2542 gebeurtenissen

'Hen' in de Bijbel

En Farao's heir was uit Egypte uitgetogen; en de Chaldeen, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van hen gehoord hadden, zo waren zij van Jeruzalem opgetogen.)

VersbegrippenVerdreven Aanvallen Op Jeruzalem

Want al sloegt gijlieden het ganse heir der Chaldeen, die tegen u strijden, en er bleven van hen enige verwonde mannen over, zo zouden zich die, een iegelijk in zijn tent, opmaken, en deze stad met vuur verbranden.

VersbegrippenNederlaagJeruzalem Verbranden

Zo zeiden de vorsten tot den koning: Laat toch dezen man gedood worden; want aldus maakt hij de handen der krijgslieden, die in deze stad zijn overgebleven, en de handen des gansen volks slap, alzulke woorden tot hen sprekende; want deze man zoekt den vrede dezes volks niet, maar het kwaad.

VersbegrippenLafheidBlaamProfeten DodenOp Zoek Zijn Naar Welzijn

Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder, dat hij mij niet zou weder laten brengen in Jonathans huis, om aldaar te sterven.

VersbegrippenOverlast Tegenover Mensen

En het geschiedde, als Zedekia, de koning van Juda, en al de krijgslieden hen zagen, zo vloden zij, en togen bij nacht uit de stad, door den weg van des konings hof, door de poort tussen de twee muren; en hij toog uit door den weg des vlakken velds.

VersbegrippenNatuurlijke TuinTuinbouwKomt TussenTwee Delen Van ConstructiesTuinen Aan Paleizen

Doch het heir der Chaldeen jaagde hen achterna; en zij achterhaalden Zedekia in de vlakke velden van Jericho, en vingen hem, en brachten hem opwaarts tot Nebukadrezar, den koning van Babel, naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem uit.

VersbegrippenInhalen

Als ook al de Joden, die in Moab, en onder de kinderen Ammons, en in Edom, en die in al die landen waren, hoorden, dat de koning van Babel in Juda een overblijfsel gelaten had; en dat hij Gedalia, den zoon van Ahikam, den zoon van Safan, over hen gesteld had;

VersbegrippenOverlevenden Van Israël

En zeiden tot hem: Weet gij wel, dat Baalis, de koning der kinderen Ammons, Ismael, den zoon van Nethanja, uitgezonden heeft, om u aan het leven te slaan? Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, geloofde hen niet.

VersbegrippenNiet Geloven In MensenPogingen Om Bepaalde Mensen Te Doden

En Ismael, de zoon van Nethanja, ging uit van Mizpa hun tegemoet, al gaande en wenende; en het geschiedde, als hij hen aantrof dat hij zeide: Komt tot Gedalia, den zoon van Ahikam!

VersbegrippenVoorbeelden Van Hypocrisie

Maar het geschiedde, als zij in het midden der stad gekomen waren, dat Ismael, de zoon van Nethanja, hen keelde, en wierp hen in het midden des kuils, hij en de mannen, die met hem waren.

VersbegrippenKadavers Van Andere MensenDoden Binnen Israël

Doch onder hen werden tien mannen gevonden, die tot Ismael zeiden: Dood ons niet, want wij hebben verborgen schatten in het veld, van tarwe, en gerst, en olie, en honig. Zo liet hij af, en doodde ze niet in het midden hunner broederen.

VersbegrippenVoedselGraanOpslaanTien MensenWinkels Voor Eten

En de profeet Jeremia zeide tot hen: Ik heb het gehoord; ziet, ik zal tot den HEERE, uw God, bidden naar uw woorden; en het zal geschieden, het ganse woord, dat de HEERE u zal antwoorden, zal ik u bekend maken, ik zal u niet een woord onthouden.

VersbegrippenIk Bid Voor Jou

En hij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels, tot Welken gij mij gezonden hebt, om uw smeking voor Zijn aangezicht neder te werpen:

Zo zullen al de mannen zijn, die hun aangezichten stellen, om in Egypte te gaan, om aldaar als vreemdelingen te verkeren; zij zullen sterven door het zwaard, door den honger en door de pestilentie; en zij zullen niemand hebben, die overblijve of ontkome van het kwaad, dat Ik over hen zal brengen.

VersbegrippenPestGeen OverlevendenHongersnood Doodt

En het geschiedde, als Jeremia geeindigd had tot het ganse volk te spreken al de woorden des HEEREN, huns Gods, met dewelke hem de HEERE, hun God, tot hen gezonden had, te weten al die woorden,

VersbegrippenLaatste Woorden

En zeg tot hen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal henenzenden, en Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht, halen, en Ik zal zijn troon zetten boven op deze stenen, die Ik verborgen heb; en hij zal zijn schone tent daarover spannen.

VersbegrippenVerantwoordelijkheden Van VerkiezingBurgerlijke AutoriteitenGezag Van Menselijke InstellingenDe Aard Van BedieningTroon

Ziet, Ik zal over hen waken ten kwade en niet ten goede; en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn.

VersbegrippenGedood Worden Door Het ZwaardHongersnood DoodtGod Zal Kwaad Brengen

Waarom zijn uw sterken weggeveegd? Zij stonden niet, omdat hen de HEERE voortdreef.

Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner bezoeking.

VersbegrippenHurenBezoek

Zij hebben haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE, hoewel het niet is te onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.

VersbegrippenBossenVeel StrijdersInsectenSprinkhanenBomen Vellen

En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar daarna zal zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt de HEERE.

VersbegrippenDe Profetie Over EgypteBewoningDepressie

Daarom hoort des HEEREN raadslag, dien Hij over Edom heeft beraadslaagd, en Zijn gedachten, die Hij gedacht heeft over de inwoners van Theman: Zo de geringsten van de kudde hen niet zullen nedertrekken! Indien hij hunlieder woning niet boven hen zal verwoesten!

VersbegrippenPlannenGods Plannen

Zij zullen hun tenten en hun kudden nemen, hun gordijnen en al hun gereedschap, en hun kemelen voor zich wegnemen; en zij zullen tegen hen uitroepen: Schrik van rondom!

VersbegrippenAngst Zal KomenBezittingen Nemen

Vliedt, zwerft fluks henen weg, woont in diepe plaatsen, gij inwoners van Hazor! spreekt de HEERE; want Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft een raadslag tegen ulieden beraadslaagd, en een gedachte tegen hen gedacht.

VersbegrippenPlannen

En hun kemelen zullen ten roof zijn, en de menigte van hun vee zal ten buit zijn; en Ik zal hen verstrooien in alle winden, te weten degenen, die aan de hoeken afgekort zijn; en Ik zal hunlieder verderf van al zijn zijden aanbrengen, spreekt de HEERE.

VersbegrippenGrootsheidDe Mensen VerspreidenHaar Knippen

En Ik zal de vier winden uit de vier hoeken des hemels over Elam aanbrengen, en zal hen in al diezelve winden verstrooien; en er zal geen volk zijn, waarhenen Elams verdrevenen niet zullen komen.

VersbegrippenDe Mensen VerspreidenVier WindenVerbannen Vreemdelingen

En Ik zal Elam versaagd maken voor het aangezicht hunner vijanden, en voor het aangezicht dergenen, die hun ziel zoeken, en zal een kwaad over hen brengen, de hittigheid Mijns toorns, spreekt de HEERE; en Ik zal het zwaard achter hen zenden, totdat Ik hen verteerd zal hebben.

VersbegrippenEinde

Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.

VersbegrippenNood Aan Gods BegeleidingVerliesRusteloosheidAgenten Van SatanSchapenHerder Als BeroepOntoereikende HerdersZwerversMensen Die AfdwalenMisleid WordenVerloren MensenVerloren Zijn

Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.

VersbegrippenGod Als HerderDe Aard Van HoopPleidooi Van Onschuld

Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land.

VersbegrippenBabylonSikkelsNiet ZaaienNiet Oogsten Wat Je Zaaide

Tegen het land Merathaim, trek tegen hetzelve op, en tegen de inwoners van Pekod; verwoest en verban achter hen, spreekt de HEERE, en doe naar alles, wat Ik u geboden heb.

VersbegrippenGoedkeuring Om Te Doden

Doodt met het zwaard al haar varren, laat ze afgaan ter slachting; wee over hen, want hun dag is gekomen, de tijd hunner bezoeking!

Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israels.

VersbegrippenUitdagingOntrouw Aan GodGeen OntsnappingLaat Het Kwaad TerugkaatstenTrotse Mensen

Zo zegt de HEERE der heirscharen: De kinderen Israels en de kinderen van Juda zijn te zamen verdrukt geweest; en allen, die hen gevangen hadden, hebben hen vast gehouden; zij hebben hen geweigerd los te laten.

VersbegrippenZij Die Onderdrukt ZijnKinderen MisleidenBevrijding

Het zwaard zal zijn over zijn paarden en over zijn wagenen, en over den gansen gemengden hoop, die in het midden van hen is, dat zij tot wijven worden; het zwaard zal zijn over haar schatten, dat zij geplunderd worden.

VersbegrippenStrijdwagensBabylonMachteloosheidGemengde MenigteVerwijfdheidVernietigen Van StrijdwagensZwakke Vrouwen

Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou?

VersbegrippenUitdagingenHerders Als Koningen En LeidersOntoereikende HerdersGod Als Een LeeuwWie Is Zoals God?De Regio Jordanië

Daarom hoort den raadslag des HEEREN, dien Hij over Babel heeft beraadslaagd, en Zijn gedachten, die Hij gedacht heeft over het land der Chaldeen: Zo de geringsten van de kudde hen niet zullen nedertrekken! Zo hij de woning boven hen niet zal verwoesten!

VersbegrippenPlannenGods Plannen

Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft; een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen, en er is geen geest in hen.

VersbegrippenVakluiKenmerken Van DwazenGeen Adem KrijgenDwaasheid Van De MensSchaamte Over AfgoderijZij Die Onwetend Waren

Als zij verhit zijn, zal Ik hun drank opzetten, en zal hen dronken maken, opdat zij opspringen; maar zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt de HEERE.

VersbegrippenBanketten, activiteitenGelachSlaap En DoodGod Maakt Dronken

Ik zal hen afvoeren als lammeren om te slachten, als rammen met bokken.

VersbegrippenGedood Worden Als Een DierGedood Worden Als Een Dier

Want het geschiedde, om den toorn des HEEREN tegen Jeruzalem en Juda, totdat Hij hen van Zijn aangezicht weggeworpen had; en Zedekia rebelleerde tegen den koning van Babel.

VersbegrippenOpstand Tegen Menselijke AutoriteitHet Gevolg Van De Afwijzing Van GodWeggedreven Van Gods Aanwezigheid

Als Nebuzaradan, de overste der trawanten, dezen genomen had, zo bracht hij hen tot den koning van Babel naar Ribla.

En de koning van Babel sloeg hen en doodde hen te Ribla, in het land van Hamath. Alzo werd Juda uit zijn land gevankelijk weggevoerd.

VersbegrippenDe Trouw Van GodVoorbeelden Van OorlogBallingschap van Juda naar BabylonPriesters Doden

Pe. Sion breidt haar handen uit, daar is geen trooster voor haar; de HEERE heeft van Jakob geboden, dat die rondom hem zijn, zijn tegenpartijders zouden zijn; Jeruzalem is als een afgezonderde vrouw onder hen.

VersbegrippenDe Betekenis Van JeruzalemIn Neerslachtigheid VerzinkenGeen Comfort

Thau. Geef hun een deksel des harten; Uw vloek zij over hen!

VersbegrippenSluiersGod Hardt De MensVloekende God

Cheth. Maar nu is hun gedaante verduisterd van zwartigheid, men kent hen niet op de straten; hun huid kleeft aan hun beenderen, zij is verdord, zij is geworden als een hout.

VersbegrippenHuidStokkenMenselijke HuidRoetMensen Die Verdord ZijnGeen Mensen HerkennenZwarte MensenBeperkingen

Samech. Zij riepen tot hen: Wijkt, hier is een onreine wijkt, wijkt, roert niet aan! Zekerlijk, zij zijn weggevlogen, ja, weggezworven; zij zeiden onder de heidenen: Zij zullen er niet langer wonen.

VersbegrippenRusteloosheidMensen Die Afscheid NemenZwerversNiet AanrakenIsraël Op De VluchtLaat Ons Met Rust

En elkeen had vier aangezichten; insgelijks had elkeen van hen vier vleugelen.

VersbegrippenHemelse GezichtenEngelenvleugelsVier Andere DingenCherubijn

Als nu de dieren gingen, gingen de raderen bij hen; en als de dieren van de aarde opgeheven werden, werden de raderen opgeheven.

VersbegrippenPersonen Met DingenKlimmende WezensAndere Wezens Die Omhoog Gaan

Waarhenen de geest was om te gaan, gingen zij, waarhenen de geest was om te gaan; en de raderen werden tegenover hen opgeheven; want de geest der dieren was in de raderen.

VersbegrippenPersonen Met DingenDe Geest Van WezensHet Gebruikelijke UitvoerenRichting

Als die gingen, gingen deze; en als die stonden, stonden zij; en als die van de aarde opgeheven werden, werden de raderen tegenover hen opgeheven; want de geest der dieren was in de raderen.

VersbegrippenOnbeweeglijkheidTot Rust KomenPersonen Met DingenKlimmende WezensAndere Wezens Die Omhoog GaanDe Geest Van Wezens

En deze kinderen zijn hard van aangezicht, en stijf van hart; Ik zend u tot hen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heere HEERE!

VersbegrippenMenselijke En Goddelijke HeerschappijWoord Van GodApathieHet Hart Van De Niet-WedergeborenenKarakter Van Het KwaadSpreken Als Van GodVerdeeldheid

En zij, hetzij dat zij het horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen (want zij zijn een wederspannig huis), zo zullen zij weten, dat een profeet in het midden van hen geweest is.

VersbegrippenAandacht Aan Mensen Besteden

En gij, mensenkind! vrees niet voor hen, en vrees niet voor hun woorden, hoewel wederwilligen en doornen bij u zijn, en gij bij schorpioenen woont; vrees voor hun woorden niet, en ontzet u niet voor hun aangezicht, want zij zijn een wederspannig huis.

VersbegrippenPijpDoornenHoe Predikanten Zich Moeten GedragenOngelovigen Beschreven AlsSchorpioenenWees Niet Bang Van Mensen

Maar gij zult Mijn woorden tot hen spreken, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen; want zij zijn wederspannig.

VersbegrippenAandacht Aan Mensen BestedenHet Woord Spreken Dat God Geschonken HeeftInspiratie Uit Het Oude TestamentOpstand

En Hij zeide tot mij: Mensenkind, ga henen, kom tot het huis Israels, en spreek tot hen met Mijn woorden.

VersbegrippenBemiddelingHet Woord Spreken Dat God Geschonken Heeft

Niet tot vele volken, diep van spraak en zwaar van tong, welker woorden gij niet kunt verstaan; zouden zij niet, zo Ik u tot hen gezonden had, naar u gehoord hebben?

VersbegrippenOnintelligentieGeen Taal Begrijpen

Uw voorhoofd heb Ik gemaakt als een diamant, harder dan een rots; vrees hen niet, en ontzet u niet voor hun aangezichten, omdat zij een wederspannig huis zijn.

VersbegrippenVoorhoofdenVuursteenMineralenOpstand Van IsraëlHardheidGod Hardt De MensItems In SteenWees Niet Bang Van Mensen

En ga henen, kom tot de weggevoerden, tot de kinderen uws volks, en spreek tot hen, en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen.

VersbegrippenMenselijke En Goddelijke HeerschappijMensen VerbannenAandacht Aan Mensen BestedenSpreken Als Van God

En ik hoorde het geluid van der dieren vleugelen, die de een den ander raakten, en het geluid der raderen tegenover hen; en het geluid ener grote ruising.

VersbegrippenVleugelsWielenEngelenvleugelsHeilige Dingen AanrakenGeluid

En ik kwam tot de weggevoerden te Tel-Abib, die aan de rivier Chebar woonden, en ik bleef daar zij woonden; ja, ik bleef daar verbaasd in het midden van hen zeven dagen.

VersbegrippenRivieren En StromenWekenMensen Die Versteld StaanRivieren Als Plaatsen Van Gebed

Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

VersbegrippenWaakzaamheid Van LeidersWachterRoeping

Want u aangaande, mensenkind, ziet, zij zouden dikke touwen aan u leggen, en zij zouden u daarmede binden; daarom zult gij niet uitgaan in het midden van hen.

VersbegrippenVastbinden

Maar als Ik met u spreken zal, zal Ik uw mond opendoen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heere HEERE, wie hoort, die hore, en wie het laat, die late het; want zij zijn een wederspannig huis.

VersbegrippenOnwillige MensenMet De Mond SprekenHet Woord Spreken Dat God Geschonken HeeftLuisteren Naar GodOpstand

En de HEERE zeide: Alzo zullen de kinderen Israels hun brood onrein eten onder de heidenen, waarhenen Ik hen verdrijven zal.

VersbegrippenVerbanning In VoouitzichtOnreine DingenPoep

Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.

VersbegrippenHet MiddenEen DerdeDingen Die Gestript WordenJeruzalem VerbrandenVoorspelde Aanvallen Op JeruzalemAndere Verwijzingen Naar Haar

Een derde deel van u zal van de pestilentie sterven, en zal door honger in het midden van u te niet worden; en een derde deel zal in het zwaard vallen rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.

VersbegrippenPlagenRestPestEen DerdeDingen Die Gestript WordenHongersnood Doodt

Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben.

VersbegrippenEmoties Getoond Door GodWoedeAfnemende WoedeLuchten

Wanneer Ik de boze pijlen des hongers tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die Ik uitzenden zal om u te verderven; zo zal Ik den honger over u vermeerderen, en u den staf des broods breken.

VersbegrippenPijlen, Figuurlijk GebruiktPijlen, Beschreven AlsBoogschutters Naar Gods GelijkenisHongersnood Komende Van God

Die verre af is, zal door de pest sterven, en die nabij is, zal door het zwaard vallen; maar die overgebleven en belegerd is, zal door honger sterven; alzo zal Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbrengen.

VersbegrippenHongersnood Doodt

Daarom zal Ik Mijn hand over hen uitstrekken, en zal het land woest maken, ja, woester dan de woestijn naar Diblath henen, in al hun woningen; en zij zullen bevinden, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenHand Van GodGods HandVernietiging Van LandenGods Uitgestrekte Handen

Het geweld is opgerezen tot een roede der goddeloosheid; niets van hen zal overblijven, noch van hun menigte, noch van hun gedruis, en geen klage zal over hen zijn.

VersbegrippenDingen Die VerdwijnenVeel VerzamelenGeweld NavolgenGroeiende PlantenArm Worden

Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinigheid zijn; hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen uithelpen ten dage der verbolgenheid des HEEREN; hun ziel zullen zij niet verzadigen, en hun ingewanden zullen zij niet vullen; want het zal de aanstoot hunner ongerechtigheid zijn.

VersbegrippenVermogen Om Te BezorgenOntevredenheidGoudWeggooienTevredenheidMagenStruikelenSchatRedding, Niet Door De WerkenDingen WegsturenDe Aantocht Van ZondeDingen Die Niet Kunnen ReddenGods Werk VerhinderenDe Terkortkomingen Van GeldGeld Sparen

Ook zal Ik Mijn aangezicht van hen omwenden, en zij zullen Mijn verborgen plaats ontheiligen; want inbrekers zullen daar inkomen en die ontheiligen.

VersbegrippenGezicht Van GodHemelse GezichtenDe Tempel BinnengaanGod Verandert Van GedachtenVerontreinigen Heilige PlaatsenIndringers In De Tempel

Daarom zal Ik de kwaadste der heidenen doen komen, die hun huizen erfelijk bezitten zullen, en zal den hoogmoed der sterken doen ophouden, en die hen heiligen, zullen ontheiligd worden.

VersbegrippenHet Gevolg Van De Afwijzing Van GodHeiligdomBeëindigingBeperkingen Van KrachtGod Tegen De HoogmoedigenHuizen Onder AanvalMensen Die Andere Dingen BezittenVerontreinigen Heilige PlaatsenDingen Die Stoppen

En zeventig mannen uit de oudsten van het huis Israels, met Jaazanja, den zoon van Safan, staande in het midden van hen, stonden voor hun aangezichten; en een ieder had zijn rookvat in zijn hand, en een overvloedige wolk des reukwerks ging op.

VersbegrippenWierookvatenWierook Tijdens De MisDe Jaren Zeventig

Daarom zal Ik ook handelen in grimmigheid, Mijn oog zal niet verschonen, en Ik zal niet sparen; hoewel zij voor Mijn oren met luider stem roepen, nochtans zal Ik hen niet horen.

VersbegrippenHorenKreten Van Ellende Tot GodGod Zonder GenadeNiet Spaarzaam ZijnWoede En VergiffenisMedelijden

En ziet, zes mannen kwamen van den weg der Hoge poort, die gekeerd is naar het noorden, en elkeen met zijn verpletterend wapen in zijn hand; en een man in het midden van hen was met linnen bekleed, en een schrijvers-inktkoker was aan zijn lenden; en zij kwamen in, en stonden bij het koperen altaar.

VersbegrippenZes MensenTot De Poorten KomenGericht Naar Het NoordenOp Voorwerpen SchrijvenWapens Voor GodHet Bronzen Altaar OpzettenDoodstraf Voor Moorden

En Hij zeide tot hen: Verontreinigt het huis, en vervult de voorhoven met verslagenen; gaat henen uit. En zij gingen henen uit, en zij sloegen in de stad.

VersbegrippenHet Heiligdom VullenBuitengaanGod DodendGod Doodde Zijn MensenRechtbanken Van De Tempel

Het geschiedde nu, als zij hen geslagen hadden, en ik overgebleven was, dat ik op mijn aangezicht viel, en riep, en zeide: Ach, Heere HEERE, zult Gij al het overblijfsel van Israel verderven, met Uw grimmigheid uit te gieten over Jeruzalem?

VersbegrippenGodslastering Tegen GodBuigingRestOverlevenden Vernietigd

En als de cherubs gingen, zo gingen die raderen nevens dezelven; en als de cherubs hun vleugelen ophieven, om zich van de aarde omhoog te heffen, zo keerden zich diezelve raderen ook niet om van bij hen.

VersbegrippenWielenEngelenvleugelsPersonen Met DingenKlimmende WezensAndere Wezens Die Omhoog GaanCherubijn

Als die stonden, stonden deze, en als die opgeheven werden, hieven zich deze ook op; want de geest der dieren was in hen.

VersbegrippenOnbeweeglijkheidTot Rust KomenKlimmende WezensAndere Wezens Die Omhoog GaanDe Geest Van Wezens

En de cherubs hieven hun vleugelen op, en verhieven zich van de aarde omhoog voor mijn ogen, als zij uitgingen; en de raderen waren tegenover hen; en elkeen stond aan de deur der Oostpoort van het huis des HEEREN; en de heerlijkheid des Gods Israels was van boven over hen.

VersbegrippenDe Glorie Van GodTot De Poorten KomenOnbeweeglijkheidTot Rust KomenEngelenvleugelsOostelijke PoortenPersonen Met DingenKlimmende WezensAndere Wezens Die Omhoog Gaan

Toen hief mij de Geest op, en bracht mij tot de Oostpoort van het huis des HEEREN, dewelke ziet oostwaarts; en ziet, aan de deur der poort waren vijf en twintig mannen, en in het midden van hen zag ik Jaazanja, den zoon van Azzur, en Pelatja, den zoon van Benaja, vorsten des volks.

VersbegrippenKompassenToegangswegen Tot De TempelGericht Naar Het OostenGod Verheft De MensTwintigtal

Daarom profeteer tegen hen; profeteer, o mensenkind!

VersbegrippenVoorspelling!

Daarom zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Hoewel Ik hen verre onder de heidenen weggedaan heb, en hoewel Ik hen in de landen verstrooid heb, nochtans zal Ik hun een weinig tijds tot een heiligdom zijn, in de landen, waarin zij gekomen zijn.

VersbegrippenHeiligdomGod Die Israël VerstrooitVer Van HierMensen Uit Je Leven Verwijderen

Toen hieven de cherubs hun vleugelen op, en de raderen tegenover hen; en de heerlijkheid des Gods van Israel was over hen van boven.

VersbegrippenWielenEngelenvleugelsCherubijn

Zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Deze last is tegen den vorst te Jeruzalem, en het ganse huis Israels, dat in het midden van hen is.

En de vorst, die in het midden van hen is, zal het gereedschap op den schouder dragen in donker, en hij zal uitgaan; zij zullen door den wand graven, om hem daardoor uit te brengen; hij zal zijn aangezicht bedekken, opdat hij met het oog de aarde niet zie.

VersbegrippenDe Daad Van OpenenMuren OpenenBuitengaanDuisternis Van De NachtAndere Ladingen Dragen

En allen, die rondom hem zijn tot zijn hulp, en al zijn benden zal Ik in alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.

VersbegrippenGod Die Israël VerstrooitDingen Die Gestript WordenGeen HulpGods Zwaard

Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal.

VersbegrippenGod Die Israël Verstrooit

Doch Ik zal van hen weinige lieden doen overblijven van het zwaard, van den honger en van de pestilentie; opdat zij al hun gruwelen vertellen onder de heidenen, waarhenen zij komen zullen, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

VersbegrippenKleine OverblijfselenGeen Hongersnood MeerOverlevenden Van IsraëlEnkele MensenBerouw Over WandadenBeleden Zonde

Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, dat zij het niet meer ten spreekwoord gebruiken zullen in Israel. Maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij gekomen, en het woord van ieder gezicht.

VersbegrippenBeëindigingBijna, In Het AlgemeenOude GezegdesDingen Die StoppenEinde Van DagenIsraëlVervulling

Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden, spreekt de Heere HEERE.

VersbegrippenGod Die Niet Uitstelt

Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen.

VersbegrippenBedrog Door Valse LerarenProfeten Die Niet Gestuurd WerdenWoorden Van De Mens Die Vervuld Worden

Mensenkind, deze mannen hebben hun drekgoden in hun hart opgezet, en hebben den aanstoot hunner ongerechtigheid recht voor hun aangezichten gesteld; word Ik dan ernstiglijk van hen gevraagd?

VersbegrippenDe Aard Van Het HartIdoolaanbiddingVooraanGods Werk Verhinderen

Daarom spreek met hen, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Een ieder man uit het huis Israels, die de drekgoden in zijn hart opzet, en den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht stelt, en komt tot den profeet, Ik, de HEERE zal hem, als hij komt, antwoorden naar de menigte zijner drekgoden;

VersbegrippenDe Aard Van Het HartGod Zal AntwoordenIdoolaanbiddingGod Tegen AfgoderijVooraanGods Werk Verhinderen

Want Ik zal Mijn aangezicht tegen hen zetten; als zij van het ene vuur uitgaan, zal het andere vuur hen verteren; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn aangezicht tegen hen gesteld zal hebben.

VersbegrippenGezicht Van GodJeruzalem VerbrandenGod Tegen

Dat gij Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan?

VersbegrippenKindofferIdoolaanbidding

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain