit niet deedt, heeft de HEERE, onze God, onder ons een scheur gedaan, omdat wij Hem niet gezocht hebben naar het recht.

VersbegrippenNavraag Doen Bij GodHeilige Dingen DragenNiet Naar God Vragen

Zo heiligden zich dan de priesters en Levieten, om de ark des HEEREN, des Gods van Israel, op te brengen.

VersbegrippenHeiligheid, Afzonderlijk Voor God

En de kinderen der Levieten droegen de ark Gods op hun schouderen, met de draagbomen, die op hen waren, gelijk als Mozes geboden had naar het woord des HEEREN.

VersbegrippenPolenHeilige Dingen Dragen

En David zeide tot de oversten der Levieten, dat zij hun broeders, de zangers, stellen zouden met muziekinstrumenten, met luiten, en harpen, en cimbalen, dat zij zich zouden doen horen, verheffende de stem met blijdschap.

VersbegrippenHarpenLierMuzikantenSoorten MuziekinstrumentenZangersBeroepenZingenLiederenCymbalenInstrumentalistenLieren

Zo stelden dan de Levieten Heman, den zoon van Joel, en uit zijn broederen Asaf, den zoon van Berechja; en uit de zonen van Merari, hun broederen, Ethan, den zoon van Kusaja;

En met hen hun broeders van de tweede orde: Zecharja, Ben en Jaaziel, en Semiramoth, en Jehiel, en Unni, Eliab, en Benaja, en Maaseja, en Mattithja, en Elifele, en Mikneja, en Obed-Edom, en Jeiel, de poortiers.

VersbegrippenPortiers

De zangers nu, Heman, Asaf en Ethan, lieten zich horen met koperen cimbalen;

VersbegrippenBronsCymbalen

En Mattithja, en Elifele, en Mikneja, en Obed-Edom, en Jeiel, en Azazja, met harpen op de Scheminith, om den toon te versterken.

En Chenanja, de overste der Levieten, was over het opheffen; hij onderwees hen in het opheffen; want hij was verstandig.

VersbegrippenZingenVaardigheidKorenZangersMensen Die Onderwijzen

En Sebanja, en Josafat, en Nethaneel, en Amasai, en Zecharja, en Benaja, en Eliezer, de priesters, trompetten met trompetten voor de ark Gods; en Obed-Edom en Jehia waren poortiers der ark.

VersbegrippenTrompet

Het geschiedde nu, dat David en de oudsten van Israel, en de oversten der duizenden, henengingen, om de ark des verbonds des HEEREN op te halen, uit het huis van Obed-Edom, met vreugde;

VersbegrippenCommandantDe Ark In Jeruzalem

Zo geschiedde het, doordien dat God de Levieten hielp, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, dat zij zeven varren en zeven rammen offerden.

VersbegrippenRammenZeven DierenGods Verbond Met De Levieten

David nu was gekleed met een mantel van fijn linnen; ook al de Levieten, die de ark droegen, en de zangers, en Chenanja, de overste van het opheffen der zangers; ook had David een lijfrok aan van linnen.

VersbegrippenEphodsDoekLinnenZangersGewadenKorenJurk

Alzo bracht gans Israel de ark des verbonds des HEEREN op, met gejuich, en met geluid der bazuin, en met trompetten, en met cimbalen, makende geluid met luiten en met harpen.

VersbegrippenHarpenGebroken HorensSoorten MuziekinstrumentenRammenSchreeuwenKreten Van PlezierCymbalenLieren

Het geschiedde nu, toen de ark des verbonds des HEEREN tot aan de stad Davids gekomen was, dat Michal, de dochter van Saul, door een venster keek, en den koning David zag, springende en spelende; zo verachtte zij hem in haar hart.

VersbegrippenDansDansenGevallen En Verlost HartSuperioriteitDoor Vensters KijkenMensen Die Springen

Toen zij de ark Gods inbrachten, zo stelden zij ze in het midden der tent, welke David voor haar gespannen had; en zij offerden brandofferen en dankofferen voor het aangezicht Gods.

VersbegrippenGebeurtenissen Ark Des VerbondsTentenDe Rondreizende Ark

Als David het brandoffer en de dankofferen geeindigd had te offeren, zo zegende hij het volk in den Naam des HEEREN.

VersbegrippenVredesoffers

En hij deelde een iegelijk in Israel, van den man tot de vrouw, een iegelijk een bol broods, en een schoon stuk vlees, en een fles wijn.

VersbegrippenFruitVoedselCakes

En hij stelde voor de ark des HEEREN sommigen uit de Levieten tot dienaars, en dat, om den HEERE, den God Israels, te vermelden, en te loven, en te prijzen.

VersbegrippenVragenBeroepenPositieve Aspecten Van SpraakThanksgivingLof Moet Aangeboden Worden VoorGod PrijzenRelaties En Dating

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain