18916 gebeurtenissen

'De' in de Bijbel

De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

VersbegrippenDe Jaren Vijftig

De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De kinderen van den anderen Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

VersbegrippenDuizenden

De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdDriehonderd En Meer

De kinderen van Senaa, drie duizend zeshonderd en dertig.

VersbegrippenDrieduizend En Meer

De priesters. De kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig.

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

VersbegrippenDuizenden

De kinderen van Pashur, duizend tweehonderd zeven en veertig.

VersbegrippenDuizenden

De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

VersbegrippenDuizenden

De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

VersbegrippenDe Jaren Zeventig

De zangers. De kinderen van Asaf honderd acht en twintig.

VersbegrippenZingenZangersHonderd En Enkelen

De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

VersbegrippenPoortwachtersHonderd En Enkelen

De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

VersbegrippenVersterking

De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub;

De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

De kinderen der knechten van Salomo. De kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Peruda;

De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdDriehonderd En MeerTempelassistenten

De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

VersbegrippenZes- Tot ZevenhonderdZeshonderd En Meer

En van de kinderen der priesteren, de kinderen van Habaja, de kinderen van Koz, de kinderen van Barzillai, die van de dochteren van Barzillai, den Gileadiet, een vrouw genomen had, en naar hun naam genoemd was.

VersbegrippenMensen Die Mensen Andere Namen GevenEen Vrouw Nemen

En Hattirsatha zeide tot hen, dat zij van de heiligste dingen niet zouden eten, totdat er een priester stond met urim en met thummim.

VersbegrippenDe Aard Van BedieningDe Urim en TummimUrim En Tummin

Hun kemelen, vierhonderd vijf en dertig; de ezelen, zes duizend zevenhonderd en twintig.

VersbegrippenVier- Tot VijfhonderdZesduizendVier- En VijfhonderdMassa's Ezels

En sommigen van de hoofden der vaderen, als zij kwamen ten huize des HEEREN, die te Jeruzalem woont, gaven vrijwilliglijk ten huize Gods, om dat te zetten op zijn vaste plaats.

VersbegrippenOffer Uit Vrije WilHuis Van GodVrije Wil

En de priesters en de Levieten, en sommigen uit het volk, zo de zangers als de poortiers, en de Nethinim woonden in hun steden, en gans Israel in zijn steden.

VersbegrippenPoortwachtersBeroepenSteden in Israël

Toen nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israels in de steden waren, verzamelde zich het volk, als een enig man, te Jeruzalem.

VersbegrippenBijeenkomstDe Geschiedenis Van JeruzalemHerfstVerenigde MensenMaand 7Maanden

En Jesua, de zoon van Jozadak, maakte zich op, en zijn broederen, de priesters en Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en zijn broederen, en zij bouwden het altaar des Gods van Israel, om daarop brandofferen te offeren, gelijk geschreven is in de wet van Mozes, den man Gods.

VersbegrippenDe Betekenis Van MozesDeelname In ChristusAltaren BouwenHet Bronzen Altaar OpzettenGeschreven In De Wet

En zij vestigden het altaar op zijn stelling, maar met verschrikking, die over hen was, vanwege de volken der landen; en zij offerden daarop brandofferen den HEERE, brandofferen des morgens en des avonds.

VersbegrippenFunderingenVerbrand OfferOffer In OTDierenoffers, VerbrandingIn De Ochtend En Tijdens De AvondHet Bronzen Altaar OpzettenAngst Van De Vijand

Daarna ook het gedurig brandoffer, en van de nieuwe maanden, en van alle gezette hoogtijden des HEEREN, die geheiligd waren; ook van een ieder, die een vrijwillige offerande den HEERE vrijwilliglijk offerde.

VersbegrippenInwijdingGeobserveerde FestivalsVrije Wil

Van den eersten dag af der zevende maand begonnen zij den HEERE brandofferen te offeren; doch de grond van den tempel des HEEREN was niet gelegd.

VersbegrippenMaand 7Funderingen Van GebouwenDe Eerste Tempel

Zo gaven zij geld aan de houwers en werkmeesters, ook spijs en drank, en olie, aan de Sidoniers en aan de Tyriers, om cederenhout van den Libanon te brengen aan de zee naar Jafo, naar de vergunning van Kores, koning van Perzie, aan hen.

VersbegrippenVakluiCederTimmerluiMetselaarsRuilenMiddellandse ZeeToestemming VragenVlottenCederhoutGeld Voor De Tempel

In het tweede jaar nu hunner aankomst ten huize Gods te Jeruzalem, in de tweede maand, begonnen Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Jesua, de zoon van Jozadak, en de overige hunner broederen, de priesters en de Levieten, en allen, die uit de gevangenis te Jeruzalem gekomen waren; en zij stelden de Levieten, van twintig jaren oud en daarboven, om opzicht te nemen over het werk van des HEEREN huis.

VersbegrippenJudaïsmeFysieke MaturiteitMiddelbare LeeftijdTwintigLeeftijdscategorieën Van Levieten

Toen stond Jesua, zijn zonen en zijn broederen, en Kadmiel met zijn zonen, kinderen van Juda, als een man, om opzicht te hebben over degenen, die het werk deden aan het huis Gods, met de zonen van Henadad, hun zonen en hun broederen, de Levieten.

VersbegrippenOpzichters

Als nu de bouwlieden den grond van des HEEREN tempel legden, zo stelden zij de priesteren, aangekleed zijnde, met trompetten, en de Levieten, Asafs zonen, met cimbalen, om den HEERE te loven, naar de instelling van David, den koning van Israel.

VersbegrippenBouwenSoorten KledingBouwenSoorten MuziekinstrumentenTrompetOrkestenCymbalenGod PrijzenSaul En DavidDe Eerste Tempel

En zij zongen bij beurten, met den HEERE te loven en te danken, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israel. En al het volk juichte met groot gejuich, als men den HEERE loofde over de grondlegging van het huis des HEEREN.

VersbegrippenLofHoudingen Van LofDe Aard Van HeroplevingThanksgivingStemmenKreten Van PlezierEeuwige ZegenZij Die Lof Zingen

Maar velen van de priesteren, en de Levieten, en hoofden der vaderen, die oud waren, die het eerste huis gezien hadden, dit huis in zijn grondlegging voor hun ogen zijnde, weenden met luider stem; maar velen verhieven de stem met gejuich en met vreugde.

VersbegrippenVervoeringVreugde In Gods WerkDe Eerste Tempel

Zodat het volk niet onderkende de stem van het gejuich der vreugde, van de stem des geweens van het volk; want het volk juichte met groot gejuich, dat de stem tot van verre gehoord werd.

VersbegrippenGebrek Aan DiscriminatieAfstand

Toen nu de wederpartijders van Juda en Benjamin hoorden, dat de kinderen der gevangenis den HEERE, den God Israels, den tempel bouwden;

VersbegrippenGebouwd, LetterlijkWederopbouw Van De Tempel

Zo kwamen zij aan tot Zerubbabel, en tot de hoofden der vaderen, en zeiden tot hen: Laat ons met ulieden bouwen, want wij zullen uw God zoeken, gelijk gijlieden ook hebben wij Hem geofferd sinds de dagen van Esar-Haddon, den koning van Assur, die ons herwaarts heeft doen optrekken.

VersbegrippenSamaritanenVerbannen VreemdelingenTijden Van Mensen

Maar Zerubbabel, en Jesua, en de overige hoofden der vaderen van Israel zeiden tot hen: Het betaamt niet, dat gijlieden en wij onzen God een huis bouwen; maar wij alleen zullen het den HEERE, den God Israels, bouwen, gelijk als de koning Kores, koning van Perzie, ons geboden heeft.

VersbegrippenGeboden in OTWat Hebben We Gemeenschappelijk?

En zij huurden tegen hen raadslieden, om hun raad te vernietigen, al de dagen van Kores, koning van Perzie, tot aan het koninkrijk van Darius, den koning van Perzie.

VersbegrippenHurenTijden Van Mensen

En onder het koninkrijk van Ahasveros, in het begin zijns koninkrijks, schreven zij een aanklacht tegen de inwoners van Juda en Jeruzalem.

VersbegrippenSamaritanenBeschuldigingen, Bron VanBeschuldigingen, OT RechtssysteemMensen Die Mensen Beschuldigen

En in de dagen van Arthahsasta schreef Bislam, Mithredath, Tabeel, en de overigen van zijn gezelschap, aan Arthahsasta, koning van Perzie; en de schrift des briefs was in het Syrisch geschreven, en in het Syrisch uitgelegd.

VersbegrippenMetgezellenArtaxerxes De KoningTalenBrievenTalen Beschreven In Het SchriftAramese TaalTijden Van Mensen

Rehum, de kanselier, en Simsai, de schrijver, schreven een brief tegen Jeruzalem, aan den koning Arthahsasta, op deze manier:

VersbegrippenArtaxerxes De KoningOfficierenHeidense Heersers

Toen Rehum, de kanselier, en Simsai, de schrijver, en de overigen van hun gezelschap, de Dinaieten, de Afarsathchieten, de Tarpelieten, de Afarsieten, de Archevieten, de Babyloniers, de Susanchieten, de Dehavieten, de Elamieten,

VersbegrippenRechters

En de overige volkeren, die de grote en vermaarde Asnappar heeft vervoerd, en doen wonen in de stad van Samaria, ook de overigen, aan deze zijde der rivier, en op zulken tijd.

VersbegrippenVerbannen VreemdelingenVoorbij De RivierVoorbij De Eufraat

Dit is een afschrift des briefs, dien zij aan hem, aan den koning Arthahsasta, zonden: Uw knechten, de mannen aan deze zijde der rivier, en op zulken tijd.

VersbegrippenArtaxerxes De KoningDienstbaarheid In De MaatschappijKopieën Van DocumentenVoorbij De RivierVoorbij De Eufraat

Den koning zij bekend, dat de Joden, die van u zijn opgetogen, tot ons gekomen zijn te Jeruzalem, bouwende die rebelle en die boze stad, waarvan zij de muren voltrekken, en de fondamenten samenvoegen.

VersbegrippenFunderingenStadJudaïsmeDe Muren Van Jeruzalem BouwenWederopbouw van JeruzalemWederopbouw

Zo zij nu den koning bekend, indien dezelve stad zal worden opgebouwd, en de muren voltrokken, dat zij den cijns, ouden impost, en tol niet zullen geven, en gij zult aan de inkomsten der koningen schade aanbrengen.

VersbegrippenBelastenEerbetoon

Wij maken dan de koning bekend, dat, zo dezelve stad zal worden opgebouwd, en haar muren voltrokken, gij daardoor geen deel zult hebben aan deze zijde der rivier.

VersbegrippenVoorbij De RivierVoorbij De Eufraat

De koning zond antwoord aan Rehum, den kanselier, en Simsai, den schrijver, en de overigen van hun gezelschappen, die te Samaria woonden; mitsgaders aan de overigen van deze zijde der rivier aldus: Vrede, en op zulken tijd.

VersbegrippenGroetenMensen BeantwoordenVoorbij De RivierHeidense HeersersVoorbij De Eufraat

De brief, dien gij aan ons geschikt hebt, is duidelijk voor mij gelezen.

VersbegrippenGeletterdheidAndere Zaken Lezen

En als van mij bevel gegeven was, hebben zij gezocht en gevonden, dat dezelve stad zich van oude tijden af tegen de koningen heeft verheven, en rebellie en afval daarin gesticht is.

VersbegrippenZoeken Voor Concrete Dingen

Toen, van dat het afschrift des briefs van den koning Arthahsasta voor Rehum, en Simsai, den schrijver, en hun gezelschappen gelezen was, togen zij in haast naar Jeruzalem tot de Joden, en beletten hen met arm en geweld.

VersbegrippenArtaxerxes De KoningDe JodenHaastige ActieAndere Zaken Lezen

Haggai nu, de profeet, en Zacharia, de zoon van Iddo, profeteerden tot de Joden, die in Juda en te Jeruzalem waren; in den naam Gods van Israel profeteerden zij tot hen.

VersbegrippenDe JodenVoorspellenGenoemde Profeten Van De HeerIn Gods Naam

Toen maakten zich op Zerubbabel, de zoon van Sealthiel, en Jesua, de zoon van Jozadak, en begonnen te bouwen het huis Gods, Die te Jeruzalem woont; en met hen de profeten Gods, die hen ondersteunden.

VersbegrippenAlliantiesHuis Van GodSchool Van ProfetenDe Tweede Tempel

Te dier tijd kwam tot hen Thathnai, de landvoogd aan deze zijde der rivier, en Sthar-Boznai, en hun gezelschap, en zeiden aldus tot hen: Wie heeft ulieden bevel gegeven dit huis te bouwen, en dezen muur te voltrekken?

VersbegrippenVijanden Van Israël En JudaBestuurdersVoorbij De RivierHeidense HeersersDe Bevelen Van De KoningStructuur

Toen zeiden wij aldus tot hen, en welke de namen waren der mannen, die dit gebouw bouwden.

VersbegrippenStructuur

Doch het oog huns Gods was over de oudsten der Joden, dat zij hun niet beletten, totdat de zaak aan Darius kwam, en zij alsdan daarover een brief wederbrachten.

VersbegrippenDe JodenGoddelijke WaakzaamheidGod Ziet De Rechtvaardigen

Afschrift des briefs, dien Thathnai, de landvoogd aan deze zijde der rivier, met Sthar-Boznai, en zijn gezelschap, de Afarsechaieten, die aan deze zijde der rivier waren, aan den koning Darius zond.

VersbegrippenBestuurdersKopieën Van DocumentenVoorbij De RivierHeidense Heersers

Den koning zij bekend, dat wij getogen zijn naar het landschap Juda, ten huize des groten Gods, hetwelk gebouwd wordt met grote stenen, en het hout wordt gelegd in de wanden; en datzelve werk wordt ras gedaan, en gaat voorspoediglijk door hun handen voort.

VersbegrippenGretigheidIjverDe Muren Van Jeruzalem BouwenWederopbouw Van De TempelVersterking

Wijders hebben wij hun ook hun namen afgevraagd, dat wij ze u bekend maakten; dat wij mochten overschrijven de namen der mannen, die hoofden onder hen zijn.

Maar nadat onze vaders den God des hemels hadden vertoornd, heeft Hij hen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, den Chaldeeer; dewelke dat huis heeft vernield, en het volk naar Babel weggevoerd.

VersbegrippenBabylon, Israël Verbannen NaarVernietiging Van De TempelBallingschap van Juda naar Babylon

Doch in het eerste jaar van Kores, koning van Babel, heeft de koning Kores bevel gegeven dit huis Gods te bouwen.

VersbegrippenBekendmakingenDe Tweede TempelDe Bevelen Van De KoningDe Eerste TempelWederopbouw

Ja, de vaten van Gods huis, welke van goud en zilver waren, die Nebukadnezar uit den tempel, die te Jeruzalem was, had weggenomen en dezelve gebracht in den tempel van Babel, die heeft de koning Kores uitgehaald uit den tempel van Babel, en zij zijn gegeven aan een, wiens naam was Sesbazar, dien hij tot een landvoogd had gesteld.

VersbegrippenBezittingen Naar Babylon BrengenBestuurdersGemengde Metalen NemenVerwijderd Tempelgereedschap

Toen kwam dezelve Sesbazar; hij legde de fondamenten van het huis Gods, Die te Jeruzalem woont; en er is van toen af tot nu toe gebouwd, doch niet volbracht.

VersbegrippenFunderingenBestuurdersFunderingen Van GebouwenOnvolledige WerkenSterk EindigenBouw

Toen gaf de koning Darius bevel; en zij zochten in de kanselarij, waar de schatten waren weggelegd, in Babel.

VersbegrippenAdministratieZoeken Voor Concrete DingenHistorische BoekenDe Bevelen Van De KoningVrijwilligerswerk

En te Achmetha, in de burcht, die in het landschap Medie is, werd een rol gevonden; en daarin was aldus geschreven: GEDACHTENIS:

VersbegrippenArchievenRollenHistorische Boeken

In het eerste jaar van den koning Kores, gaf de koning Kores dit bevel: Het huis Gods te Jeruzalem, dat huis zal gebouwd worden, ter plaatse, waar zij offeranden offeren, en de fondamenten daarvan zullen zwaar zijn; zijn hoogte van zestig ellen, en zijn breedte van zestig ellen;

VersbegrippenFunderingenBreedteBekendmakingenDe Tweede TempelAfmetingen Van GebouwenDe Eerste Tempel

Met drie rijen van groten steen, en een rij van nieuw hout; en de onkosten zullen uit des konings huis gegeven worden.

VersbegrippenDrie Delen Van Constructies

Daartoe zal men ook de gouden en zilveren vaten van het huis Gods, die Nebukadnezar uit den tempel, die te Jeruzalem was, heeft weggevoerd, en naar Babel gebracht, wedergeven, dat zij gaan naar den tempel, die te Jeruzalem is, aan zijn plaats, en men zal ze afvoeren ten huize Gods.

VersbegrippenBezittingen Naar Babylon BrengenGemengde Metalen NemenVerwijderd Tempelgereedschap

Laat hen aan den arbeid van dit huis Gods; dat de landvoogd der Joden en de oudsten der Joden dit huis Gods bouwen aan zijn plaats.

VersbegrippenBouw

Ook wordt van mij bevel gegeven, wat gijlieden doen zult aan de oudsten dezer Joden, om dit huis Gods te bouwen; te weten, dat uit des konings goederen, van den cijns aan gene zijde der rivier, de onkosten dezen mannen spoediglijk gegeven worden, opdat men hen niet belette.

VersbegrippenHoudingen Tegenover Vervolging

De God nu, die Zijn Naam aldaar heeft doen wonen, werpe ter neder alle koningen en volken, die hun hand zullen uitstrekken, om te veranderen en te verderven dit huis Gods, dat te Jeruzalem is. Ik, Darius, heb het bevel gegeven, dat het spoediglijk gedaan worde.

VersbegrippenIjverEen Plek Voor Gods Naam

Toen deden Thathnai, de landvoogd aan gene zijde der rivier, Sthar-Boznai, en hun gezelschap, spoediglijk alzo, naar hetgeen de koning Darius gezonden had.

VersbegrippenVoorbij De RivierHeidense Heersers

En de oudsten der Joden bouwden en gingen voorspoediglijk voort, door de profetie van den profeet Haggai en Zacharia, den zoon van Iddo; en zij bouwden en voltrokken het, naar het bevel van den God Israels, en naar het bevel van Kores, en Darius, en Arthahsasta, koning van Perzie.

VersbegrippenAdministratieArtaxerxes De KoningGenoemde Profeten Van De HeerHomohuwelijkGedijen

En de kinderen Israels, de priesteren en Levieten, en de overige kinderen der gevangenis deden de inwijding van dit huis Gods met vreugde.

VersbegrippenVervoeringVieringenVreugde Van IsraëlToewijding

En zij stelden de priesteren in hun onderscheidingen, en de Levieten in hun verdelingen, tot den dienst Gods, Die te Jeruzalem is, naar het voorschrift des boeks van Mozes.

VersbegrippenBoek Van De WetOnderverdelingen

Ook hielden de kinderen der gevangenis het pascha, op den veertienden der eerste maand.

VersbegrippenPaaslamJarenNummer Veertien

Want de priesters en de Levieten hadden zich gereinigd als een enig man; zij waren allen rein; en zij slachtten het pascha voor alle kinderen der gevangenis, en voor hun broederen, de priesteren, en voor zichzelven.

VersbegrippenLammerenZuiveringZichzelf ZuiverenOfferingen Doden

Alzo aten de kinderen Israels, die uit de gevangenis wedergekomen waren, mitsgaders al wie zich van de onreinigheid der heidenen des lands tot hen afgezonderd had, om den HEERE, den God Israels, te zoeken.

VersbegrippenExclusiviteitScheidingHeidenBeschreven NatiesBekeerlingenScheiden Van Slechte MensenZij Die Uit Ballingschap TerugkwamenHet Leiden Tot Heiligheid Door Adoptie

En zij hielden het feest der ongezuurde broden zeven dagen, met blijdschap; want de HEERE had hen verblijd, en het hart des konings van Assur tot hen gewend, om hun handen te sterken in het huis Gods, des Gods van Israel.

VersbegrippenDe Grootheid Van GodVreugde Van IsraëlWekenZeven DagenGod Moedigt AanVreugde In Gods Werk

Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,

VersbegrippenArtaxerxes De KoningTijden Van Mensen

Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek.

VersbegrippenTerugkeer Van BabylonAan Anderen GevenHand Van GodDe Functie Van Priesters In De Tijd Van OTSchriftgeleerdenGods HandGeleerdenGods Handen Op MensenDe Wet Bestuderen

Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta.

VersbegrippenDienstbaarheid En Aanbidding Van GodArtaxerxes De KoningZangersTempelassistenten

En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings.

Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.

VersbegrippenTerugkeer Van BabylonReisHand Van GodGods HandMaand 5Gods Handen Op Mensen

Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.

VersbegrippenGecommuniceerde LeerIntelligentieStudieVernieuwd HartDoelen Van De MensDe Wet BestuderenDe Weg Van God OnderwijzenStuderenStandbeelden

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain