4 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Ding' in de Bijbel

En Hizkia verblijdde zich over hen, en hij toonde hun zijn schathuis, het zilver, en het goud, en de specerijen, en de beste olie, en zijn ganse wapenhuis, en al wat gevonden werd in zijn schatten; er was geen ding in zijn huis, noch in zijn ganse heerschappij, dat Hizkia hun niet toonde.

VersbegrippenGoudKruiden En SpecerijenTentoonstellenArsenaalGeurDingen Die Onthuld WordenGemengde Metalen Nemen

En hij zeide: Wat hebben zij gezien in uw huis? En Hizkia zeide: Zij hebben alles gezien, wat in mijn huis is; geen ding is er in mijn schatten, dat ik hun niet getoond heb.

VersbegrippenKijken En Zien

Gij zult hen zoeken, maar zult hen niet vinden; de lieden, die met u kijven, zullen worden als niet, en die lieden, die met u oorlogen, als een nietig ding.

VersbegrippenOnbestaandZoeken Maar Geen Mensen VindenOorlogVijandelijke Aanvallen

Ziet, zij zijn altemaal ijdelheid, hun werken zijn een nietig ding, hun gegoten beelden zijn wind, en een ijdel ding.

VersbegrippenVerwarringIjdelheidAfgoden Bestaan NietBeeld

Public domain