7427 gebeurtenissen

'Die' in de Bijbel

Indien gij niet zult waarnemen te doen al de woorden dezer wet, die in dit boek geschreven zijn, om te vrezen dezen heerlijken en vreselijken Naam den HEERE uw God;

VersbegrippenDe Glorie Van GodPersoonlijke EthiekHeerlijkheid Van GodGods Glorie OnthuldOntzagZijn Naam Is De HeerGod Moet Gevreesd WordenVolg De Geboden

Ook alle krankte, en alle plage, die in het boek dezer wet niet geschreven is, zal de HEERE over u doen komen, totdat gij verdelgd wordt.

VersbegrippenBoek Van De WetZiekteZiekte

En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen.

VersbegrippenDe Mensen VerspreidenGod Die Israël VerstrooitOnbekende GodenAndere GodenHout En Steen

De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen.

Uw kinderkens, uw vrouwen, en uw vreemdeling, die in het midden van uw leger is, van uw houthouwer tot uw waterputter toe;

VersbegrippenWater OphalenBrandhoutBuitenaardse Wezens

Maar met dengene, die heden hier bij ons voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, staat; en met dengene, die hier heden bij ons niet is.

VersbegrippenToekomstige Generaties

Want gij weet, hoe wij in Egypteland gewoond hebben, en hoe wij doorgetogen zijn door het midden der volken, die gij doorgetogen zijt.

En gij hebt gezien hun verfoeiselen, en hun drekgoden, hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.

VersbegrippenGoudStenen

Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den HEERE, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage;

VersbegrippenMenselijke WilDe Aard Van FamiliesVals VertrouwenMenselijk HartDeelname In ZondeGifWortelsVruchten Van ZondeBitter VoedselBitterheid

De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en ijver roken over denzelven man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder den hemel uitdelgen.

VersbegrippenVergetelheidIjver Van GodJaloezieUitgeveegde NamenBoek Van De WetDe Vloek Van De WetGod Die Niet VergeeftWoede En VergiffenisRoken

Dan zal zeggen het navolgend geslacht, uw kinderen, die na ulieden opstaan zullen, en de vreemde, die uit verren lande komen zal, als zij zullen zien de plagen dezes lands en deszelfs krankheden, waarmede de HEERE het gekrenkt heeft;

VersbegrippenVreemdelingenGeneratiesMensen Van Ver Weg

Dat zijn ganse aarde zij zwavel en zout der verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die de HEERE heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid;

VersbegrippenZwavelSteden Op De VlaktesMineralenSodom En GomorraZwavelAfvalEcologische ZorgenGod Kwaad Op De NatiesZuurheid

En zij heengegaan zijn, en andere goden gediend en zich voor die gebogen hebben; goden, die hen niet gekend hadden, en geen van welke hun iets medegedeeld had;

VersbegrippenBuigenOnbekende GodenAndere GodenGod AanbiddenGod Dienen

Daarom is de toorn des HEEREN ontstoken tegen dit land, om daarover te brengen al dezen vloek, die in dit boek geschreven is.

VersbegrippenDe Aard Van BestraffingBoek Van De WetDe Vloek Van De WetGod Zal Kwaad Zijn

Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u de HEERE, uw God, gedreven heeft;

VersbegrippenDe Vloek Van De WetZegen En VloekVloeken

Gij dan zult u bekeren, en der stemme des HEEREN gehoorzaam zijn, en gij zult doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede.

VersbegrippenVolg De Geboden

Wanneer gij der stemme des HEEREN, uws Gods, zult gehoorzaam zijn, houdende Zijn geboden en Zijn inzettingen, die in dit wetboek geschreven zijn; wanneer gij u zult bekeren tot den HEERE, uw God, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

VersbegrippenBoek Van De WetOprechtheidVolg De GebodenGehoorzaamheidGod GehoorzamenGebodenGehoorzamen

De HEERE, uw God, Die zal voor uw aangezicht overgaan; Die zal deze volken van voor uw aangezicht verdelgen, dat gij hen erfelijk bezit. Jozua zal voor uw aangezicht overgaan, gelijk als de HEERE gesproken heeft.

VersbegrippenDe Oversteek Naar Het Beloofde Land

En de HEERE zal hun doen, gelijk als Hij aan Sihon en Og, koningen der Amorieten, en aan hun land, gedaan heeft, die Hij verdelgd heeft.

De HEERE nu is Degene, Die voor uw aangezicht gaat; Die zal met u zijn; Hij zal u niet begeven, noch u verlaten; vrees niet, en ontzet u niet.

VersbegrippenVerlatenheidBang ZijnDe Aard Van ZekerheidGod Is OveralEenzaamheidGod Gaat VoorGod Die Niet VerzaaktGod Gaat Met JouAlleen ZijnGod Die Met Ons IsGod Is Met Jou

En Mozes schreef deze wet, en gaf ze aan de priesteren, de zonen van Levi, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, en aan alle oudsten van Israel.

VersbegrippenBoekenDe Betekenis Van MozesDe Functie Van Priesters In De Tijd Van OTDe Rondreizende ArkHeilige Dingen DragenDe Wet Gegeven Door MozesDe Wet Van Mozes

Als gans Israel zal komen, om te verschijnen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, in de plaats, die Hij zal verkoren hebben, zult gij deze wet voor gans Israel uitroepen, voor hun oren;

VersbegrippenKeuzesPelgrimstochtHet Schrift LezenDe Bijbel Lezen

Vergadert het volk, de mannen, en de vrouwen, en de kinderen, en uw vreemdelingen, die in uw poorten zijn; opdat zij horen, en opdat zij leren, en vrezen den HEERE, uw God, en waarnemen te doen alle woorden dezer wet.

VersbegrippenVreemdelingenVerbrekers Van VerbondDe Aard Van DiscipelschapLeren Van Andere MensenMannelijk En VrouwelijkBuitenstaandersBuitenaardse Wezens, Plicht Van GelovigenConstructie IsraëlVreemdelingen Onder De MensenVolg De GebodenBuitenaardse Wezens

En dat hun kinderen, die het niet geweten hebben, horen en leren, om te vrezen den HEERE, uw God, al de dagen, die gij leeft op het land, naar hetwelk gij over de Jordaan zijt heengaande, om dat te erven.

VersbegrippenLerenVerantwoordelijkheden Van VadersDiscipline In De FamilieOnervarenheidDe Aard Van God KennenDe Oversteek Naar Het Beloofde Land

Zo gebood Mozes den Levieten, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, zeggende:

VersbegrippenDe Rondreizende ArkHeilige Dingen DragenGods Verbond Met De Levieten

Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen.

VersbegrippenLeren Van Het VerledenVerouderenGeneratiesVragenHet VerledenBedachtzaamheidVadersHet VerledenDe OuderenOuderenVerledenGrootvaders

Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.

VersbegrippenAlcoholBoterRammenZuivelWijn DrinkenRijk Voedsel

Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.

VersbegrippenZwaarlijvigheidVerlatenheidGod, De RotsGevaren Van LuxeGevaren Van RijkdomOndankbaarheid Tegenover GodRijkdom Kan Leiden TotIlustraties Van ReddingOntrouw Aan GodVette MensenSchoppen

Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.

VersbegrippenValse ReligieSoorten DemonenHeidense PraktijkenOngebruiktWat Is Niet God?Demonen

Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.

VersbegrippenIjver Van GodIjdelheidDwaze MensenWat Is Niet God?Israël Jaloers Maken

Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.

VersbegrippenMenselijke En Goddelijke HeerschappijDe Aard Van BestraffingVergeldingWraak En VergeldingSeizoenen Van Het LevenGod Voert Wraak UitBijna, In Het AlgemeenWraak

Als nu Mozes geeindigd had al die woorden tot gans Israel te spreken;

VersbegrippenLaatste Woorden

Zo zeide hij tot hen: Zet uw hart op al de woorden, die ik heden onder ulieden betuige, dat gij ze uw kinderen gebieden zult, dat zij waarnemen te doen al de woorden dezer wet.

VersbegrippenHart En De Heilige GeestKinderen OnderwijzenVolg De Geboden

Klim op den berg Abarim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaan, dat Ik den kinderen Israels tot een bezitting geven zal;

VersbegrippenIn De Bergen Trekken

Die tot zijn vader en tot zijn moeder zeide: Ik zie hem niet; en die zijn broederen niet kende, en zijn zonen niet achtte; want zij onderhielden Uw woord, en bewaarden Uw verbond.

VersbegrippenMensen VerwaarlozenOuders Niet ErenMoeders En Zonen

Zegen, HEERE! zijn vermogen, en laat U het werk zijner handen wel bevallen; versla de lenden dergenen, die tegen hem opstaan en hem haten, dat zij niet weder opstaan!

En van Jozef zeide hij: Zijn land zij gezegend van den HEERE, van het uitnemendste des hemels, van den dauw, en van de diepte, die beneden is liggende;

VersbegrippenDauw

En van het uitnemendste der aarde en haar volheid, en van de goedgunstigheid Desgenen, Die in het braambos woonde, kome de zegening op het hoofd van Jozef, en op den schedel des afgezonderden van zijn broederen!

VersbegrippenHoofdenPrinsen

En van Gad zeide hij: Gezegend zij, die aan Gad ruimte maakt! hij woont als een oude leeuw, en verscheurt den arm, ja ook den schedel.

VersbegrippenVergrotingZoals Wezen

Niemand is er gelijk God, o Jeschurun! Die op den hemel vaart tot uw hulp, en met Zijn hoogheid op de bovenste wolken.

VersbegrippenDe Uniekheid Van GodVeiligheidTheorcratieGod Die RijdtNiemand Is Zoals GodUitmuntendheidWolken

Welgelukzalig zijt gij, o Israel! wie is u gelijk? gij zijt een volk, verlost door den HEERE, het Schild uwer hulp, en Die een Zwaard is uwer hoogheid; daarom zullen zich uw vijanden geveinsdelijk aan u onderwerpen, en gij zult op hun hoogten treden!

VersbegrippenBehulpzaamHoge PlaatsenToevluchtsoordSchildenSpirituele Oorlog, HarnasZwaardenGod Is Ons SchildUniek IsraëlGod HelptGods ZwaardUitmuntendheid

In al de tekenen en de wonderen, waartoe hem de HEERE gezonden heeft, om die in Egypteland te doen aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al zijn land;

VersbegrippenAndere Wonderen

En in al die sterke hand, en in al die grote verschrikking, die Mozes gedaan heeft voor de ogen van gans Israel.

VersbegrippenMenselijke MachtOntzagToeschouwers

Alle man, die uw mond wederspannig wezen zal, en uw woorden niet horen zal in alles, wat gij hem gebieden zult, die zal gedood worden, alleenlijk wees sterk en heb goeden moed!

VersbegrippenMoed Tegenover De VijandOpstand Tegen Menselijke AutoriteitOpstand Tegen God Getoond InMoedKracht Van MensenWees Moedig!Wees Sterk!Moed

Jozua nu, de zoon van Nun, had twee mannen, die heimelijk verspieden zouden, gezonden van Sittim, zeggende: Gaat heen, bezichtigt het land en Jericho. Zij dan gingen, en kwamen ten huize van een vrouw, een hoer, wier naam was Rachab, en zij sliepen daar.

VersbegrippenOverspeligen VoorbeeldenTweeLand Als Goddelijk GeschenkEigendom, HuizenProstitutieGeheimhoudingIn Het Geheim HandelenTwee Andere MannenVerkennen

Daarom zond de koning van Jericho tot Rachab, zeggende: Breng de mannen uit, die tot u gekomen zijn, die te uwen huize gekomen zijn; want zij zijn gekomen, om het ganse land te doorzoeken.

VersbegrippenMensen Bekend Gemaakt

Maar die vrouw had die beide mannen genomen, en zij had hen verborgen; en zeide aldus: Er zijn mannen tot mij gekomen, maar ik wist niet, van waar zij waren.

VersbegrippenBehulpzaamMensen Die Mensen VerbergenGoddelijke VrouwenMan En VrouwVerborgen

En het geschiedde, als men de poort zou sluiten, als het duister was, dat die mannen uitgingen; ik weet niet, waarheen die mannen gegaan zijn; jaagt hen haastelijk na, want gij zult ze achterhalen.

VersbegrippenPoortenPoorten Sluiten

Maar zij had hen op het dak doen klimmen, en zij had hen verstoken onder de vlasstoppelen, die van haar op het dak beschikt waren.

VersbegrippenVlasHuizenOpslaanDakenBovenop Het DakMensen Die Mensen Verbergen

Die mannen nu jaagden hen na op den weg van de Jordaan, tot aan de veren; en men sloot de poort toe, nadat zij uitgegaan waren, die hen najaagden.

VersbegrippenRivieren En StromenMensen NavolgenPoorten SluitenDoorwaadbare Plaats

En zij sprak tot die mannen: Ik weet, dat de HEERE u dit land gegeven heeft, en dat ulieder verschrikking op ons gevallen is, en dat al de inwoners dezes lands voor ulieder aangezicht gesmolten zijn.

VersbegrippenPessimismeMakkelijk Voor MensenDe Moed VerliezenZonder Kracht

Want wij hebben gehoord, dat de HEERE de wateren der Schelfzee uitgedroogd heeft voor ulieder aangezicht, toen gij uit Egypte gingt; en wat gijlieden aan de twee koningen der Amorieten, Sihon en Og, gedaan hebt, die op gene zijde van de Jordaan waren, dewelke gijlieden verbannen hebt.

VersbegrippenDroogteHet Leven Van MozesVernietigingDroog LandGod Droogt De DingenEen Weg Door De Rode ZeeDe Zee GeopendTwee Andere MannenEerherstel

Toen spraken die mannen tot haar: Onze ziel zij voor ulieden om te sterven, indien gijlieden deze onze zaak niet te kennen geeft; het zal dan geschieden, wanneer de HEERE ons dit land geeft, zo zullen wij aan u weldadigheid en trouw bewijzen.

VersbegrippenTrouw In Menselijke RelatiesMenselijke BeloningOnderhandelingVerklap NietOverdaad

Ook zeiden die mannen tot haar: Wij zullen onschuldig zijn van dezen uw eed, dien gij ons hebt doen zweren;

Alzo keerden die twee mannen weder, en gingen af van het gebergte, en voeren over, en kwamen tot Jozua, den zoon van Nun; en zij vertelden hem al wat hun wedervaren was.

VersbegrippenVertellen Over Gebeurtenissen

Gij dan zult den priesteren, die de ark des verbonds dragen, gebieden, zeggende: Wanneer gijlieden komt tot aan het uiterste van het water van de Jordaan, staat stil in de Jordaan.

VersbegrippenDe Functie Van Priesters In De Tijd Van OTStaanOnbeweeglijkheidTot Rust KomenDoor Water WandelenIn De JordaanPriesters In ActiePriesters

Want het zal geschieden, met dat de voetzolen der priesteren, die de ark van den HEERE, den Heere der ganse aarde, dragen, in het water van de Jordaan zullen rusten, zo zullen de wateren van de Jordaan afgesneden worden, te weten de wateren, die van boven afvlieten, en zij zullen op een hoop blijven staan.

VersbegrippenAarde, Behorend Tot GodDragenBeëindigingDroog LandVoeten In ActieIn De JordaanDe Aard Van GodDingen Die Stoppen

En als zij, die de ark droegen, tot aan de Jordaan gekomen waren, en de voeten der priesteren, dragende de ark, ingedoopt waren in het uiterste van het water (de Jordaan nu was vol al de dagen des oogstes aan al haar oevers);

VersbegrippenHerfstDoor Water WandelenZwellenVoeten In Actie

Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op een hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt en die naar de zee des vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho.

VersbegrippenDode ZeeDe Oversteek Naar Het Beloofde LandRozen

Maar de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, stonden steevast op het droge, in het midden van de Jordaan; en gans Israel ging over op het droge, totdat al het volk geeindigd had door de Jordaan te trekken.

VersbegrippenDroog LandIn De JordaanPriesters In Actie

Jozua dan riep die twaalf mannen, die hij had doen bestellen van de kinderen Israels, uit elken stam een man.

VersbegrippenTwaalf Stammen

Jozua richtte ook twaalf stenen op, midden in de Jordaan, ter standplaats van de voeten der priesteren, die de ark des verbonds droegen; en zij zijn daar tot op dezen dag.

VersbegrippenDe Functie Van Priesters In De Tijd Van OTHet MiddenStenen Als MonumentenTwaalf DingenIn De JordaanPlaatsen Tot Op De Dag

De priesters nu, die de ark droegen, stonden midden in de Jordaan, totdat alle ding volbracht was, hetwelk de HEERE Jozua geboden had het volk aan te zeggen, naar al wat Mozes Jozua geboden had. En het volk haastte, en het trok over.

VersbegrippenHet MiddenHaastige ActiePriesters In Actie

Gebied den priesteren, die de ark der getuigenis dragen, dat zij uit de Jordaan opklimmen.

VersbegrippenPriesters In Actie

En het geschiedde, toen de priesters, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, uit het midden van de Jordaan opgeklommen waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op het droge; zo keerden de wateren van de Jordaan weder in hun plaats, en gingen als gisteren en eergisteren aan al haar oevers.

VersbegrippenDe Wonderen Van JoshuaPriesters In Actie

En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden.

VersbegrippenStenen Als MonumentenTwaalf DingenIn De Jordaan

Want de HEERE, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor uw aangezichten doen uitdrogen, totdat gijlieden er waart doorgegaan; gelijk als de HEERE, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor ons aangezicht heeft doen uitdrogen, totdat wij daardoor gegaan waren;

VersbegrippenDroogteHet Leven Van MozesDroog LandWaters Die OpdrogenGod Droogt De DingenEen Weg Door De Rode ZeeDe Zee Geopend

En het geschiedde, toen al de koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaanieten, die aan de zee waren, hoorden, dat de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd, voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er was geen moed meer in hen, voor het aangezicht der kinderen Israels.

VersbegrippenOnafhankelijkheidDroogteWestenSmeltenDroog LandVoorbij JordaniëDe Moed VerliezenHindernissen Overwinnen

Want de kinderen Israels wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig.

VersbegrippenVoedselEigendom, LandNummer VeertigOngehoorzaamheid Tot GodUitsluitingHet Beloofde Land40 Tot 50 jaarDood Als StrafMelk En HoningGevolgenBewegingZwerven

Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.

Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?

VersbegrippenStaanGods Zwaard

Gij dan allen, die krijgslieden zijt, zult rondom de stad gaan, de stad omringende eenmaal; alzo zult gij doen zes dagen lang.

VersbegrippenZes DagenMarsopdrachtVallen

En tot het volk zeide hij: Trekt door en gaat rondom deze stad; en wie toegerust is, die ga door voor de ark des HEEREN.

VersbegrippenVallenVerdergaanSpirituele Oorlog

En wie toegerust was, ging voor het aangezicht der priesteren, die de bazuinen bliezen; en de achtertocht volgde de ark na, terwijl men ging en blies met de bazuinen.

Doch deze stad zal den HEERE verbannen zijn, zij en al wat daarin is; alleenlijk zal de hoer Rachab levend blijven, zij en allen, die met haar in het huis zijn, omdat zij de boden, die wij uitgezonden hadden, verborgen heeft.

VersbegrippenDe VervloekteBehulpzaamDodenSpionnenMensen Die Mensen VerbergenOnder De Ban

Jozua nu zeide tot de twee mannen, de verspieders des lands: Gaat in het huis der vrouw, der hoer, en brengt die vrouw van daar uit, met al wat zij heeft, gelijk als gij haar gezworen hebt.

VersbegrippenSpionerenMensen Uit Andere Plaatsen HalenTwee Andere Mannen

Dus liet Jozua de hoer Rachab leven, en het huisgezin haars vaders, en al wat zij had; en zij heeft gewoond in het midden van Israel tot op dezen dag, omdat zij de boden verborgen had, die Jozua gezonden had, om Jericho te verspieden.

VersbegrippenTrouw In Menselijke RelatiesSpionerenMensen Die Mensen VerbergenWaar Wonen Mensen Tot De Dag Van VandaagHoeren

En ter zelver tijd bezwoer hen Jozua, zeggende: Vervloekt zij die man voor het aangezicht des HEEREN, die zich opmaken en deze stad Jericho bouwen zal; dat hij ze grondveste op zijn eerstgeborenen zoon, en haar poorten stelle op zijn jongsten zoon!

VersbegrippenFunderingenEerstgeboreneZonde Van De VadersBezweringPoortenMenselijke EedVervulde Voorspelling In OTDood Van De EerstgeboreneHet Jongste KindStichting Van NatiesPoorten Van De StadDe Goddeloze VervloekenWederopbouw Van Genoemde StedenWederopbouw

Als Jozua mannen zond van Jericho naar Ai, dat bij Beth-Aven ligt, aan het oosten van Beth-El, zo sprak hij tot hen, zeggende: Trekt opwaarts en bespiedt het land. Die mannen nu trokken op en bespiedden Ai.

VersbegrippenAi, De StadLand Als Goddelijk GeschenkSpionnenSpionerenGeleidelijke Verovering Van Het Land

Gij zult dan in den morgenstond aankomen naar uw stammen; en het zal geschieden, de stam, welken de HEERE geraakt zal hebben, die zal aankomen naar de geslachten, en welk geslacht de HEERE geraakt zal hebben, dat zal aankomen bij huisgezinnen, en welk huisgezin de HEERE geraakt zal hebben, dat zal aankomen man voor man.

VersbegrippenOchtendAdministratie

En het zal geschieden, die geraakt zal worden met den ban, die zal met vuur verbrand worden, hij en al wat hij heeft; omdat hij het verbond des HEEREN overtreden heeft, en omdat hij dwaasheid in Israel gedaan heeft.

VersbegrippenCrematieVuurDoodstrafMensen VerbrandenHet Verbond BrekenOnder De Ban

Toen zond Jozua boden henen, die tot de tent liepen; en ziet, het lag verborgen in zijn tent, en het zilver daaronder.

VersbegrippenDingen Onder

Zij dan namen die dingen uit het midden der tent, en zij brachten ze tot Jozua en tot al de kinderen Israels; en zij stortten ze uit voor het aangezicht des HEEREN.

VersbegrippenDingen Neerzetten

En er werd niet een man overgelaten, in Ai, noch Beth-El, die niet uittrokken, Israel na; en zij lieten de stad openstaan, en joegen Israel achterna.

VersbegrippenLege StedenOnbewaakt

Toen sprak de HEERE tot Jozua: Strek de spies uit, die in uw hand is, naar Ai, want Ik zal hen in uw hand geven. Toen strekte Jozua de spies, die in zijn hand was, naar de stad aan.

VersbegrippenSperenZij Die God In Hun Handen Heeft Gegeven

Als de mannen van Ai zich achterom keerden, zo zagen zij, en ziet, de rook der stad ging op naar den hemel; en zij hadden geen ruimte, om herwaarts of derwaarts te vlieden; want het volk, dat naar de woestijn vluchtte, keerde zich tegen degenen, die hen najoegen.

VersbegrippenVluchtelingenVuurzee

Ook kwamen die uit de stad hun tegemoet, zodat zij in het midden der Israelieten waren, deze van hier en gene van daar; en zij sloegen hen, totdat geen overige onder hen overbleef, noch die ontkwam.

VersbegrippenHet Midden

En het geschiedde, dat allen, die te dien dage vielen, zo mannen als vrouwen, waren twaalf duizend, al te zamen lieden van Ai.

VersbegrippenElf Tot Negentien Duizend

Jozua trok ook zijn hand niet terug, die hij met de spies had uitgestrekt, totdat hij al de inwoners van Ai verbannen had.

VersbegrippenVernietiging

En gans Israel met zijn oudsten, en ambtlieden, en zijn rechters, stonden aan deze en aan gene zijde der ark, voor de Levietische priesteren, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, zo vreemdelingen als inboorlingen, een helft daarvan tegenover den berg Gerizim, en een helft daarvan tegenover den berg Ebal, gelijk als Mozes, de knecht des HEEREN, bevolen had; om het volk van Israel in het eerst te zegenen.

VersbegrippenGebeurtenissen Ark Des VerbondsRechtersBreuken, Een HalfHelft Van GroepenPriesters In Actie

Daar was niet een woord van al hetgeen Mozes geboden had, dat Jozua niet overluid las voor de gehele gemeente van Israel, en de vrouwen, en de kleine kinderen, en de vreemdelingen, die in het midden van hen wandelden.

VersbegrippenVreemdelingenDe Noden Van KinderenKinderen OnderwijzenKinderen Trainen

En het geschiedde, toen dit hoorden al de koningen, die aan deze zijde van de Jordaan waren, op het gebergte, en in de laagte, en aan alle havens der grote zee, tegenover den Libanon: de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten;

VersbegrippenMiddellandse ZeeVoorbij JordaniëHeidense HeersersDe Shephelah

En alles wat Hij gedaan heeft aan de twee koningen der Amorieten die aan gene zijde van de Jordaan waren, Sihon, den koning van Hesbon, en Og, den koning van Bazan, die te Astharoth woonde.

VersbegrippenOnafhankelijkheidTwee Andere MannenVastberadenheid

En deze lederen wijnzakken, die wij gevuld hebben, waren nieuw, maar ziet, zij zijn gescheurd; en deze onze klederen, en onze schoenen zijn oud geworden, vanwege deze zeer lange reis.

VersbegrippenSchoenenDingen Die VerslijtenOngebruiktWijnzakken En Vaten

Alzo gaf Jozua hen over ten zelven dage tot houthouwers en waterputters der vergadering, en dat tot het altaar des HEEREN, tot dezen dag toe, aan de plaats, die Hij verkiezen zoude.

VersbegrippenHeilige PlaatsenAltaar Van De HeerMan Die Water SchenktBrandhoutStatuten Tot De Dag Van Vandaag

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain