4366 gebeurtenissen

'Op' in de Bijbel

Jerobeam nu bouwde Sichem op het gebergte van Efraim, en woonde daarin, en toog van daar uit, en bouwde Penuel.

VersbegrippenVestingen

Daarom hield de koning een raad, en maakte twee gouden kalveren; en hij zeide tot hen: Het is ulieden te veel om op te gaan naar Jeruzalem; zie uw goden, o Israel, die u uit Egypteland opgebracht hebben.

VersbegrippenAdvies, Slecht Menselijk AdviesGouden KalverenWat Is Niet God?Twee DierenIsraël uit Egypte halenAnderen Die Israël Uit Egypte HalenDe Raad Van De Mens

En Jerobeam maakte een feest in de achtste maand, op den vijftienden dag der maand, gelijk het feest, dat in Juda was, en offerde op het altaar; van gelijken deed hij te Beth-El, offerende den kalveren, die hij gemaakt had; hij stelde ook te Beth-El priesteren der hoogten, die hij gemaakt had.

VersbegrippenHet Nieuwe JaarMaand 8Verjaardagsfeesten

En hij offerde op het altaar, dat hij te Beth-El gemaakt had, op den vijftienden dag der achtste maand, der maand, dewelke hij uit zijn hart verdacht had; zo maakte hij den kinderen Israels een feest, en offerde op dat altaar, rokende.

VersbegrippenHet Nieuwe JaarMaand 8Altaren BouwenWierook Tijdens De Mis

En hij riep tegen het altaar, door het woord des HEEREN, en zeide: Altaar, altaar, zo zegt de HEERE: Zie, een zoon zal aan het huis Davids geboren worden, wiens naam zal zijn Josia; die zal op u offeren de priesters der hoogten, die op u roken, en men zal mensenbeenderen op u verbranden.

VersbegrippenGoddelijke ManifestatiesHeiligheid Van Het LevenVoorspelde GeboorteWoorden DuplicerenBenenVerbranden Van AfgoderijMan Van God

Het geschiedde nu, als de koning het woord van den man Gods hoorde, hetwelk hij tegen het altaar te Beth-El geroepen had, dat Jerobeam zijn hand van op het altaar uitstrekte, zeggende: Grijpt hem! Maar zijn hand, die hij tegen hem uitgestrekt had, verdorde, dat hij ze niet weder tot zich trekken kon.

VersbegrippenHandicapsVerdroogde LedematenZieke Handen

Zo toog hij heen, en een leeuw vond hem op den weg, en doodde hem; en zijn dood lichaam lag geworpen op den weg, en de ezel stond daarbij; ook stond de leeuw bij het dode lichaam.

VersbegrippenWegenHet Doden Van DierenKadavers Van Andere MensenDood

En ziet, er gingen lieden voorbij, en zagen het dode lichaam geworpen op den weg, en den leeuw, staande bij het dode lichaam; en zij kwamen en zeiden het in de stad, waarin de oude profeet woonde.

VersbegrippenVertellen Over Gebeurtenissen

Toen toog hij heen, en vond zijn dood lichaam geworpen op den weg, en den ezel, en den leeuw, staande bij het dode lichaam; de leeuw had het dode lichaam niet gegeten, en den ezel niet gebroken.

VersbegrippenMensenetende DierenKadavers Van Andere Mensen

Toen nam de profeet het dode lichaam van den man Gods op, en legde dat op den ezel, en voerde het wederom; zo kwam de oude profeet in de stad om rouw te bedrijven en hem te begraven.

VersbegrippenKadavers Van Andere Mensen

En Jerobeam zeide tot zijn huisvrouw: Maak u nu op, en verstel u, dat men niet merkte, dat gij Jerobeams huisvrouw zijt, en ga heen naar Silo, zie, daar is de profeet Ahia, die van mij gesproken heeft, dat ik koning zou zijn over dit volk.

VersbegrippenVermommingenJezelf Veranderen

En Jerobeams huisvrouw deed alzo, en maakte zich op, en ging naar Silo, en kwam in het huis van Ahia. Ahia nu kon niet zien, want zijn ogen stonden stijf vanwege zijn ouderdom.

VersbegrippenVisieBeperkingen Van Oude Mensen

Gij dan maak u op, ga naar uw huis; als uw voeten in de stad zullen gekomen zijn, zo zal het kind sterven.

VersbegrippenVoorspellenSteden BinnengaanNabijheid Van De DoodDood Komt BinnenkortDood Van Een Kind

De HEERE zal ook Israel slaan, gelijk een riet in het water omgedreven wordt, en zal Israel uitrukken uit dit goede land, dat Hij hun vaderen gegeven heeft, en zal hen verstrooien op gene zijde der rivier; daarom dat zij hun bossen gemaakt hebben, den HEERE tot toorn verwekkende.

VersbegrippenValse GodenDe VerspreidingRietWortelsGod Die Israël VerstrooitGod Die Mensen SlaatGod SchudtVoorbij De EufraatAsherah Dienen

Toen maakte zich Jerobeams vrouw op, en ging heen, en kwam te Thirza; als zij nu op den dorpel van het huis kwam, zo stierf de jongeling.

VersbegrippenHuizen BinnengaanAndere Echtgenotes

Want ook zij bouwden zich hoogten, en opgerichte beelden, en bossen, op allen hogen heuvel, en onder allen groenen boom.

VersbegrippenBergenHeilige PlaatsenPolytheïsmeGedenkstenenAsherah Dienen

Want Baesa, de koning van Israel, toog op tegen Juda, en bouwde Rama; opdat hij niemand toeliet uit te gaan en in te komen tot Asa, den koning van Juda.

VersbegrippenVestingenDingen VerzegelenMensen Die Hun Eigen Soort Aanvallen

En het geschiedde, als hij regeerde, als hij op zijn troon zat, dat hij het ganse huis van Baesa sloeg; hij liet hem niet over die mannelijk was, noch zijn bloedverwanten, noch zijn vrienden.

VersbegrippenTroonPlassenDood Van Alle MannenGanse Families DodenFamilie En Vrienden

En Omri toog op, en gans Israel met hem van Gibbethon, en belegerde Thirza.

VersbegrippenMensen Die Hun Eigen Soort Aanvallen

En hij richtte voor Baal een altaar op, in het huis van Baal, hetwelk hij te Samaria gebouwd had.

VersbegrippenHeidense TempelsHeidense AltarenAltaren BouwenJezebel

In zijn dagen bouwde Hiel, de Betheliet, Jericho; op Abiram, zijn eerstgeborenen zoon heeft hij haar gegrondvest, en op Segub, zijn jongsten zoon, heeft hij haar poorten gesteld; naar het woord des HEEREN, dat Hij door den dienst van Jozua, den zoon van Nun, gesproken had.

VersbegrippenFunderingenEerstgeboreneZonde Van De VadersPoortenVervulde Voorspelling In OTOffer In OTDood Van De EerstgeboreneHet Jongste KindStichting Van NatiesPoorten Van De StadWederopbouw Van Genoemde StedenWoorden Aan Individuen Vervuld

Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude.

VersbegrippenDroogte, FysiekMissie Van IsraëlWerk, Goddelijk En MenselijkGoddelijke RichtingWeduwes

Toen maakte hij zich op, en ging naar Zarfath. Als hij nu aan de poort der stad kwam, ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende; en hij riep tot haar, en zeide: Haal mij toch een weinig waters in dit vat, dat ik drinke.

VersbegrippenWaterWater DrinkenBrandhoutSamenkomst

Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.

VersbegrippenVoorspellingen Van EliaBehulpzaamVervulde Voorspelling In OTTonnenOvervloed Voor De ArmenWeedKookpot

En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot, en droeg hem boven in de opperzaal, waar hij zelf woonde, en hij legde hem neder op zijn bed.

VersbegrippenHuizenTrappenGeheim GebedDode Lichamen DragenDe Bovenste Kamers

En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem.

VersbegrippenRegenGoddelijke RichtingGod Stuurde RegenMensen Bekend GemaaktGod Controleert De Regen

En zij deelden het land onder zich, dat zij het doortogen; Achab ging bijzonder op een weg, en Obadja ging ook bijzonder op een weg.

Als nu Obadja op den weg was, ziet, zo was hem Elia tegemoet; en hem kennende, zo viel hij op zijn aangezicht, en zeide: Zijt gij mijn heer Elia?

VersbegrippenWandelenMensen HerkennenIs Het Echt?

Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.

VersbegrippenValse GodenSchool Van ProfetenTafelsConstructie IsraëlVier- Tot VijfhonderdVier- En VijfhonderdVolgelingen Van BaalProfeten Van Andere GodenAsherah DienenJezebel

Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel.

Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.

VersbegrippenKeuzesGevolgen Van TwijfelDubbelzinnigheidUitdagingenKeuzes MakenAarzelingBesluiteloosheidOpiniesPublieke OpinieSyncretismeScepticismeVerdeelde HartenIndividuen Die Niet SprekenTwee Immateriële DingenDe Heer [Jahweh] Is GodVolgen

Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen.

VersbegrippenVersneden DierenBrandhoutDingen KiezenTwee Dieren

En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had.

VersbegrippenSpringenDansOchtendaanbiddingOchtendReligieMensen Die SpringenAnderen Die Niet Antwoorden

En het geschiedde op den middag, dat Elia met hen spotte, en zeide: Roept met luider stem, want hij is een god; omdat hij in gepeins is, of omdat hij wat te doen heeft, of omdat hij een reize heeft; misschien slaapt hij en zal wakker worden.

VersbegrippenGod Als GeestUurHumorIronieDe Aard Van SpotSpirituele SlaapPlezierAfleidingOntwakenGrappen MakenVakantie

En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout.

VersbegrippenTonnenVersneden DierenHet In Orde MakenVier SchepenBrandhout

En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male;

VersbegrippenDrie Keer Handelen

Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was.

VersbegrippenVuurAntwoorden Door VuurVuur Van De HemelOffers Verbranden

Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!

VersbegrippenBuigingReligieus OntwakenWoorden DuplicerenDe Heer Is GodDe Heer [Jahweh] Is God

Daarna zeide Elia tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen.

VersbegrippenRegenOvervloed, MaterieelGeluidEten En DrinkenOvervloed

Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieen.

VersbegrippenKlimmenKnieënHet Hoofd Buigen Voor God

En hij zeide tot zijn jongen: Ga nu op, en zie uit naar de zee. Toen ging hij op, en zag uit, en zeide: Er is niets. Toen zeide hij: Ga weder henen, zevenmaal.

VersbegrippenZeven KeerKijken En ZienRichtingHet Weer Van De Laatste Dagen

En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude.

VersbegrippenStrijdwagensKleinheidKleine Dingen Die God GebruiktKleine DingenHet Vermijden Van Tegenwerking

Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.

VersbegrippenAngst Voor VervolgingDepressieJezebelImpulsiviteit

En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet;

VersbegrippenFysieke SlaapAanrakingEtende MensenEngelen Die Voor Mensen ZorgenDepressieKokenJezebel

En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder.

VersbegrippenBakkenHitteGebruik Van SteenkoolGoddelijke VoorradenContainer Voor WaterBrood BakkenKoken

En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.

VersbegrippenEngelen Die Ons HelpenZaken Twee Keer DoenEtende MensenBij De Hand NemenEngelen Die Voor Mensen Zorgen

Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.

VersbegrippenAard Van VastenNummer VeertigVeertig DagenMeer Dan Een MaandVaste Voor Langere Periodes

En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet;

VersbegrippenPasserenWindTypes Van Heilige GeestStormenGeen Wind

En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie.

VersbegrippenWoestijen, SpecifiekGoddelijke RichtingZalving Van KoningenKoningen MakenSyriëDamascus

Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.

VersbegrippenBoerenMantelsHet Lichaam BedekkenJukTeeltPloegenBuitenkledijPloegerTwaalf Dieren

Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem.

VersbegrippenUitrusting, FysiekJukGroepen VoedenBrandhoutMensen Die Mensen VolgenLandbouwBruggen

En Benhadad, de koning van Syrie, vergaderde al zijn macht; en twee en dertig koningen waren met hem, en paarden en wagenen; en hij toog op, en belegerde Samaria en krijgde tegen haar.

VersbegrippenVijanden Van Israël En JudaAanvallenStrijdwagensPaardenBelegeringDertig En Nog IetsNaties die Israël aanvallenSyrië

En zij togen uit op den middag. Benhadad nu dronk zich dronken in de tenten, hij en de koningen, de twee en dertig koningen, die hem hielpen.

VersbegrippenOnthouding Van DrinkenMiddagTentenVoorbeelden Van DronkenschapDertig En Nog IetsDronken PersonenFeesten

En een ieder sloeg zijn man, zodat de Syriers vloden, en Israel jaagde hen na. Doch Benhadad, de koning van Syrie, ontkwam op een paard, met enige ruiteren.

VersbegrippenMensen Die Gevlucht ZijnSyrië

Want de knechten van den koning van Syrie hadden tot hem gezegd: Hun goden zijn berggoden, daarom zijn zij sterker geweest dan wij; maar zeker, laat ons tegen hen op het effen veld strijden, zo wij niet sterker zijn dan zij!

VersbegrippenReligieBijgeloofZijn Eigen Goden DienenSyrië

En gij, tel u een heir, als dat heir, dat van de uwen gevallen is, en paarden, als die paarden, en wagenen, als die wagenen; en laat ons tegen hen op het effen veld strijden, zo wij niet sterker zijn dan zij! En hij hoorde naar hun stem, en deed alzo.

Het geschiedde nu met de wederkomst des jaars, dat Benhadad de Syriers monsterde; en hij toog op naar Afek, ten krijge tegen Israel.

VersbegrippenBronAanvallenNaties die Israël aanvallenTijd Van Het Jaar

En dezen waren gelegerd tegenover die, zeven dagen; het geschiedde nu op den zevenden dag, dat de strijd aanging; en de kinderen Israels sloegen van de Syriers honderd duizend voetvolks op een dag.

VersbegrippenWekenHonderdduizend En MeerDe Zevende Dag Van De WeekZeven DagenDag 7Vijanden BevechtenAantal Vreemdelingen GedoodSyriëGeloofwaardigheid

En de overgeblevenen vloden naar Afek in de stad, en de muur viel op zeven en twintig duizend mannen, die overgebleven waren; ook vlood Benhadad, en kwam in de stad van kamer in kamer.

VersbegrippenMurenTwintigduizend En MeerMensen Die Gevlucht ZijnPrivé Kamers

De mannen nu namen naarstiglijk waar, en vatten het haastelijk, of het van hem ware, en zeiden: Uw broeder Benhadad leeft. En hij zeide: Komt, brengt hem. Toen kwam Benhadad tot hem uit, en hij deed hem op den wagen klimmen.

VersbegrippenStrijdwagens

Toen ging de profeet heen, en stond voor den koning op den weg; en hij verstelde zich met as boven zijn ogen.

VersbegrippenWegenStaanWachtenVermommingenBeschadigde Ogen

Toen kwam Achab in zijn huis, gemelijk en toornig over het woord, dat Naboth, de Jizreeliet, tot hem gesproken had, en gezegd: Ik zal de erve mijner vaderen niet geven. En hij legde zich neder op zijn bed, en keerde zijn aangezicht om, en at geen brood.

VersbegrippenWrok Tegenover GodVerdrietTemperenVerdrietWoede, Zondige VoorbeeldenNeerliggen Om Te RustenWoedende Mensen

Toen zeide Izebel, zijn huisvrouw, tot hem: Zoudt gij nu het koninkrijk over Israel regeren? Sta op, eet brood, en uw hart zij vrolijk; ik zal u den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, geven.

VersbegrippenVoorbeelden Van OneerlijkheidVerleidsterEten, Drinken En VierenOefeningJezebel

Het geschiedde nu, toen Izebel hoorde, dat Naboth gestenigd en dood was, dat Izebel tot Achab zeide: Sta op, bezit den wijngaard van Naboth, den Jizreeliet, erfelijk, dien hij u weigerde om geld te geven; want Naboth leeft niet, maar is dood.

VersbegrippenLijden Van Jezus ChristusJezebel

Maak u op, ga henen af, Achab, den koning van Israel, tegemoet, die in Samaria is; zie hij is in den wijngaard van Naboth, waarhenen hij afgegaan is, om dien erfelijk te bezitten.

VersbegrippenGoddelijke RichtingLijst van koningen van IsraëlBezittingen Nemen

Toen vergaderde de koning van Israel de profeten, omtrent vierhonderd man, en hij zeide tot hen: Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden: Trek op, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.

VersbegrippenSchool Van ProfetenVier- Tot VijfhonderdVier- En VijfhonderdDoor Iemand Bij De Hand Genomen WordenOorlogStrijdValse VriendenIsraëlProfetenSamenkomst

De koning van Israel nu, en Josafat, de koning van Juda, zaten elk op zijn troon, bekleed met hun klederen, op het plein, aan de deur der poort van Samaria; en al de profeten profeteerden in hun tegenwoordigheid.

VersbegrippenPoortenGewadenSchool Van ProfetenDorsvloerTroonAan De Poort ZittenOnderscheidende Kleding

En al de profeten profeteerden alzo, zeggende: Trek op naar Ramoth in Gilead, en gij zult voorspoedig zijn; want de HEERE zal hen in de hand des konings geven.

VersbegrippenVoorspoedDoor Iemand Bij De Hand Genomen Worden

Als hij tot den koning gekomen was, zo zeide de koning tot hem: Micha, zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij het nalaten? En hij zeide tot hem: Trek op, en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.

VersbegrippenDoor Iemand Bij De Hand Genomen Worden

En hij zeide: Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en de HEERE zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede.

VersbegrippenBergenVervulde Voorspelling In OTVoorspelling, Methodes In OTSchapenHerders Als Koningen En LeidersGoddelijke WaakzaamheidOntoereikende HerdersVerspreid Zoals SchapenOntsnappen Naar De BergenLaat Ze Naar Huis GaanGeen Koning

Verder zeide hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag den HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir staande nevens Hem, aan Zijn rechter hand en aan Zijn linkerhand.

VersbegrippenJubelende EngelenGod ZienZittenStaanTroonWoord Van GodDe Hemel, Gods TroonLeger Van GodDe Legers Van De HemelHemelse Visie

Toen trad Zedekia, de zoon van Kenaana, toe, en sloeg Micha op het kinnebakken; en hij zeide: Door wat weg is de geest des HEEREN van mij doorgegaan, om u aan te spreken?

VersbegrippenConfrontatieDe Aard Van SpotOntrouw Aan GodVerslaanGeslagen WangenDe Rechtvaardigen SlaanDe Geest Van De HeerKaken

En Micha zeide: Zie, gij zult het zien, op dienzelfden dag, als gij zult gaan van kamer in kamer, om u te versteken.

VersbegrippenHuizenZich Verbergen Voor MensenPrivé Kamers

Alzo toog de koning van Israel en Josafat, de koning van Juda, op naar Ramoth in Gilead.

VersbegrippenDe Naties Aangevallen

En de strijd nam op denzelven dag toe, en de koning werd met den wagen staande gehouden tegenover de Syriers; maar hij stierf des avonds, en het bloed der wonde vloeide in den bak des wagens.

VersbegrippenOorzaken Van LijdenBedekt Met BloedAndere Ondersteuning

Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten.

Toen zeide Ahazia, de zoon van Achab, tot Josafat: Laat mijn knechten met uw knechten op de schepen varen; maar Josafat wilde niet.

VersbegrippenSlaap En DoodBegraven In De Stad Van DavidKoningen Van Heel Israël Of Juda

Maar de Engel des HEEREN sprak tot Elia, den Thisbiet: Maak u op, ga op, den boden des konings van Samaria tegemoet, en spreek tot hen: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gijlieden heengaat, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen?

VersbegrippenBoodschapperGoddelijke Richting

En zij zeiden tot hem: Een man kwam op, ons tegemoet, en zeide tot ons: Gaat heen, keert weder tot den koning die u gezonden heeft, en spreekt tot hem: Zo zegt de HEERE: Is het, omdat er geen God in Israel is, dat gij zendt, om Baal-Zebub, den god van Ekron, te vragen? Daarom zult gij van dat bed, waarop gij geklommen zijt, niet afkomen, maar gij zult den dood sterven.

VersbegrippenVervulde Voorspelling In OTWoord Van GodNabijheid Van De DoodDood Komt Binnenkort

En hij zond tot hem een hoofdman van vijftig met zijn vijftigen. En als hij tot hem opkwam (want ziet, hij zat op de hoogte eens bergs), zo sprak hij tot hem: Gij man Gods! de koning zegt: Kom af.

VersbegrippenDe Jaren VijftigMan Die TenondergaatMan Van GodOrganisatie

En wederom zond hij een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op, en kwam en boog zich op zijn knieen, voor Elia, en smeekte hem, en sprak tot hem: Gij, man Gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, dierbaar zijn in uw ogen!

VersbegrippenBedelaarsKnielenBedelenDe Jaren VijftigDoor De Mens In Leven Gehouden WordenDerde PersoonMan Van God

Toen sprak de Engel des HEEREN tot Elia: Ga af met hem; vrees niet voor zijn aangezicht. En hij stond op, en ging met hem af tot den koning.

VersbegrippenMan Die TenondergaatWees Niet Bang Van MensenEngelenactiviteiten Onder Gelovigen

Toen nam Elia zijn mantel, en wond hem samen, en sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld; en zij beiden gingen er door op het droge.

VersbegrippenMantelsMantelsDe Wonderen Van EliaVerdeling Van WaterenBuitenkledijDroog LandVerdeeld Water

Het geschiedde nu, als zij overgekomen waren, dat Elia zeide tot Elisa: Begeer wat ik u doen zal, eer ik van bij u weggenomen worde. En Elisa zeide: Dat toch twee delen van uw geest op mij zijn!

VersbegrippenUitrusting, SpiritueelDubbele PortieVerdubbeld

Hij hief ook Elia's mantel op, die van hem afgevallen was, en keerde weder, en stond aan den oever van de Jordaan.

Als nu de kinderen der profeten, die tegenover te Jericho waren, hem zagen, zo zeiden zij: De geest van Elia rust op Elisa; en zij kwamen hem tegemoet, en bogen zich voor hem neder ter aarde.

VersbegrippenSchool Van ProfetenZonen Van De Profeten

En zij zeiden tot hem: Zie nu, er zijn bij uw knechten vijftig dappere mannen; laat hen toch heengaan, en uw heer zoeken, of niet misschien de Geest des HEEREN hem opgenomen, en op een der bergen, of in een der dalen hem geworpen heeft. Doch hij zeide: Zendt niet.

VersbegrippenDe Geest Van De HeerDe Jaren Vijftig

Alzo werd dat water gezond, tot op dezen dag, naar het woord van Elisa, dat hij gesproken had.

VersbegrippenKinderen, Slechte KinderenPlaatsen Tot Op De Dag

En hij ging van daar op naar Beth-El. Als hij nu den weg opging, zo kwamen kleine jongens uit de stad; die bespotten hem, en zeiden tot hem: Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op!

VersbegrippenKaalheidHandicapsOnvolwassenheidWegenStadSpottenVoorbeelden Van Goddeloze KinderenOntrouw Aan GodMinachting Voor De OuderenLeeftijdsdiscriminatieKinderenPlezierHumorLastig Vallen

Mesa nu, de koning der Moabieten, was een veehandelaar, en bracht op aan den koning van Israel honderd duizend lammeren, en honderd duizend rammen met de wol.

VersbegrippenLammerenRammenSchapenHerder Als BeroepEerbetoonWolVee HoudenHonderdduizend En Meer

En Josafat zeide: Is hier geen profeet des HEEREN, dat wij door hem den HEERE mochten vragen? Toen antwoordde een van de knechten des konings van Israel, en zeide: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia's handen goot.

VersbegrippenNavraag Doen Bij GodDe Wil Van GodWater GietenGenoemde Profeten Van De Heer

Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.

VersbegrippenBegeleidingGods HandInstrumentalistenGods Handen Op MensenSchoolSereniteitInstrumentendrums

Maar als zij aan het leger van Israel kwamen, maakten zich de Israelieten op, en sloegen de Moabieten; en zij vloden van hun aangezicht; ja, zij kwamen in het land, slaande ook de Moabieten.

VersbegrippenInvasiesMensen Die Gevlucht Zijn

De steden nu braken zij af, en een iegelijk wierp zijn steen op alle goede stukken lands, en zij vulden ze, en stopten alle waterfonteinen, en velden alle goede bomen, totdat zij in Kir-hareseth alleen de stenen daarvan lieten overblijven; en de slingeraars omsingelden en sloegen hen.

VersbegrippenSlingersBomen VellenSteden Onder VuurStenen WerpenMensen Die Dingen OpdrogenBomen BeschadigenKruistochten

Toen nam hij zijn eerstgeboren zoon, die in zijn plaats koning zou worden, en offerde hem ten brandoffer op den muur. Daaruit werd een zeer grote toorn in Israel; daarom trokken zij van hem af, en keerden weder in hun land.

VersbegrippenKindofferHeiligheid Van Het LevenMurenKwade Praktijken Van AfgoderijDe Eerstgeborene OfferenOffer

Het geschiedde ook op een dag, als Elisa naar Sunem doortrok, dat aldaar een grote vrouw was, dewelke hem aanhield om brood te eten. Voorts geschiedde het, zo dikwijls hij doortrok, week hij daarin, om brood te eten.

VersbegrippenSlaapkamersGastvrijheidReizigers

En het geschiedde op een dag, dat hij daar kwam; en hij week in die opperkamer, en legde zich daar neder.

En hij zeide: Op dezen gezetten tijd, omtrent dezen tijd des levens zult gij een zoon omhelzen. En zij zeide: Neen, mijn heer, gij, man Gods, lieg tegen uw dienstmaagd niet.

VersbegrippenVoorspellingen Van ElishaVoorspelde GeboorteLiegenTijd Van Het Jaar

En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon op dien gezette tijd, omtrent den tijd des levens, dien Elisa tot haar gesproken had.

VersbegrippenTijd Van Het JaarWoorden Van De Mens Die Vervuld Worden

Toen nu het kind groot werd, geschiedde het op een dag, dat het uitging tot zijn vader, tot de maaiers.

VersbegrippenOogsters

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain