'Hoe' in de Bijbel
Maar hoe meer zij het verdrukten, hoe meer het vermeerderde, en hoe meer het wies; zodat zij verdrietig waren vanwege de kinderen Israels.
Toen zeide Mozes tot God: Zie, wanneer ik kom tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: De God uwer vaderen heeft mij tot ulieden gezonden; en zij mij zeggen: Hoe is Zijn naam? wat zal ik tot hen zeggen?
Doch Mozes sprak voor den HEERE, zeggende: Zie, de kinderen Israels hebben naar mij niet gehoord; hoe zou mij dan Farao horen? daartoe ben ik onbesneden van lippen.
Toen zeide Mozes voor het aangezicht des HEEREN: Zie, ik ben onbesneden van lippen; hoe zal dan Farao naar mij horen?
Zo gingen Mozes en Aaron tot Farao, en zeiden tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Hoe lang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.
En de knechten van Farao zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik zijn, laat de mannen trekken, dat zij den HEERE hun God dienen! weet gij nog niet, dat Egypte verloren is?
Toen zeide de HEERE tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?
Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht hebt.
Toen wrocht Bezaleel en Aholiab, en alle man, die wijs van hart was, in denwelken de HEERE wijsheid en verstand gegeven had, om te weten, hoe zij maken zouden alle werk ten dienste des heiligdoms naar alles, dat de HEERE geboden had.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (11)
- Exodus (9)
- Numberi (3)
- Deuteronomium (8)
- Jozua (3)
- Richteren (2)
- Ruth (1)
- 1 Samuël (9)
- 2 Samuël (11)
- 1 Koningen (5)
- 2 Koningen (9)
- 1 Kronieken (1)
- 2 Kronieken (2)
- Nehemia (2)
- Esther (1)
- Job (15)
- Psalmen (36)
- Spreuken (6)
- Prediker (3)
- Hooglied (4)
- Jesaja (9)
- Jeremia (25)
- Klaagliederen (4)
- Ezechiël (3)
- Daniël (3)
- Hosea (2)
- Joël (1)
- Obadja (2)
- Jona (2)
- Micha (1)
- Habakuk (2)
- Zefanja (1)
- Haggaï (38)
- Zacharia (3)