'Ik' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:29-Genesis 21:30
- 2.Genesis 22:1-Genesis 31:31
- 3.Genesis 31:35-Genesis 48:11
- 4.Genesis 48:15-Exodus 16:12
- 5.Exodus 16:32-Leviticus 18:6
- 6.Leviticus 18:21-Numberi 11:15
- 7.Numberi 11:17-Deuteronomium 2:9
- 8.Deuteronomium 2:19-Deuteronomium 26:3
- 9.Deuteronomium 26:10-Jozua 24:10
- 10.Jozua 24:11-Ruth 1:17
- 11.Ruth 1:21-1 Samuël 17:29
- 12.1 Samuël 17:35-2 Samuël 3:35
- 13.2 Samuël 3:39-2 Samuël 22:3
- 14.2 Samuël 22:4-1 Koningen 17:18
- 15.1 Koningen 17:20-2 Koningen 9:12
- 16.2 Koningen 9:17-2 Kronieken 6:38
- 17.2 Kronieken 7:12-Nehemia 6:1
- 18.Nehemia 6:3-Job 12:3
- 19.Job 12:4-Job 31:34
- 20.Job 31:35-Psalmen 18:29
- 21.Psalmen 18:37-Psalmen 41:4
- 22.Psalmen 41:9-Psalmen 71:17
- 23.Psalmen 71:18-Psalmen 108:7
- 24.Psalmen 108:9-Psalmen 119:104
- 25.Psalmen 119:106-Psalmen 145:5
- 26.Psalmen 145:6-Prediker 7:29
- 27.Prediker 8:2-Jesaja 21:2
- 28.Jesaja 21:3-Jesaja 44:5
- 29.Jesaja 44:6-Jesaja 57:12
- 30.Jesaja 57:15-Jeremia 5:14
- 31.Jeremia 5:15-Jeremia 16:13
- 32.Jeremia 16:15-Jeremia 26:4
- 33.Jeremia 26:5-Jeremia 33:14
- 34.Jeremia 33:15-Jeremia 50:31
- 35.Jeremia 50:32-Ezechiël 7:4
- 36.Ezechiël 7:8-Ezechiël 16:48
- 37.Ezechiël 16:50-Ezechiël 24:24
- 38.Ezechiël 24:25-Ezechiël 34:12
- 39.Ezechiël 34:13-Ezechiël 43:3
- 40.Ezechiël 43:6-Hosea 2:1
- 41.Hosea 2:2-Amos 1:14
- 42.Amos 2:1-Nahum 3:7
- 43.Habakuk 1:2-Zacharia 5:10
- 44.Zacharia 6:1-Mattheüs 7:24
- 45.Mattheüs 8:3-Mattheüs 24:47
- 46.Mattheüs 25:12-Markus 11:29
- 47.Markus 11:33-Lukas 12:8
- 48.Lukas 12:17-Lukas 23:43
- 49.Lukas 23:46-Johannes 8:37
- 50.Johannes 8:38-Johannes 14:30
- 51.Johannes 14:31-Handelingen 2:35
- 52.Handelingen 3:6-Handelingen 23:35
- 53.Handelingen 24:4-Romeinen 11:14
- 54.Romeinen 11:19-1 Corinthiërs 10:33
- 55.1 Corinthiërs 11:1-2 Corinthiër 11:9
- 56.2 Corinthiër 11:11-Filippenzen 1:19
- 57.Filippenzen 1:20-Filémon 1:22
- 58.Hebreeën 1:5-Openbaring 3:3
- 59.Openbaring 3:5-Openbaring 22:16
- 60.Openbaring 22:18-Openbaring 22:20
Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.
Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.
Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.
De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.
Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.
Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.
Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.
Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.
Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.
Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.
Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.
Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.
Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.
Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.
Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.
Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.
Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.
De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.
Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.
Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.
Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.
Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.
Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.
Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.
Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.
Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.
Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.
Ik loof U zeven maal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.
O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.
Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.
Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.
O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.
Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zijn zij aan den oorlog.
Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal.
Een lied Hammaaloth, van David. Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan.
Om mijner broederen en mijner vrienden wil, zal ik nu spreken, vrede zij in u!
Om des huizes des HEEREN, onzes Gods wil, zal ik het goede voor u zoeken.
Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.
Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!
Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.
Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij.
Zo ik in de tent mijns huizes inga, zo ik op de koets van mijn bed klimme!
Zo ik mijn ogen slaap geve, mijn oogleden sluimering;
Totdat ik voor den HEERE een plaats gevonden zal hebben, woningen voor den Machtige Jakobs!
De HEERE heeft David de waarheid gezworen, waarvan Hij niet wijken zal, zeggende: Van de vrucht uws buiks zal Ik op uw troon zetten.
Indien uw zonen Mijn verbond zullen houden, en Mijn getuigenissen, die Ik hun leren zal; zo zullen ook hun zonen tot in eeuwigheid op uw troon zitten.
Dit is Mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd.
Ik zal haar kost rijkelijk zegenen, haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.
En haar priesters zal Ik met heil bekleden, en haar gunstgenoten zullen zeer juichen.
Daar zal Ik David een hoorn doen uitspruiten; Ik heb voor Mijn Gezalfde een lamp toegericht.
Ik zal zijn vijanden met schaamte bekleden; maar op hem zal zijn kroon bloeien.
Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is.
Indien ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelve!
Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijner blijdschap!
Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.
Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.
Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend; Uw hand strekt Gij uit tegen den toorn mijner vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij.
De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.
Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?
Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.
Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee;
Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.
Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.
Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.
Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.
Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?
Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.
Ik heb tot den HEERE gezegd: Gij zijt mijn God; neem ter ore, o HEERE! de stem mijner smekingen.
Ik weet, dat de HEERE de rechtzaak des ellendigen, en het recht der nooddruftigen zal uitvoeren.
Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.
Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.
Doch op U zijn mijn ogen, HEERE, Heere! op U betrouw ik, ontbloot mijn ziel niet.
Dat de goddelozen elk in zijn garen vallen, te zamen, totdat ik zal zijn voorbijgegaan.
Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de spelonk was. (1a) Ik riep met mijn stem tot den HEERE; ik smeekte tot den HEERE met mijn stem.
Ik stortte mijn klacht uit voor Zijn aangezicht; ik gaf te kennen voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid.
Als mijn geest in mij overstelpt was, zo hebt Gij mijn pad gekend. Zij hebben mij een strik verborgen op den weg, dien ik gaan zou.
Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand, die mij kende, er was geen ontvlieden voor mij; niemand zorgde voor mijn ziel.
Tot U riep ik, o HEERE! ik zeide: Gij zijt mijn Toevlucht, mijn Deel in het land der levenden.
Let op mijn geschrei, want ik ben zeer uitgeteerd; red mij van mijn vervolgers, want zij zijn machtiger dan ik.
Ik gedenk aan de dagen van ouds; ik overleg al Uw daden; ik spreek bij mijzelven van de werken Uwer handen.
Ik breid mijn handen uit tot U; mijn ziel is voor U als een dorstig land. Sela.
Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen.
Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.
Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik.
En roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel beangstigen; want ik ben Uw knecht.
Mijn Goedertierenheid en mijn Burg, mijn Hoog Vertrek en mijn Bevrijder voor mij, mijn Schild, en op Wien ik mij betrouwe; Die mijn volk aan mij onderwerpt!
O God! ik zal U een nieuw lied zingen; met de luit en het tiensnarig instrument zal ik U psalmzingen.
Een lofzang van David. Aleph. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos.
Beth. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos.
He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:29-Genesis 21:30
- 2.Genesis 22:1-Genesis 31:31
- 3.Genesis 31:35-Genesis 48:11
- 4.Genesis 48:15-Exodus 16:12
- 5.Exodus 16:32-Leviticus 18:6
- 6.Leviticus 18:21-Numberi 11:15
- 7.Numberi 11:17-Deuteronomium 2:9
- 8.Deuteronomium 2:19-Deuteronomium 26:3
- 9.Deuteronomium 26:10-Jozua 24:10
- 10.Jozua 24:11-Ruth 1:17
- 11.Ruth 1:21-1 Samuël 17:29
- 12.1 Samuël 17:35-2 Samuël 3:35
- 13.2 Samuël 3:39-2 Samuël 22:3
- 14.2 Samuël 22:4-1 Koningen 17:18
- 15.1 Koningen 17:20-2 Koningen 9:12
- 16.2 Koningen 9:17-2 Kronieken 6:38
- 17.2 Kronieken 7:12-Nehemia 6:1
- 18.Nehemia 6:3-Job 12:3
- 19.Job 12:4-Job 31:34
- 20.Job 31:35-Psalmen 18:29
- 21.Psalmen 18:37-Psalmen 41:4
- 22.Psalmen 41:9-Psalmen 71:17
- 23.Psalmen 71:18-Psalmen 108:7
- 24.Psalmen 108:9-Psalmen 119:104
- 25.Psalmen 119:106-Psalmen 145:5
- 26.Psalmen 145:6-Prediker 7:29
- 27.Prediker 8:2-Jesaja 21:2
- 28.Jesaja 21:3-Jesaja 44:5
- 29.Jesaja 44:6-Jesaja 57:12
- 30.Jesaja 57:15-Jeremia 5:14
- 31.Jeremia 5:15-Jeremia 16:13
- 32.Jeremia 16:15-Jeremia 26:4
- 33.Jeremia 26:5-Jeremia 33:14
- 34.Jeremia 33:15-Jeremia 50:31
- 35.Jeremia 50:32-Ezechiël 7:4
- 36.Ezechiël 7:8-Ezechiël 16:48
- 37.Ezechiël 16:50-Ezechiël 24:24
- 38.Ezechiël 24:25-Ezechiël 34:12
- 39.Ezechiël 34:13-Ezechiël 43:3
- 40.Ezechiël 43:6-Hosea 2:1
- 41.Hosea 2:2-Amos 1:14
- 42.Amos 2:1-Nahum 3:7
- 43.Habakuk 1:2-Zacharia 5:10
- 44.Zacharia 6:1-Mattheüs 7:24
- 45.Mattheüs 8:3-Mattheüs 24:47
- 46.Mattheüs 25:12-Markus 11:29
- 47.Markus 11:33-Lukas 12:8
- 48.Lukas 12:17-Lukas 23:43
- 49.Lukas 23:46-Johannes 8:37
- 50.Johannes 8:38-Johannes 14:30
- 51.Johannes 14:31-Handelingen 2:35
- 52.Handelingen 3:6-Handelingen 23:35
- 53.Handelingen 24:4-Romeinen 11:14
- 54.Romeinen 11:19-1 Corinthiërs 10:33
- 55.1 Corinthiërs 11:1-2 Corinthiër 11:9
- 56.2 Corinthiër 11:11-Filippenzen 1:19
- 57.Filippenzen 1:20-Filémon 1:22
- 58.Hebreeën 1:5-Openbaring 3:3
- 59.Openbaring 3:5-Openbaring 22:16
- 60.Openbaring 22:18-Openbaring 22:20
Verwante onderwerpen
- Abraham
- Afwijzing Van God
- Alwetende God
- Bang Zijn
- Beantwoorde Beloften
- Bedankt
- Begin
- Beleden Zonde
- Bescherming Tegen Gevaar
- Beweringen
- Beëindiging
- Christus Die De Waarheid Spreekt
- Dat Ben Ik
- De Daad Van Openen
- De Gerechtigheid Van God
- De Heer Is God
- De Menselijke Beschrijvingen Van God
- De Namen Voor Christus
- De Openbaring Van God
- De Regenboog
- De Vader
- Doelen
- Eenzaamheid
- Engelen Die Gods Werk Doen
- Gabriël
- Geboden in OT
- Gezicht Van God
- God Aanroepen
- God Als Rechter
- God Dodend
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God Tegen
- Goddelijk Hart
- Gods Hand
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Stem
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Waarheid
- Gods Werk Verhinderen
- Gods Woord Is Rechtvaardig
- Hand Van God
- Het Gevolg Van De Afwijzing Van God
- Het Woord Spreken Dat God Geschonken Heeft
- Ik Ben De Heer
- Ik Bid
- Ik Volg De Geboden
- Ik Zal Hun God Zijn
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Individuen Dienen
- Land
- Lauw
- Liefde Voor God
- Lof
- Luisteren Naar God
- Messiaanse Profetieën
- Mezelf
- Minderwaardigheid
- Missie Van Jezus Christus
- Monden
- Nabijheid Van De Dood
- Nacht
- Namen En Titels Voor Christus
- Nederigheid
- Nederlaag
- Overwinnen
- Pleidooi Van Onschuld
- Regenboog
- Rekeningen Vereffenen
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Samenkomen Israël
- Tevreden Zijn
- Vals Vertrouwen
- Volg De Geboden
- Volg De Geboden Van Christus
- Voorspellingen Over Christus
- Voorspellingen Uitgesproken Door Jezus
- Voortdurend
- Wanhoop
- We Danken God
- We Hebben Gezondigd
- Wederopbouw
- Wegen Van De Mens
- Weten Over Gods Koninkrijk