'Getal' in de Bijbel
En het getal der tichelstenen, die zij gisteren en eergisteren gemaakt hebben, zult gij hun opleggen; gij zult daarvan niet verminderen; want zij gaan ledig; daarom roepen zij, zeggende: Laat ons gaan, laat ons onzen God offeren!
Zo gaat nu heen, arbeidt; doch stro zal u niet gegeven worden; evenwel zult gij het getal der tichelstenen leveren.
Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn.
Er zal geen misdrachtige, noch onvruchtbare in uw land zijn; Ik zal het getal uwer dagen vervullen.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (2)
- Exodus (5)
- Leviticus (3)
- Numberi (32)
- Deuteronomium (4)
- Jozua (2)
- Richteren (2)
- 1 Samuël (3)
- 2 Samuël (4)
- 1 Koningen (1)
- 1 Kronieken (15)
- 2 Kronieken (5)
- Ezra (5)
- Nehemia (1)
- Esther (1)
- Job (11)
- Psalmen (6)
- Prediker (3)
- Hooglied (1)
- Jesaja (4)
- Jeremia (4)
- Ezechiël (4)
- Daniël (1)
- Hosea (1)
- Joël (1)