'Onder' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:7-Numberi 1:47
- 2.Numberi 1:49-Jozua 13:5
- 3.Jozua 14:3-1 Koningen 7:30
- 4.1 Koningen 7:32-Esther 9:28
- 5.Job 1:16-Psalmen 140:3
- 6.Spreuken 1:14-Jeremia 5:26
- 7.Jeremia 6:15-Ezechiël 36:19
- 8.Ezechiël 36:21-Markus 9:10
- 9.Markus 9:33-Handelingen 27:7
- 10.Handelingen 27:16-1 Timotheüs 1:20
- 11.1 Timotheüs 3:16-Openbaring 12:1
Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.
En ik zag onder de slechten; ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling;
De hand der vlijtigen zal heersen; maar de bedriegers zullen onder cijns wezen.
Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.
Een gift in het verborgene houdt den toorn onder, en een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid.
Wees niet onder degenen, die in de hand klappen, onder degenen, die voor schulden borg zijn.
Zo gij niet hadt om te betalen, waarom zou men uw bed van onder u wegnemen?
Zijt niet onder de wijnzuipers, noch onder de vleesvreters;
Ook loert zij als een rover; en zij vermenigvuldigt de trouwelozen onder de mensen.
Een geslacht, welks tanden zwaarden, en welks baktanden messen zijn, om de ellendigen van de aarde en de nooddruftigen van onder de mensen te verteren.
De oude leeuw geweldig onder de gedierten, die voor niemand zal wederkeren;
Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?
Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.
Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.
En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren.
Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes.
Ik heb in mijn hart nagespeurd, om mijn vlees op te houden in den wijn, (nochtans leidende mijn hart in wijsheid) en om de dwaasheid vast te houden, totdat ik zou zien wat den kinderen der mensen het best ware, dat zij doen zouden onder den hemel, gedurende het getal der dagen huns levens.
Toen wendde ik mij tot al mijn werken, die mijn handen gemaakt hadden, en tot den arbeid, dien ik werkende gearbeid had; ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes, en daarin was geen voordeel onder de zon.
Daarom haatte ik dit leven, want dit werk dacht mij kwaad, dat onder de zon geschiedt; want het is al ijdelheid en kwelling des geestes.
Ik haatte ook al mijn arbeid, dien ik bearbeid had onder de zon, dat ik dien zou achterlaten aan een mens, die na mij wezen zal.
Want wie weet, of hij wijs zal zijn, of dwaas? Evenwel zal hij heersen over al mijn arbeid, dien ik bearbeid heb en dien ik wijselijk beleid heb onder de zon. Dat is ook ijdelheid.
Daarom keerde ik mij om, om mijn hart te doen wanhopen over al den arbeid, dien ik bearbeid heb onder de zon.
Wat heeft toch die mens van al zijn arbeid, en van de kwellingen zijns harten, dien hij is bearbeidende onder de zon?
Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd.
Verder heb ik ook gezien onder de zon, ter plaatse des gerichts, aldaar was goddeloosheid; en ter plaatse der gerechtigheid, aldaar was goddeloosheid.
Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster.
Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt.
Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon;
Ik zag al de levenden wandelen onder de zon, met de jongeling, den tweede, die in diens plaats staan zal.
Er is een kwaad, dat krankheid aanbrengt, hetwelk ik zag onder de zon: rijkdom van zijn bezitters bewaard tot hun eigen kwaad.
Ziet, wat ik gezien heb, een goede zaak, die schoon is: te eten en te drinken, en te genieten het goede van al zijn arbeid, die hij bearbeid heeft onder de zon, gedurende het getal der dagen zijns levens, hetwelk God hem geeft; want dat is zijn deel.
Er is een kwaad, dat ik gezien heb onder de zon, en het is veel onder de mensen:
Want wie weet, wat goed is voor den mens in dit leven, gedurende het getal der dagen van het leven zijner ijdelheid, welke hij doorbrengt als een schaduw? Want wie kan den mens aanzeggen, wat na hem wezen zal onder de zon?
Want gelijk het geluid der doornen onder een pot is, alzo is het lachen eens zots. Dit is ook ijdelheid.
Dewelke mijn ziel nog zoekt, maar ik heb haar niet gevonden: een man uit duizend heb ik gevonden; maar een vrouw onder die allen heb ik niet gevonden.
Dit alles heb ik gezien, toen ik mijn hart begaf tot alle werk, dat onder de zon geschiedt: er is een tijd, dat de ene mens over den anderen mens heerst, hem ten kwade.
Daarom prees ik de blijdschap, dewijl de mens niets beters heeft onder de zon, dan te eten, en te drinken, en blijde te zijn; want dat zal hem aankleven van zijn arbeid, de dagen zijns levens, die hem God geeft onder de zon.
Toen zag ik alle werk Gods, dat de mens niet kan uitvinden, het werk, dat onder de zon geschiedt, om hetwelk een mens arbeidt om te zoeken, maar hij zal het niet uitvinden; ja, indien ook een wijze zeide, dat hij het zou weten, zo zal hij het toch niet kunnen uitvinden.
Dit is een kwaad onder alles, wat onder de zon geschiedt, dat enerlei ding allen wedervaart, en dat ook het hart der mensenkinderen vol boosheid is, en dat er in hun leven onzinnigheden zijn in hun hart; en daarna moeten zij naar de doden toe.
Ook is alrede hun liefde, ook hun haat, ook hun nijdigheid vergaan; en zij hebben geen deel meer in deze eeuw in alles, wat onder de zon geschiedt.
Geniet het leven met de vrouw, die gij liefhebt, al de dagen uws ijdelen levens, welke God u gegeven heeft onder de zon, al uw ijdele dagen; want dit is uw deel in dit leven, en van uw arbeid, dien gij arbeidt onder de zon.
Ik keerde mij, en zag onder de zon, dat de loop niet is der snellen, noch de strijd der helden, noch ook de spijs der wijzen, noch ook de rijkdom der verstandigen, noch ook de gunst der welwetenden, maar dat tijd en toeval aan alle dezen wedervaart;
Ook heb ik onder de zon deze wijsheid gezien, en zij was groot bij mij:
Er is nog een kwaad, dat ik gezien heb onder de zon, als een dwaling, die van het aangezicht des oversten voortkomt.
Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen, en weid uw geiten bij de woningen der herderen.
Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.
Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn Liefste onder de zonen; ik heb groten lust in Zijn schaduw, en zit er onder, en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.
Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.
Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn, Die weidt onder de lelien,
Uw tanden zijn als een kudde schapen, die geschoren zijn, die uit de wasstede opkomen; die al te zamen tweelingen voortbrengen, en geen onder hen is jongeloos.
Uw twee borsten zijn gelijk twee welpen, tweelingen van een ree, die onder de lelien weiden.
Uw lippen, o bruid! druppen van honigzeem; honig en melk is onder uw tong, en de reuk uwer klederen is als de reuk van Libanon.
Wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, o gij schoonste onder de vrouwen! wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, dat gij ons zo bezworen hebt!
Waar is uw Liefste heengegaan, o gij schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken?
Ik ben mijns Liefsten, en mijn Liefste is mijn, Die onder de lelien weidt.
Uw tanden zijn als een kudde schapen, die uit de wasstede opkomen, die al te zamen tweelingen voortbrengen, en onder dezelve is geen jongeloos.
Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.
Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste? Onder den appelboom heb ik u opgewekt, daar heeft u uw moeder met smart voortgebracht, daar heeft zij u met smart voortgebracht, die u gebaard heeft.
En Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.
Den overste van vijftig, en den aanzienlijke, en den raadsman, en den wijze onder de werkmeesters, en dien, die kloek ter tale is.
Wanneer iemand zijn broeder uit het huis zijns vaders zal aangrijpen, zeggende: Gij hebt een kleed, wees ons ten overste, laat toch dezen aanstoot onder uw hand wezen;
Want Hij zal een banier opwerpen onder de heidenen van verre, en Hij zal hen herwaarts sissen van het einde der aarde; en ziet, haastelijk, snellijk zullen zij aankomen.
Geen moede, en geen struikelende zal onder hen wezen; niemand zal sluimeren noch slapen, noch de gordel zijner lendenen ontbonden worden, noch de schoenriem zijner schoenen afgescheurd worden.
Laat ons optrekken tegen Juda, en het verdriet aandoen, en het onder ons delen, en den zoon van Tabeal koning maken in het midden van hen.
En velen onder hen zullen struikelen, en vallen, en verbroken worden, en zullen verstrikt en gevangen worden.
Bind de getuigenis toe; verzegel de wet onder mijn leerlingen.
Dat elkeen zich niet zou buigen onder de gevangenen, en vallen onder de gedoden? Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
Daarom zal de Heere HEERE der heirscharen onder zijn vetten een magerheid zenden; en onder zijn heerlijkheid zal Hij een brand doen branden, als den brand des vuurs.
En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen, en Hij zal de verdrevenen van Israel verzamelen, en de verstrooiden uit Juda vergaderen, van de vier einden des aardrijks.
En zult te dienzelfden dage zeggen: Dankt den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken! vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is.
Uw hovaardij is in de hel nedergestort, met het geklank uwer luiten; de maden zullen onder u gestrooid worden, en de wormen zullen u bedekken.
Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan.
Want de hand des HEEREN zal op dezen berg rusten; maar Moab zal onder Hem verdorst worden, gelijk het stro verdorst wordt tot mest.
Omdat gijlieden zegt: Wij hebben een verbond met den dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen; want wij hebben de leugen ons tot een toevlucht gesteld, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.
En de zachtmoedigen zullen vreugde op vreugde hebben in den HEERE; en de behoeftigen onder de mensen zullen zich in de Heilige Israels verheugen.
Die gaan, om af te trekken in Egypte, en vragen Mijn mond niet; om zich te sterken met de macht van Farao, en om hun toevlucht te nemen onder de schaduw van Egypte.
Want de sterkte van Farao zal ulieden tot schaamte zijn, en die toevlucht onder de schaduw van Egypte tot schande.
De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen; zij zeggen: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan?
Daar zal de wilde meerle nestelen en leggen, en haar jongen uitbikken, en onder haar schaduw vergaderen; ook zullen aldaar de gieren met elkaar verzameld worden.
Welke zijn ze onder al de goden dezer landen, die hun land uit mijn hand gered hebben, dat de HEERE Jeruzalem uit mijn hand zou redden?
Want Ik zag toe, maar er was niemand, zelfs onder dezen, maar er was geen raadgever, dat Ik hen zou vragen, en zij Mij antwoord geven zouden.
Wie onder ulieden neemt zulks ter oren? Wie merkt op en hoort, wat hierna zijn zal?
Laat al de heidenen samen vergaderd worden, en laat de volken verzameld worden; wie onder hen zal dit verkondigen? Of laat hen ons doen horen de vorige dingen, laat hen hun getuigen voortbrengen, opdat zij gerechtvaardigd worden, en men het hore en zegge: Het is de waarheid.
Ik heb verkondigd, en Ik heb verlost, en Ik heb het doen horen, en geen vreemd god was onder ulieden; en gij zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE, dat Ik God ben.
Als hij zich cederen afhouwt, zo neemt hij een cypressenboom of een eik, en hij versterkt zich onder de bomen des wouds; hij plant een olmboom, en de regen maakt dien groot.
Vergadert u, gij allen, en hoort; wie onder hen heeft deze dingen verkondigd? De HEERE heeft hem lief, Hij zal Zijn welbehagen tegen Babel doen, en Zijn arm zal tegen de Chaldeen zijn.
En Hij heeft Mijn mond gemaakt als een scherp zwaard, onder de schaduw Zijner hand heeft Hij Mij bedekt; en Hij heeft Mij tot een zuiveren pijl gesteld, in Zijn pijlkoker heeft Hij Mij verborgen.
Wie is er onder ulieden, die den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN, en steune op zijn God.
En Ik leg Mijn woorden in uw mond, en bedek u onder de schaduw Mijner hand; om den hemel te planten, en om de aarde te gronden, en om te zeggen tot Sion: Gij zijt Mijn volk.
Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Die hittig zijt in de eikenbossen, onder allen groenen boom; slachtende de kinderen aan de beken, onder de hoeken der steenrotsen.
Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam?
En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat de HEERE gezegend heeft.
En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.
Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.
Voorts zeide de HEERE tot mij, in de dagen van den koning Josia: Hebt gij gezien, wat de afgekeerde Israel gedaan heeft? Zij ging henen op allen hogen berg, en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar.
Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren.
Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.
Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden; een ieder van hen loert, gelijk zich de vogelvangers schikken; zij zetten een verderfelijken strik, zij vangen de mensen.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:7-Numberi 1:47
- 2.Numberi 1:49-Jozua 13:5
- 3.Jozua 14:3-1 Koningen 7:30
- 4.1 Koningen 7:32-Esther 9:28
- 5.Job 1:16-Psalmen 140:3
- 6.Spreuken 1:14-Jeremia 5:26
- 7.Jeremia 6:15-Ezechiël 36:19
- 8.Ezechiël 36:21-Markus 9:10
- 9.Markus 9:33-Handelingen 27:7
- 10.Handelingen 27:16-1 Timotheüs 1:20
- 11.1 Timotheüs 3:16-Openbaring 12:1
Verwante onderwerpen
- Afgezonderde Personen
- Afzonderen
- Afzondering
- Andere Ondersteuning
- Andere Wonderen
- Anderen Die Tenonder Gingen
- Bewondering
- Bijzondere Dingen
- Bijzondere Individuen
- Bijzondere Reizen
- Broederschap Onder Gelovigen
- Christus Die Onderwijst
- Christus Onderzoekt
- De Aard Van Onderdrukking
- De Aard Van Onderscheidingsvermogen
- De Aard Van Wonderen
- De Bron Van Onderscheidingsvermogen
- De Geest Onderwijst
- De Geschonken Wonderbaarlijke Kracht Van De Apostelen
- De Heiligen, Zonder Overdrijving
- De Onderwerping Van Christus
- De Weg Van God Onderwijzen
- De Wereld Zonder God
- De Wonderbaarlijke Kracht Van De Apostelen
- De Wonderen Van Christus
- De Wonderen Van Elia
- De Wonderen Van Elisha
- De Wonderen Van Joshua
- De Wonderen Van Mozes En Aäron
- De Wonderen Van Paul
- De Wonderen Van Peter
- Dingen Onder
- Donder
- Donder Die Gods Aanwezigheid Aankondigt
- Donder Die Gods Oordeel Aankondigt
- Drie- Tot Negenhonderd Duizend
- Drie- Tot Vierhonderd
- Driehonderd En Meer
- Eerste Onder De Heidenen
- Elementen Van Onderwijs
- Engelenactiviteiten Onder Gelovigen
- Engelenactiviteiten Onder Ongelovigen
- Gebrek Aan Onderscheidingsvermogen
- Geen Onderscheid
- Geven Zonder Verwachtingen
- God Die De Mensheid Ondersteunt
- God Die De Schepping Ondersteunt
- God Die Harten Onderzoekt
- God Is Onder Jullie
- God Ondersteunt
- God Ondersteunt De Aarde
- God Onderwijzen
- God Onderzoekt
- God Zonder Genade
- Gods Houding Tegenover Onderdrukking
- Gods Zaken Onderscheiden
- Haten Zonder Oorzaak
- Heiligheid, Afzonderlijk Voor God
- Het Hart Onderzoeken
- Honderd
- Honderd En Enkelen
- Honderdduizend En Meer
- Honderdvoudige Terugkeer
- Huizen Onder Aanval
- Ijver Zonder Kennis
- Jezus Christus, Zonder Zonden
- Joden Afzonderlijk Van De Heidenen
- Joden Onder Dreiging
- Kerk Onderscheiden Van Israël
- Kinderen In De Wonderen Van Jezus Christus
- Kinderen Onderwijzen
- Kinderen, In Jezus' Wonderen
- Kritiek Onder Gelovigen
- Kwade Geesten Onderscheiden
- Leven Niet Ondersteunen
- Man Die Onderscheidt Maakt
- Man Die Tenondergaat
- Mensen Die Onderwijzen
- Mensen Zonder Genade
- Nummer Tweehonderd
- Onder De Ban
- Onder De Wet
- Onder De Zon
- Onderdak
- Onderdrukken Van Vreemdelingen
- Onderdrukkende Regering
- Onderdrukkers
- Onderdrukking
- Onderdrukking Van De Armen
- Onderdrukt Martelaarschap
- Onderdrukte Heiligen
- Ondergang
- Ondergang
- Ondergang van Israël
- Onderhandeling
- Onderkleding
- Onderschatting
- Onderscheidend
- Onderscheidende Eigenschappen Van Gerechtigheid
- Onderscheidende God
- Onderscheidende Kleding
- Onderscheidingsvermogen
- Onderscheidingsvermogen Van Bestuurders
- Onderscheidingsvermogen van Jezus
- Ondersteboven Keren
- Ondersteuning
- Onderverdelingen
- Ondervragen
- Onderwerpen Aan Autoriteit
- Onderwerpen Aan Gods Wil
- Onderwerping
- Onderwezen Door De Geest
- Onderwijs
- Onderwijs Thuis
- Onderwijs Van De Mens
- Onderwijzen
- Onderwijzen In De Kerk
- Onderwijzende Vaders
- Onderworpen Aan Christus
- Onderworpen Aan Het Kwaad
- Onderworpen Zijn Aan God
- Onderworpen Zijn Aan Mensen
- Onderzoek
- Onderzoeken
- Opscheppen Uitgezonderd
- Periode Van Onderdrukking
- Reacties Op Wonderen
- Rechtvaardiging Onder Het Evangelie
- Spiritueel Leven Onderhouden Door
- Spiritueel Onderscheidinsvermogen
- Spirituele Ondervoeding
- Steden Onder Vuur
- Tekenen En Wonderen Van Het Evangelie
- Tekenen En Wonderen Voor Christus
- Tweehonderd Duizend En Meer
- Tweehonderd En Meer
- Valse Wonderen
- Valse Wonderen
- Verdeling Onder Christenen
- Veronderstelling
- Verwarring Onder De Mensen
- Verwarring Onder De Naties
- Verwonderd Zijn
- Verwondering Over Jezus Christus
- Verwondering over Christus' Daden
- Verwondering over Christus' Mirakelen
- Vier- En Vijfhonderd
- Vier- Tot Vijfhonderd
- Voorbeelden Van Onderdrukking
- Voorbeelden Van Onderwijs
- Vragen Om Onderscheidingsvermogen
- Vreemdelingen Onder De Mensen
- Vreemdelingen Onderworpen
- Wilde Beesten Onderworpen
- Wonderbaarlijke Geboorten
- Wonderbaarlijke Hulp In Nood
- Wonderbaarlijke Tekenen
- Wonderen
- Wonderen Die Gods Boodschap Bevestigen
- Wonderen Die Gods Kracht Tonen
- Wonderen Die Gods Oordeel Brengen
- Wonderen Die Militaire Overwinning Inhouden
- Zelfonderzoek
- Zelfonderzoek
- Zes- Tot Zevenhonderd
- Zeshonderd En Meer
- Zeven- Tot Negenhonderd
- Zij Die Onderdrukt Zijn
- Zij Onderworpen Aan Mensen
- Zitten Om Te Onderwijzen
- Zonder De Wet
- Zonder Gebed
- Zonder God
- Zonder Hoop
- Zonder Kracht
- Zonder Spraak
- Zonder Vrienden
- Zonder Zonde
- Zonsondergang