3 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Lag' in de Bijbel

En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.

VersbegrippenZiektesKoortsSchoonmoeders

En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.

VersbegrippenBovenop Het DakMenigtesHuizenDakBeddenDe Daad Van OpenenMuren OpenenMensen Naar Beneden HalenNadelen Van MenigtesNiet Mogelijk Om Andere Dingen Te DoenDe Mens Tot Jezus Brengen

En zij belachten Hem; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich den vader en de moeder des kinds, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag.

VersbegrippenGelachHuizen BinnengaanChristus Die Mensen VerdrijftChristus Die Met Mensen GaatMet Christus Spotten

Public domain