'Geeft' in de Bijbel
En hij zeide tot de lieden van Sukkoth: Geeft toch enige bollen broods aan het volk, dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moede; en ik jaag Zebah en Tsalmuna, de koningen der Midianieten, achterna.
Toen zeide Gideon: Daarom, als de HEERE Zebah en Tsalmuna in mijn hand geeft, zo zal ik uw vlees dorsen met doornen der woestijn, en met distelen.
Voorts zeide Gideon tot hen: Een begeerte zal ik van u begeren: geeft mij maar een iegelijk een voorhoofdsiersel van zijn roof; want zij hadden gouden voorhoofdsierselen gehad, dewijl zij Ismaelieten waren.
En het geschiedde, dat al wie het zag, zeide: Zulks is niet geschied noch gezien, van dien dag af, dat de kinderen Israels uit Egypteland zijn opgetogen, tot op dezen dag; legt uw hart daarop, geeft raad en spreekt!
Ziet, gij allen zijt kinderen Israels, geeft hier voor ulieden woord en raad!
Zo geeft nu die mannen, die kinderen Belials, die te Gibea zijn, dat wij hen doden, en het kwaad uit Israel wegdoen. Doch de kinderen van Benjamin wilden niet horen naar de stem van hun broederen, de kinderen Israels.
Maar wij zullen hun geen vrouwen van onze dochteren kunnen geven; want de kinderen Israels hebben gezworen, zeggende: Vervloekt zij, die de Benjaminieten een vrouw geeft!
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (5)
- Exodus (6)
- Leviticus (1)
- Numberi (1)
- Deuteronomium (20)
- Jozua (7)
- Richteren (7)
- 1 Samuël (5)
- 2 Samuël (4)
- 1 Koningen (4)
- 2 Koningen (1)
- 1 Kronieken (2)
- 2 Kronieken (1)
- Ezra (1)
- Nehemia (1)
- Job (12)
- Psalmen (28)
- Spreuken (18)
- Prediker (7)
- Hooglied (1)
- Jesaja (6)
- Jeremia (9)
- Ezechiël (8)
- Daniël (6)
- Hosea (1)
- Amos (1)
- Micha (1)
- Habakuk (1)
- Zefanja (1)