'Van' in de Bijbel
- 1.Genesis 1:9-Genesis 10:7
- 2.Genesis 10:14-Genesis 23:3
- 3.Genesis 23:4-Genesis 28:11
- 4.Genesis 28:13-Genesis 36:25
- 5.Genesis 36:26-Genesis 44:9
- 6.Genesis 44:12-Exodus 2:6
- 7.Exodus 2:8-Exodus 12:7
- 8.Exodus 12:12-Exodus 23:28
- 9.Exodus 23:29-Exodus 29:22
- 10.Exodus 29:24-Exodus 37:23
- 11.Exodus 37:25-Leviticus 4:11
- 12.Leviticus 4:13-Leviticus 11:25
- 13.Leviticus 11:32-Leviticus 19:6
- 14.Leviticus 19:9-Numberi 1:2
- 15.Numberi 1:3-Numberi 3:50
- 16.Numberi 4:2-Numberi 7:56
- 17.Numberi 7:59-Numberi 13:15
- 18.Numberi 13:16-Numberi 19:4
- 19.Numberi 19:6-Numberi 26:19
- 20.Numberi 26:20-Numberi 32:29
- 21.Numberi 32:30-Numberi 36:13
- 22.Deuteronomium 1:1-Deuteronomium 9:11
- 23.Deuteronomium 9:12-Deuteronomium 21:13
- 24.Deuteronomium 21:15-Deuteronomium 32:24
- 25.Deuteronomium 32:25-Jozua 7:2
- 26.Jozua 7:4-Jozua 12:16
- 27.Jozua 12:17-Jozua 18:17
- 28.Jozua 18:19-Jozua 23:14
- 29.Jozua 23:15-Richteren 6:18
- 30.Richteren 6:19-Richteren 11:28
- 31.Richteren 11:29-Richteren 19:17
- 32.Richteren 19:18-Ruth 4:18
- 33.1 Samuël 1:1-1 Samuël 10:10
- 34.1 Samuël 10:11-1 Samuël 17:34
- 35.1 Samuël 17:36-1 Samuël 25:12
- 36.1 Samuël 25:14-2 Samuël 2:24
- 37.2 Samuël 2:25-2 Samuël 11:15
- 38.2 Samuël 11:17-2 Samuël 18:27
- 39.2 Samuël 18:31-2 Samuël 24:9
- 40.2 Samuël 24:13-1 Koningen 6:1
- 41.1 Koningen 6:2-1 Koningen 9:15
- 42.1 Koningen 9:16-1 Koningen 15:7
- 43.1 Koningen 15:9-1 Koningen 20:19
- 44.1 Koningen 20:20-2 Koningen 3:5
- 45.2 Koningen 3:7-2 Koningen 9:9
- 46.2 Koningen 9:10-2 Koningen 14:15
- 47.2 Koningen 14:16-2 Koningen 18:17
- 48.2 Koningen 18:18-2 Koningen 23:33
- 49.2 Koningen 23:34-1 Kronieken 2:47
- 50.1 Kronieken 2:49-1 Kronieken 6:49
- 51.1 Kronieken 6:50-1 Kronieken 11:8
- 52.1 Kronieken 11:11-1 Kronieken 18:9
- 53.1 Kronieken 18:11-1 Kronieken 26:27
- 54.1 Kronieken 26:28-2 Kronieken 5:8
- 55.2 Kronieken 5:12-2 Kronieken 14:13
- 56.2 Kronieken 14:15-2 Kronieken 22:5
- 57.2 Kronieken 22:6-2 Kronieken 28:27
- 58.2 Kronieken 29:1-2 Kronieken 35:4
- 59.2 Kronieken 35:5-Ezra 2:62
- 60.Ezra 2:63-Ezra 8:34
- 61.Ezra 9:1-Nehemia 6:18
- 62.Nehemia 7:2-Nehemia 11:4
- 63.Nehemia 11:5-Esther 2:20
- 64.Esther 2:21-Job 7:16
- 65.Job 7:19-Job 31:2
- 66.Job 31:18-Psalmen 16:4
- 67.Psalmen 17:1-Psalmen 38:1
- 68.Psalmen 38:7-Psalmen 65:4
- 69.Psalmen 65:11-Psalmen 83:1
- 70.Psalmen 83:6-Psalmen 109:16
- 71.Psalmen 109:17-Psalmen 137:1
- 72.Psalmen 137:3-Spreuken 11:4
- 73.Spreuken 11:10-Spreuken 25:24
- 74.Spreuken 25:27-Hooglied 1:5
- 75.Hooglied 1:9-Jesaja 7:23
- 76.Jesaja 7:25-Jesaja 19:22
- 77.Jesaja 19:23-Jesaja 33:21
- 78.Jesaja 33:23-Jesaja 44:28
- 79.Jesaja 45:3-Jesaja 60:4
- 80.Jesaja 60:6-Jeremia 6:25
- 81.Jeremia 6:29-Jeremia 17:5
- 82.Jeremia 17:8-Jeremia 26:18
- 83.Jeremia 26:19-Jeremia 33:10
- 84.Jeremia 33:12-Jeremia 40:1
- 85.Jeremia 40:4-Jeremia 48:46
- 86.Jeremia 49:1-Jeremia 52:21
- 87.Jeremia 52:25-Ezechiël 7:14
- 88.Ezechiël 7:15-Ezechiël 17:7
- 89.Ezechiël 17:9-Ezechiël 25:6
- 90.Ezechiël 25:8-Ezechiël 33:14
- 91.Ezechiël 33:18-Ezechiël 41:9
- 92.Ezechiël 41:10-Ezechiël 48:11
- 93.Ezechiël 48:12-Daniël 6:21
- 94.Daniël 6:27-Hosea 7:4
- 95.Hosea 7:5-Amos 5:6
- 96.Amos 5:10-Micha 6:5
- 97.Micha 6:7-Haggaï 2:18
- 98.Haggaï 2:19-Maleachi 3:7
- 99.Maleachi 4:4-Mattheüs 12:22
- 100.Mattheüs 12:23-Mattheüs 20:23
- 101.Mattheüs 20:24-Markus 1:14
- 102.Markus 1:19-Markus 9:25
- 103.Markus 9:30-Lukas 1:70
- 104.Lukas 1:71-Lukas 7:19
- 105.Lukas 7:21-Lukas 13:17
- 106.Lukas 13:22-Lukas 23:27
- 107.Lukas 23:28-Johannes 7:14
- 108.Johannes 7:17-Johannes 16:9
- 109.Johannes 16:10-Handelingen 4:11
- 110.Handelingen 4:13-Handelingen 12:14
- 111.Handelingen 12:19-Handelingen 19:11
- 112.Handelingen 19:12-Handelingen 26:7
- 113.Handelingen 26:9-Romeinen 11:22
- 114.Romeinen 11:24-1 Corinthiërs 10:27
- 115.1 Corinthiërs 10:29-2 Corinthiër 8:19
- 116.2 Corinthiër 8:20-Efeziërs 1:17
- 117.Efeziërs 1:18-1 Thessalonicenzen 2:5
- 118.1 Thessalonicenzen 2:6-Titus 1:6
- 119.Titus 1:10-Hebreeën 12:15
- 120.Hebreeën 12:16-2 Petrus 3:6
- 121.2 Petrus 3:12-Openbaring 7:15
- 122.Openbaring 7:17-Openbaring 22:21
En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien;
En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.
Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.
En gij dan hebt nu wel droefheid; maar Ik zal u wederom zien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.
Deze dingen heb Ik door gelijkenissen tot u gesproken; maar de ure komt, dat Ik niet meer door gelijkenissen tot u spreken zal, maar u vrijuit van den Vader zal verkondigen.
Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan.
Ik ben van den Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot den Vader.
Nu weten wij, dat Gij alle dingen weet, en Gij hebt niet van node, dat U iemand vrage. Hierom geloven wij, dat Gij van God uitgegaan zijt.
Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is.
Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben.
Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze.
Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben.
Judas dan, genomen hebbende de bende krijgsknechten en enige dienaars van de overpriesters en Farizeen, kwam aldaar met lantaarnen, en fakkelen, en wapenen.
Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht, en hieuw zijn rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus.
En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was.
De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet.
De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer.
Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester?
Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij?
Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem?
Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was 's morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.
Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude.
Jezus antwoordde hem: Zegt gij dit van uzelven, of hebben het u anderen van Mij gezegd?
Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.
En de krijgsknechten, een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten die op Zijn hoofd, en wierpen Hem een purperen kleed om;
En ging wederom in het rechthuis, en zeide tot Jezus: Van waar zijt Gij? Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
Jezus antwoordde: Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware; daarom die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft groter zonde.
Van toen af zocht Pilatus Hem los te laten; maar de Joden riepen, zeggende: Indien gij Dezen loslaat, zo zijt gij des keizers vriend niet; een iegelijk, die zichzelven koning maakt, wederspreekt den keizer.
En het was de voorbereiding van het pascha, en omtrent de zesde ure; en hij zeide tot de Joden: Ziet, uw Koning!
Dit opschrift dan lazen velen van de Joden; want de plaats, waar Jezus gekruist werd, was nabij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Grieks, en in het Latijn.
De krijgsknechten dan, als zij Jezus gekruist hadden, namen Zijn klederen, (en maakten vier delen, voor elken krijgsknecht een deel) en den rok. De rok nu was zonder naad, van boven af geheel geweven.
En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en Zijner moeders zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.
Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.
Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden.
En daarna Jozef van Arimathea (die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden), bad Pilatus, dat hij mocht het lichaam van Jezus wegnemen; en Pilatus liet het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg.
En Nicodemus kwam ook (die des nachts tot Jezus eerst gekomen was), brengende een mengsel van mirre en aloe; omtrent honderd ponden gewichts.
Zij namen dan het lichaam van Jezus, en bonden dat in linnen doeken met de specerijen, gelijk de Joden de gewoonte hebben van begraven.
En op den eersten dag der week ging Maria Magdalena vroeg, als het nog duister was, naar het graf; en zag den steen van het graf weggenomen.
Want zij wisten nog de Schrift niet, dat Hij van de doden moest opstaan.
En zag twee engelen in witte klederen zitten, een aan het hoofd, en een aan de voeten, waar het lichaam van Jezus gelegen had.
En Thomas, een van de twaalven, gezegd Didymus, was met hen niet, toen Jezus daar kwam.
Na dezen openbaarde Jezus Zichzelven wederom den discipelen aan de zee van Tiberias. En Hij openbaarde Zich aldus:
Er waren te zamen Simon Petrus, en Thomas, gezegd Didymus, en Nathanael, die van Kana in Galilea was, en de zonen van Zebedeus, en twee anderen van Zijn discipelen.
En Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden. Zij wierpen het dan, en konden hetzelve niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.
En de andere discipelen kwamen met het scheepje (want zij waren niet verre van het land, maar omtrent tweehonderd ellen), slepende het net met de vissen.
Jezus zeide tot hen: Brengt van den vissen, die gij nu gevangen hebt.
Jezus zeide tot hen: Komt herwaarts, houdt het middagmaal. En niemand van de discipelen durfde Hem vragen: Wie zijt Gij? wetende, dat het de Heere was.
Dit was nu de derde maal, dat Jezus Zijn discipelen geopenbaard is, nadat Hij van de doden opgewekt was.
Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere! Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren.
Hij zeide wederom tot hem ten tweeden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed Mijn schapen.
Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.
Deze is de discipel, die van deze dingen getuigt, en deze dingen geschreven heeft; en wij weten, dat zijn getuigenis waarachtig is.
Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theofilus, van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren;
Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.
En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt.
En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.
Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die genaamd wordt de Olijf berg, welke is nabij Jeruzalem, liggende van daar een sabbatsreize.
En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus, en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Mattheus, Jakobus, de zoon van Alfeus, en Simon Zelotes, en Judas, de broeder van Jakobus.
Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.
En in dezelve dagen stond Petrus op in het midden der discipelen, en sprak (er was nu een schare bijeen van omtrent honderd en twintig personen):
Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond Davids voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen die Jezus vingen;
Het is dan nodig, dat van de mannen, die met ons ongedaan hebben al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons ingegaan en uitgegaan is,
Beginnende van den doop van Johannes, tot den dag toe, in welken Hij van ons opgenomen is, een derzelven met ons getuige worde van Zijn opstanding.
En zij baden en zeiden: Gij Heere! Gij Kenner der harten van allen, wijs van deze twee een aan, dien Gij uitverkoren hebt;
En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.
En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten.
En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder den hemel zijn.
Parthers, en Meders, en Elamieten, en de inwoners zijn van Mesopotamie, en Judea, en Cappadocie, Pontus en Azie.
En Frygie, en Pamfylie, Egypte, en de delen van Libye, hetwelk bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten;
Want deze zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is eerst de derde ure van de dag.
En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.
En ook op Mijn dienstknechten, en op Mijn dienstmaagden, zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.
Gij Israelietische mannen, hoort deze woorden: Jezus den Nazarener, een Man van God, onder ulieden betoond door krachten, en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan heeft, in het midden van u, gelijk ook gijzelven weet;
Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden.
Want David zegt van Hem: Ik zag den Heere allen tijd voor mij; want Hij is aan mijn rechter hand, opdat ik niet bewogen worde.
Gij mannen broeders, het is mij geoorloofd vrij uit tot u te spreken van den patriarch David, dat hij beide gestorven en begraven is, en zijn graf is onder ons tot op dezen dag.
Zo heeft hij, dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien.
Hij dan, door de rechter hand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes, ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort.
En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.
En met veel meer andere woorden betuigde hij, en vermaande hen, zeggende: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht!
En zij verkochten hun goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had.
En dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en eenvoudigheid des harten;
En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen;
En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen.
En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel!
De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men Hem zoude loslaten.
Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.
Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,
Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.
En ook al de profeten, van Samuel aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd.
God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.
En velen van degenen, die het woord gehoord hadden, geloofden; en het getal der mannen werd omtrent vijf duizend.
En Annas, de hogepriester, en Kajafas, en Johannes, en Alexander, en zovele er van het hogepriesterlijk geslacht waren.
Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den Heiligen Geest, tot hen: Gij oversten des volks, en gij ouderlingen van Israel!
Zo zij u allen kennelijk, en het ganse volk Israel, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruist hebt, Welken God van de doden heeft opgewekt, door Hem, zeg ik, staat deze hier voor u gezond.
Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 1:9-Genesis 10:7
- 2.Genesis 10:14-Genesis 23:3
- 3.Genesis 23:4-Genesis 28:11
- 4.Genesis 28:13-Genesis 36:25
- 5.Genesis 36:26-Genesis 44:9
- 6.Genesis 44:12-Exodus 2:6
- 7.Exodus 2:8-Exodus 12:7
- 8.Exodus 12:12-Exodus 23:28
- 9.Exodus 23:29-Exodus 29:22
- 10.Exodus 29:24-Exodus 37:23
- 11.Exodus 37:25-Leviticus 4:11
- 12.Leviticus 4:13-Leviticus 11:25
- 13.Leviticus 11:32-Leviticus 19:6
- 14.Leviticus 19:9-Numberi 1:2
- 15.Numberi 1:3-Numberi 3:50
- 16.Numberi 4:2-Numberi 7:56
- 17.Numberi 7:59-Numberi 13:15
- 18.Numberi 13:16-Numberi 19:4
- 19.Numberi 19:6-Numberi 26:19
- 20.Numberi 26:20-Numberi 32:29
- 21.Numberi 32:30-Numberi 36:13
- 22.Deuteronomium 1:1-Deuteronomium 9:11
- 23.Deuteronomium 9:12-Deuteronomium 21:13
- 24.Deuteronomium 21:15-Deuteronomium 32:24
- 25.Deuteronomium 32:25-Jozua 7:2
- 26.Jozua 7:4-Jozua 12:16
- 27.Jozua 12:17-Jozua 18:17
- 28.Jozua 18:19-Jozua 23:14
- 29.Jozua 23:15-Richteren 6:18
- 30.Richteren 6:19-Richteren 11:28
- 31.Richteren 11:29-Richteren 19:17
- 32.Richteren 19:18-Ruth 4:18
- 33.1 Samuël 1:1-1 Samuël 10:10
- 34.1 Samuël 10:11-1 Samuël 17:34
- 35.1 Samuël 17:36-1 Samuël 25:12
- 36.1 Samuël 25:14-2 Samuël 2:24
- 37.2 Samuël 2:25-2 Samuël 11:15
- 38.2 Samuël 11:17-2 Samuël 18:27
- 39.2 Samuël 18:31-2 Samuël 24:9
- 40.2 Samuël 24:13-1 Koningen 6:1
- 41.1 Koningen 6:2-1 Koningen 9:15
- 42.1 Koningen 9:16-1 Koningen 15:7
- 43.1 Koningen 15:9-1 Koningen 20:19
- 44.1 Koningen 20:20-2 Koningen 3:5
- 45.2 Koningen 3:7-2 Koningen 9:9
- 46.2 Koningen 9:10-2 Koningen 14:15
- 47.2 Koningen 14:16-2 Koningen 18:17
- 48.2 Koningen 18:18-2 Koningen 23:33
- 49.2 Koningen 23:34-1 Kronieken 2:47
- 50.1 Kronieken 2:49-1 Kronieken 6:49
- 51.1 Kronieken 6:50-1 Kronieken 11:8
- 52.1 Kronieken 11:11-1 Kronieken 18:9
- 53.1 Kronieken 18:11-1 Kronieken 26:27
- 54.1 Kronieken 26:28-2 Kronieken 5:8
- 55.2 Kronieken 5:12-2 Kronieken 14:13
- 56.2 Kronieken 14:15-2 Kronieken 22:5
- 57.2 Kronieken 22:6-2 Kronieken 28:27
- 58.2 Kronieken 29:1-2 Kronieken 35:4
- 59.2 Kronieken 35:5-Ezra 2:62
- 60.Ezra 2:63-Ezra 8:34
- 61.Ezra 9:1-Nehemia 6:18
- 62.Nehemia 7:2-Nehemia 11:4
- 63.Nehemia 11:5-Esther 2:20
- 64.Esther 2:21-Job 7:16
- 65.Job 7:19-Job 31:2
- 66.Job 31:18-Psalmen 16:4
- 67.Psalmen 17:1-Psalmen 38:1
- 68.Psalmen 38:7-Psalmen 65:4
- 69.Psalmen 65:11-Psalmen 83:1
- 70.Psalmen 83:6-Psalmen 109:16
- 71.Psalmen 109:17-Psalmen 137:1
- 72.Psalmen 137:3-Spreuken 11:4
- 73.Spreuken 11:10-Spreuken 25:24
- 74.Spreuken 25:27-Hooglied 1:5
- 75.Hooglied 1:9-Jesaja 7:23
- 76.Jesaja 7:25-Jesaja 19:22
- 77.Jesaja 19:23-Jesaja 33:21
- 78.Jesaja 33:23-Jesaja 44:28
- 79.Jesaja 45:3-Jesaja 60:4
- 80.Jesaja 60:6-Jeremia 6:25
- 81.Jeremia 6:29-Jeremia 17:5
- 82.Jeremia 17:8-Jeremia 26:18
- 83.Jeremia 26:19-Jeremia 33:10
- 84.Jeremia 33:12-Jeremia 40:1
- 85.Jeremia 40:4-Jeremia 48:46
- 86.Jeremia 49:1-Jeremia 52:21
- 87.Jeremia 52:25-Ezechiël 7:14
- 88.Ezechiël 7:15-Ezechiël 17:7
- 89.Ezechiël 17:9-Ezechiël 25:6
- 90.Ezechiël 25:8-Ezechiël 33:14
- 91.Ezechiël 33:18-Ezechiël 41:9
- 92.Ezechiël 41:10-Ezechiël 48:11
- 93.Ezechiël 48:12-Daniël 6:21
- 94.Daniël 6:27-Hosea 7:4
- 95.Hosea 7:5-Amos 5:6
- 96.Amos 5:10-Micha 6:5
- 97.Micha 6:7-Haggaï 2:18
- 98.Haggaï 2:19-Maleachi 3:7
- 99.Maleachi 4:4-Mattheüs 12:22
- 100.Mattheüs 12:23-Mattheüs 20:23
- 101.Mattheüs 20:24-Markus 1:14
- 102.Markus 1:19-Markus 9:25
- 103.Markus 9:30-Lukas 1:70
- 104.Lukas 1:71-Lukas 7:19
- 105.Lukas 7:21-Lukas 13:17
- 106.Lukas 13:22-Lukas 23:27
- 107.Lukas 23:28-Johannes 7:14
- 108.Johannes 7:17-Johannes 16:9
- 109.Johannes 16:10-Handelingen 4:11
- 110.Handelingen 4:13-Handelingen 12:14
- 111.Handelingen 12:19-Handelingen 19:11
- 112.Handelingen 19:12-Handelingen 26:7
- 113.Handelingen 26:9-Romeinen 11:22
- 114.Romeinen 11:24-1 Corinthiërs 10:27
- 115.1 Corinthiërs 10:29-2 Corinthiër 8:19
- 116.2 Corinthiër 8:20-Efeziërs 1:17
- 117.Efeziërs 1:18-1 Thessalonicenzen 2:5
- 118.1 Thessalonicenzen 2:6-Titus 1:6
- 119.Titus 1:10-Hebreeën 12:15
- 120.Hebreeën 12:16-2 Petrus 3:6
- 121.2 Petrus 3:12-Openbaring 7:15
- 122.Openbaring 7:17-Openbaring 22:21
Verwante onderwerpen
- Aanbieden Van Granen En Plengoffers
- Aard Van Evangelisatie
- Afkeer
- Afmetingen Van Tempelmeubilair
- Afstand
- Afwijzing Van God
- Alcohol
- Altaren Bouwen
- Alwetende God
- Andere Goden
- Babylon
- Bedden
- Begin
- Begrip
- Belasten
- Beleden Zonde
- Bescherming Tegen Vijanden
- Besprenkelen
- Bestuurders
- Bewaarders
- Beweging
- Beweringen
- Beëindiging
- Blauw-paars En Scharlaken
- Blauwe Doek
- Bloed
- Bloed Sprenkelen
- Boekhouden
- Bouwen
- Brieven
- Bronzen Voorwerpen Voor De Tabernakel
- Buigen
- Buitenaardse Wezens
- Cherubijn
- Christelijke Liefde
- Communicatie
- Confrontatie
- Dag Van De HEER
- Damascus
- De Aanwezigheid Van God
- De Aard Van Bediening
- De Aard Van Bekering
- De Aard Van Discipelschap
- De Aard Van God Kennen
- De Betekenis Van Mozes
- De Bron Van Menselijke Wijsheid
- De Daad Van Openen
- De Eerste Tempel
- De Functie Van Priesters In De Tijd Van OT
- De Geboorte Van Jezus
- De Glorie Van God
- De Invloed Van God Kennen
- De Jaren Vijftig
- De Jaren Zeventig
- De Ketenen Verbreken
- De Komst Van Het Koninkrijk Van God
- De Kracht Van God
- De Legale Aspecten Van Bestraffing
- De Menselijke Beschrijvingen Van God
- De Namen Voor Christus
- De Oorsprong Van Het Kwaad
- De Openbaring Van God
- De Reachtie Van Gelovigen Tegen Het Kwaad
- De Rol Van Profeten
- De Schoonheid Van Vrouwen
- De Vader
- De Wet Van Mozes
- De Zee Bevaren
- De Zon
- Deelname In Christus
- Deelname In Zonde
- Dertig
- Dienaren Van De Heer
- Dienstbaarheid
- Dienstbaarheid In Het Leven Van Gelovigen
- Dochters
- Doelen
- Donder
- Driehonderd En Meer
- Een Gebroken Hart
- Een Nieuwe Start
- Eenheid Is Het Doel Van God
- Eenheid Tussen Gods Mensen
- Eenhoorns
- Eenzaamheid
- Eerherstel
- Eerstgeboren Zonen
- Eerstgeborene
- Eigendom, Huizen
- Einde Van Dagen
- Ephah [Tien Omers]
- Feesten
- Fouten
- Funderingen
- Gasten
- Gebaren
- Geboden In NT
- Gebroken Hart
- Gebroken Harten
- Geesten
- Geheimhouding
- Geld Aan De Kerk Geven
- Geldmiddelen
- Genade Voor Jou
- Generaties
- Genieten Van Het Leven
- Genoemde Individuen Doden
- Genoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen
- Genoemde Poorten
- Genoemde Profeten Van De Heer
- Geruchten
- Geschenken
- Getuige Zijn Van
- Gevallen En Verlost Hart
- Gevangenen
- Gewichten Van Goud
- Gezicht Van God
- God Als Verlosser
- God Behagen
- God Dodend
- God Haalt Israël Uit Egypte
- God Kennen
- God Redt Van De Vijanden
- God, De Eeuwige
- God, Levend En Zelfvoorzienend
- Gods Hand
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Redding Bekend Gemaakt
- Gods Stem
- Gods Verborgen Dingen
- Gods Waarheid
- Gods Werk Verhinderen
- Gods Wil
- Goud
- Gouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel
- Graad
- Graan
- Gretigheid
- Grootmoeders
- Haar
- Hand Van God
- Handel
- Handicaps
- Haren
- Hart En De Heilige Geest
- Hebzucht
- Heersers
- Heiligdom
- Heiligdommen
- Heiligen
- Heiliging
- Heiliging, Methodes En Resultaten
- Herder Als Beroep
- Herfst
- Hersteld In Jezus Christus
- Het Belang Van Vertrouwen
- Het Evangelie Verspreiden
- Het Instituut Priesters In De Tijd Van OT
- Het Verleden
- Historische Boeken
- Honderd En Enkelen
- Hoofden
- Hoofden Van Priestelijke Huishoudens
- Huisdieren
- Huizen
- Identiteit
- Identiteit Van Evangelisatie
- Ijzer
- Ijzeren Voorwerpen
- In De Tegenwoordigheid Van De Mens
- Israël
- Jacob De Patriarch
- Jeruzalem
- Jeugd
- Jezebel
- Jezelf Veranderen
- Jona
- Juiste Maatregelen
- Juk
- Karakter Van Het Kwaad
- Kenmerken Van Dwazen
- Ketenen
- Kleur
- Koningen
- Koningen Dienen
- Koningen Doden
- Koningen Van Juda
- Korte Tijd Voor Actie
- Leeftijd
- Leeftijd Bij Overlijden
- Leeftijd Wanneer Gekroond
- Lichaam
- Liederen
- Liefde En De Wereld
- Liefde Vinden
- Liegen En Bedrog
- Lijst van koningen van Israël
- Linnen
- Lippen
- Lof
- Maand
- Man Van God
- Melk En Honing
- Menigtes
- Menselijk Hart
- Menselijke En Goddelijke Heerschappij
- Menselijke Macht
- Menselijke Natuur
- Menselijke Perfectie
- Mensen Uit Je Leven Verwijderen
- Mensen Van Juda
- Mensen Van Ver Weg
- Messiaanse Profetieën
- Minnares
- Missie Van Israël
- Moeders Van Koningen
- Morele En Spirituele Zuiverheid
- Munstelsel
- Muren
- Muziek
- Nabijheid Van De Dood
- Nacht
- Namen En Titels Voor Christus
- Namen En Titels Voor De Christenen
- Namen En Titels Voor De Heilige Geest
- Nederlaag
- Niet Sterven
- Ochtend
- Offeringen Doden
- Officieren
- Olie
- Olie Op Offers
- Omhuld In Goud
- Ontrouw Aan God
- Ontvankelijkheid
- Oorzaken Van Lijden
- Oost
- Oost En West
- Opslaan
- Over De Discipelen Van Christus Zullen Lijden
- Overwinning Op Het Kwaad
- Paarse Stof
- Paleizen
- Passie
- Pijn
- Plannen
- Pogingen Om Bepaalde Mensen Te Doden
- Poorten
- Priesters Die Verzoenen
- Prinsen
- Psalmen Interjecties
- Redding
- Regen
- Regenboog
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Rest
- Reuzen
- Richting
- Rivieren
- Rivieren En Stromen
- Rood Materiaal
- Saul
- Schapen En Geiten
- School
- Schuwen
- Slaven Van God
- Soorten Muziekinstrumenten
- Spirituele Armoede
- Staan
- Stad
- Stammen Van Israël
- Stemmen
- Sterk Eindigen
- Strijdwagens
- Symbolen
- Syrië
- Taal
- Tafels
- Tekenen En Wonderen Van Het Evangelie
- Tenten
- Terughoudendheid
- Tien Dingen
- Tienden En Offers
- Tijd Van Vrede
- Tijden Van Mensen
- Toekomst
- Troon
- Trouw
- Twaalf Dingen
- Twaalf Wezens
- Twee Dieren
- Twintigduizend En Meer
- Types Van Christus
- Uitgestuurde Boodschappers
- Uitrusting, Fysiek
- Vaardigheid
- Vaklui
- Vals Vertrouwen
- Valse Goden
- Valse Religie
- Valse Vrienden
- Vanaf Het Begin
- Vanuit Het Noorden
- Vee Offeren
- Verboden Voedsel
- Verdergaan
- Verdriet
- Verenigingen Van Kwaad
- Verlatenheid
- Verlossing
- Vernietiging Van Jeruzalem
- Verordeningen
- Versterkingen
- Vertrouwen En Zelfrespect
- Verwezenlijkingen
- Vijanden Van Gelovigen
- Vijanden Van Israël En Juda
- Voedsel
- Voeten
- Voorbij Jordanië
- Voorbode
- Voorspelling Eindtijd
- Voorspellingen Over Christus
- Vormen Van Vervolging
- Vragen
- Vreemdelingen
- Waar Vandaan?
- Waardevolle Stenen
- Weed
- Wegen
- Westen
- Weten Over Gods Koninkrijk
- Wijn
- Woede En Vergiffenis
- Woord Van God
- Zee
- Zegels
- Zeilen
- Zeloten
- Zes- Tot Zevenhonderd
- Zeshonderd En Meer
- Zeven Dagen
- Zeven Dagen Voor Juridische Zaken
- Zeven- Tot Negenhonderd
- Ziekte
- Ziektes
- Zij Die God In Hun Handen Heeft Gegeven
- Zij Die Vroeg Opstonden
- Zilver
- Zion
- Zonde Veroorzaakt Dood
- Zonde, Bevrijding Van God
- Zonen
- Zorgen