6 gebeurtenissen in 1 vertaling
'Driehonderd' in de Bijbel
Hun getelden van den stam van Simeon waren negen en vijftig duizend en driehonderd.
Zijn heir nu, en zijn getelden waren negen en vijftig duizend en driehonderd.
Van de eerstgeborenen van de kinderen Israels nam hij dat geld, duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
Dat zijn de geslachten van Issaschar, naar hun getelden: vier en zestig duizend en driehonderd.
En de helft, te weten het deel dergenen, die tot dezen krijg uitgetogen waren, was in getal driehonderd zeven en dertig duizend en vijfhonderd schapen.
(Het halve deel nu der vergadering was, uit de schapen, driehonderd zeven en dertig duizend en vijfhonderd;
Zoekresultaten op Versies
Alle versies