2874 gebeurtenissen

'Was' in de Bijbel

En Izak was veertig jaren oud, als hij Rebekka, de dochter van Betuel, den Syrier, uit Paddan-Aram, de zuster van Laban, den Syrier, zich ter vrouw nam.

VersbegrippenVeertig JaarGenoemde Zusters

En de eerste kwam uit, ros; hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden zij zijn naam Ezau.

VersbegrippenEerst ZijnBuitenkledijHarige MensenRode LichamenTweelingbroersKleurHaar

En daarna kwam zijn broeder uit, wiens hand Ezau's verzenen hield; daarom noemde men zijn naam Jakob. En Izak was zestig jaren oud, als hij hen gewon.

VersbegrippenHakkenInhaligMensen Met Toepasselijke NamenTweelingbroers

En er was honger in dat land, behalve den eerste honger, die in de dagen van Abraham geweest was; daarom toog Izak tot Abimelech, de koning der Filistijnen, naar Gerar.

VersbegrippenVoorbeelden Van HongersnoodOptreden Van God In OTTijden Van Mensen

En als de mannen van die plaats hem vraagden van zijn huisvrouw, zeide hij: Zij is mijn zuster; want hij vreesde te zeggen, mijn huisvrouw; opdat mij misschien, zeide hij, de mannen dezer plaats niet doden, om Rebekka; want zij was schoon van aangezicht.

VersbegrippenVoorbeelden Van BedrogTwijfelaarsStellen Van Bepaalde VragenOnjuiste VoorstellingAndere EchtgenotesMooie Vrouwen

En het geschiedde, als hij een langen tijd daar geweest was, dat Abimelech, de koning der Filistijnen, ten venster uitkeek, en hij zag, dat, ziet, Izak was jokkende met Rebekka zijn huisvrouw.

VersbegrippenDoor Vensters KijkenNa Een Lange TijdSportenKnuffels

En die man werd groot, ja, hij werd doorgaans groter, totdat hij zeer groot geworden was.

VersbegrippenGroei In RijkdomRijke MensenRijkdom En Voorspoed

Als nu Izak wedergekeerd was, groef hij die waterputten op, die zij ten tijde van Abraham, zijn vader, gegraven, en die de Filistijnen na Abrahams dood toegestopt hadden; en hij noemde derzelver namen naar de namen, waarmede zijn vader die genoemd had.

VersbegrippenBronnen StoppenMensen Die Dingen BenoemenTijden Van Mensen

Als nu Ezau veertig jaren oud was, nam hij tot een vrouw Judith, de dochter van Beeri, den Hethiet, en Basmath, de dochter van Elon, den Hethiet.

VersbegrippenKinderen, Slechte KinderenPolygamie

En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!

VersbegrippenOorzaken Van BlindheidHandicaps Van OuderdomOgen Aangetast DoorHandicapsBereiken Van Hoge LeeftijdVisieLichamelijke ZwakteVerduisterd ZichtZie Mij!Anderen Die Oproepen

En het geschiedde, als Izak voleindigd had Jakob te zegenen, zo geschiedde het, toen Jakob maar even van het aangezicht van zijn vader Izak uitgegaan was, dat Ezau, zijn broeder, van zijn jacht kwam.

VersbegrippenBuitengaan

En dat Jakob zijn vader en zijn moeder gehoorzaam geweest was, en naar Paddan-Aram getrokken was;

VersbegrippenGoede Kinderen

En hij geraakte op een plaats, waar hij vernachtte; want de zon was ondergegaan; en hij nam van de stenen dier plaats, en maakte zijn hoofdpeluw, en legde zich te slapen te dierzelver plaats.

VersbegrippenNachtDe ZonBeddenZonsondergangStenen Als Monumenten

En hij noemde den naam dier plaats Beth-El; daar toch de naam dier stad te voren was Luz.

VersbegrippenHuis Van GodMensen Die Dingen Benoemen

En hij zag toe, en ziet, er was een put in het veld; en ziet, er waren drie kudden schapen nevens dien nederliggende; want uit dien put drenkten zij de kudden; en er was een grote steen op den mond van dien put.

VersbegrippenDrie GroepenGrote DingenBronnen Stoppen

Als hij nog met hen sprak, zo kwam Rachel met de schapen, die haar vader toebehoorden; want zij was een herderin.

VersbegrippenTerwijl We PratenZij Die Voorraad Hadden

En Jakob gaf Rachel te kennen, dat hij een broeder van haar vader, en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij heen, en gaf het aan haar vader te kennen.

VersbegrippenRennen Met NieuwsFamilieleden

En Laban had twee dochters: de naam der grootste was Lea; en de naam der kleinste was Rachel.

VersbegrippenTwee VrouwenVader En Dochter Relaties

En het geschiedde des morgens, en ziet, het was Lea. Daarom zeide hij tot Laban: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt; heb ik niet bij u gediend om Rachel? waarom hebt gij mij dan bedrogen?

VersbegrippenOchtendWat Doe Jij?Zij Die Bedrogen

En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Dewijl de HEERE gehoord heeft, dat ik gehaat was, zo heeft Hij mij ook dezen gegeven; en zij noemde zijn naam Simeon.

VersbegrippenGod Besteedde Aandacht Aan MijIndividuen HatenMensen Met Toepasselijke Namen

En hij zonderde af ten zelfden dage de gesprenkelde en geplekte bokken en al de gespikkelde en geplekte geiten, al waar wit aan was, en al het bruine onder de lammeren; en hij gaf dezelve in de hand zijner zonen.

VersbegrippenZwarte DierenOnzuivere WezensZwart En WitDieren Nemen

Toen nam zich Jakob roeden van groen populierenhout, en van hazelaar, en van kastanjen; en hij schilde daarin witte strepen, ontblotende het wit, hetwelk aan die roeden was.

VersbegrippenAmandelenWitBomenPolenVillenZwart En Wit

Toen hoorde hij de woorden der zonen van Laban, zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat onzes vaders was, en van hetgeen, dat onzes vaders was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt.

VersbegrippenVoorbeeld Van AfgunstRijk WordenBezittingen Nemen

Jakob zag ook het aangezicht van Laban aan, en ziet, het was jegens hem niet als gisteren en eergisteren.

VersbegrippenErgerVerandering

Laban nu was gegaan, om zijn schapen te scheren; zo stal Rachel de terafim, die haar vader had.

VersbegrippenMisdadigersHuishoud GodenSchapenStelenOorzaken Van LijdenSchapen ScherenGod Overvallen

En hij vlood, en al wat het zijne was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, en hij zette zijn aangezicht naar het gebergte Gilead.

VersbegrippenBergenRivier OverstekenRivier Tigris

Toen ging Laban in de tent van Jakob, en in de tent van Lea, en in de tent van de beide dienstmaagden, en hij vond niets; en als hij uit de tent van Lea gegaan was, kwam hij in de tent van Rachel.

VersbegrippenTentenNiet Vinden

Ten ware de God van mijn vader, de God van Abraham, en de Vreze van Izak, bij mij geweest was, zekerlijk, gij zoudt mij nu ledig weggezonden hebben! God heeft mijn ellende, en den arbeid mijner handen aangezien, en heeft u gisteren nacht bestraft.

VersbegrippenGod Van De VadersVoorbeelden Van Angst Van GodGod Ziet Hun EllendeMet Lege HandenGod Voor OnsGod Stuurde Zijn ZoonIk LijdtZij Die ZwoegdenGod, Verzoek Ze!

Toen vreesde Jakob zeer, en hem was bange; en hij verdeelde het volk, dat met hem was, en de schapen, en de runderen, en de kemels, in twee heiren;

VersbegrippenStrategieën In OorlogsvoeringTwee GroepenVee HoudenHelft Van GroepenAngst Van IndividuenSchapen Bezitten

En de zon rees hem op, als hij door Pniel gegaan was; en hij was hinkende aan zijn heup.

VersbegrippenDageraadDageraad

En de jongeling vertoogde niet, deze zaak te doen; want hij had lust in Jakobs dochter; en hij was geeerd boven al zijns vaders huis.

VersbegrippenBlijdschap

En zij hoorden naar Hemor, en naar Sichem, zijn zoon, allen, die ter zijner stadspoort uitgingen; en zij werden besneden, al wat mannelijk was, allen, die ter zijner stadspoort uitgingen.

VersbegrippenHet Sluiten Van Een OvereenkomstZaken Doen Aan De PoortInstemming

En het geschiedde ten derden dage, toen zij in de smart waren, zo namen de twee zonen van Jakob, Simeon en Levi, broeders van Dina, een iegelijk zijn zwaard, en kwamen stoutelijk in de stad, en doodden al wat mannelijk was.

VersbegrippenDe Derde Dag Van De WeekUitroeiingDood Van Alle MannenLichamelijke PijnTwee ZonenAangenaamheidSlachtingen

Hun schapen, en hun runderen, en hun ezelen, en hetgeen dat in de stad, en hetgeen dat in het veld was, namen zij.

VersbegrippenVee HoudenOorlogsbuitVerlies Van EzelsSchapen Bezitten

En al hun vermogen, en al hun kleine kinderen, en hun vrouwen, voerden zij gevankelijk weg, en plunderden denzelven, en al wat binnenshuis was.

VersbegrippenLijdende KinderenAndere Echtgenotes

En zij reisden heen; en Gods verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zodat zij de zonen van Jakob niet achterna jaagden.

VersbegrippenVoorbeelden Van Goddelijke BeschermingTerreur Van GodTerrorisme

Alzo kwam Jakob te Luz, hetwelk is in het land Kanaan (dat is Beth-El), hij en al het volk, dat bij hem was.

En hij bouwde aldaar een altaar, en noemde die plaats El Beth-El; want God was hem aldaar geopenbaard geweest, als hij voor zijns broeders aangezicht vlood.

VersbegrippenVluchtelingenAltaren BouwenGod VerschijntAltaren

En God verscheen Jakob wederom, als hij van Paddan-Aram gekomen was; en Hij zegende hem.

VersbegrippenGod VerschijntGezegend Door God

En zij reisden van Beth-El; en er was nog een kleine streek lands om tot Efrath te komen; en Rachel baarde, en zij had het hard in haar baren.

VersbegrippenGewichten En Maten, AfstandenZware Taken

Ezau nu had genomen zijn vrouwen, en zijn zonen, en zijn dochters, en al de zielen zijns huizes, en zijn vee, en al zijn beesten, en al zijn bezitting, die hij in het land Kanaan geworven had, en was vertrokken naar een ander land, van het aangezicht van zijn broeder Jakob.

VersbegrippenGewichten En Maten, AfstandenMensen Die Afscheid Nemen

Want hun have was te veel, om samen te wonen; en het land hunner vreemdelingschappen kon ze niet dragen vanwege hun vee.

VersbegrippenOvervloed, MaterieelMensen Die ZorgenRijke MensenBezittingen

En Timna was een bijwijf van Elifaz, den zoon van Ezau, en zij baarde aan Elifaz Amalek; dit zijn de zonen van Ada, Ezau's huisvrouw.

Verse ConceptsConcubines

En de zonen van Lotan waren Hori en Hemam; en Lotans zuster was Timna.

VersbegrippenGenoemde Zusters

En dit zijn de zonen van Ana: Dison; en Aholibama was de dochter van Ana.

Bela dan, de zoon van Beor, regeerde in Edom, en de naam zijner stad was Dinhaba.

VersbegrippenHeersers Van Edom

En Husam stierf, en in zijn plaats regeerde Hadad, de zoon van Bedad, die Midian versloeg in het veld van Moab; en de naam zijner stad was Avith.

VersbegrippenNederlaagVreemde KoningenHeersers Van Edom

En Baal-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Mezahab.

VersbegrippenVreemde KoningenGenoemde VrouwenHeersers Van Edom

Dit zijn Jakobs geschiedenissen. Jozef, zijnde een zoon van zeventien jaren, weidde de kudde met zijn broeders (en hij was een jongeling), met de zonen van Bilha, en de zonen van Zilpa, zijns vaders vrouwen; en Jozef bracht hun kwaad gerucht tot hun vader.

VersbegrippenZij Die Voorraad HaddenHalfbroersOuders Die Fout Zijn

En een man vond hem (want ziet, hij was dwalende in het veld); zo vraagde hem deze man, zeggende: Wat zoekt gij?

VersbegrippenZwerversZwerven

En zij namen hem, en wierpen hem in den kuil; doch de kuil was ledig; er was geen water in.

VersbegrippenGevangenenLege DingenDroge Plaatsen

Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen.

VersbegrippenKledingVerscheuren Van KledingScheuren Van KledingZij Die Kledij VerscheurdenNergens Te Vinden

En het geschiedde ten zelven tijde, dat Juda van zijn broederen aftoog, en hij keerde in tot een man van Adullam, wiens naam was Hira.

VersbegrippenMensen Die BezoekenTerzelfdertijd

En Juda zag aldaar de dochter van een Kanaanietisch man, wiens naam was Sua; en hij nam haar, en ging tot haar in.

VersbegrippenBeperkingen Omtrent Het HuwelijkSex Binnen Het HuwelijkHuwelijksseks tussen

En zij voer nog voort, en baarde een zoon, en noemde zijn naam Sela; doch hij was te Chezib, toen zij hem baarde.

Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in des HEEREN ogen; daarom doodde hem de HEERE.

VersbegrippenEerstgeboren ZonenGod DodendGod Doodt Individuen

En het was kwaad in des HEEREN ogen, wat hij deed; daarom doodde Hij hem ook.

VersbegrippenGod DodendGod Doodt IndividuenZaad Op De Grond Verspillen

Toen legde zij de klederen van haar weduwschap van zich af, en zij bedekte zich met een sluier, en bewond zich, en zette zich aan den ingang der twee fonteinen, die op den weg naar Timna is; want zij zag, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet ter vrouw was gegeven.

VersbegrippenSoorten KledingOpgroeienZichzelf KledenMensen Die StrippenAan De Poort ZittenVermommingenDe Wegen GebruikenOnderscheidende KledingGeven In Het Huwelijk

En hij week tot haar naar den weg, en zeide: Kom toch, laat mij tot u ingaan; want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zeide: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat?

VersbegrippenSchoondochtersGeen Mensen HerkennenSalaris Van Een Prostituee

En hij vraagde de lieden van haar plaats, zeggende: Waar is de hoer, die bij deze twee fonteinen aan den weg was? En zij zeiden: Hier is geen hoer geweest.

VersbegrippenWaar Zijn Mensen?Hoeren

En daarna kwam zijn broeder uit, om wiens hand de scharlaken draad was; en men noemde zijn naam Zera.

VersbegrippenTouwenRode Koorden

En de HEERE was met Jozef, zodat hij een voorspoedig man was; en hij was in het huis van zijn heer, den Egyptenaar.

VersbegrippenGod Met Specifieke MensenSucces Door GodDe Aanwezigheid Van GodZegeningen En VoorspoedSucces En Hard WerkGedijen

Als nu zijn heer zag, dat de HEERE met hem was, en dat de HEERE al wat hij deed, door zijn hand voorspoedig maakte;

VersbegrippenGoede DienarenGod Met Specifieke MensenSituaties ZienDe Rechtvaardigen Varen WelGedijen

En het geschiedde van toen af, dat hij hem over zijn huis, en over al wat het zijne was, gesteld had, dat de HEERE des Egyptenaars huis zegende, om Jozefs wil; ja, de zegen des HEEREN was in alles, wat hij had, in het huis en in het veld.

VersbegrippenPromotieBinnen En BuitenAan Mensen Toegekend GezagZegen Door Gods Volk

En hij liet alles, wat hij had, in Jozefs hand, zodat hij met hem van geen ding kennis had, behalve van het brood, dat hij at. En Jozef was schoon van gedaante, en schoon van aangezicht.

VersbegrippenTrouwGoede DienarenBetrouwbaarheidEthiek Van Zaken DoenSchoonheid In MannenVoedsel ZoekenAan Mensen Toegekend GezagAantrekkelijke Mannen

Zo gebeurde het op zulk een dag, dat hij in het huis kwam, om zijn werk te doen; en niemand van de lieden des huizes was daar binnenshuis.

VersbegrippenVoorbeelden Van Zaken DoenHuizen BinnengaanWeggaan

En het geschiedde, als zij zag, dat hij zijn kleed in haar hand gelaten had, en naar buiten gevlucht was;

VersbegrippenBuitengaanVerlaten Van ZakenBuiten Het Huis

En Jozefs heer nam hem, en leverde hem in het gevangenhuis, ter plaatse, waar des konings gevangenen gevangen waren; alzo was hij daar in het gevangenhuis.

VersbegrippenGevangenschapWerkgevers, Slechte VoorbeeldenGevangenissenGevangenis

Doch de HEERE was met Jozef, en wende Zijn goedertierenheid tot hem; en gaf hem genade in de ogen van den overste van het gevangenhuis.

VersbegrippenVriendelijkheidGevangenenGoddelijke GunstGod Met Specifieke MensenGod Toonde Zijn Liefdevolle VriendelijkheidGunst

De overste van het gevangenhuis zag gans op geen ding, dat in zijn hand was, overmits dat de HEERE met hem was; en wat hij deed, dat deed de HEERE wel gedijen.

VersbegrippenVindenSuccesGod Met Specifieke MensenSucces Door God

En hij leverde hen in bewaring, ten huize van den overste der trawanten, in het gevangenhuis, ter plaatse, waar Jozef gevangen was.

VersbegrippenGevangenschapGevangenenGevangenissen

Toen vertelde de overste der schenkers Jozef zijn droom, en zeide tot hem: In mijn droom, zie, zo was een wijnstok voor mijn aangezicht;

VersbegrippenMetaforische BomenDromen Vertellen

En aan den wijnstok waren drie ranken; en hij was als bottende, zijn bloeisel ging op, zijn trossen brachten rijpe druiven voort.

VersbegrippenDrie Andere Dingen

En Farao's beker was in mijn hand; en ik nam die druiven, en drukte ze uit in Farao's beker, en ik gaf den beker op Farao's hand.

VersbegrippenDruk UitoefenenWijn Verschaffen

Toen de overste der bakkers zag, dat hij een goede uitlegging gedaan had, zo zeide hij tot Jozef: Ik was ook in mijn droom, en zie, drie getraliede korven waren op mijn hoofd.

VersbegrippenDrie Andere Dingen

En in den opperste korf was van alle spijze van Farao, die bakkerswerk is; en het gevogelte at dezelve uit de korf, van boven mijn hoofd.

VersbegrippenVogels EtenHet Eten Van DierenBovenkant Van Dingen

En de dunne aren verslonden de zeven vette en volle aren. Toen ontwaakte Farao, en ziet, het was een droom.

VersbegrippenZeven DingenDunne Lichamen

En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde.

VersbegrippenWaarzeggerij Beoefend DoorOchtendRusteloosheidDe Aard Van Menselijke WijsheidTovenaarsWijze MannenOntbiedende KoningenNiemand BeschikbaarDromen Vertellen

Farao was zeer vertoornd op zijn dienaars, en leverde mij in bewaring ten huize van den overste der trawanten, mij en den overste der bakkers.

VersbegrippenBakkenKapiteinenGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen

En aldaar was bij ons een Hebreeuws jongeling, een knecht van den overste der trawanten; en wij vertelden ze hem, en hij legde ons onze dromen uit; een ieder legde hij ze uit, naar zijn droom.

VersbegrippenDromen Vertellen

Dewelke in haar buik inkwamen; maar men merkte niet, dat ze in haar buik ingekomen waren; want haar aanzien was lelijk, gelijk als in het begin. Toen ontwaakte ik.

VersbegrippenSlechte Dingen

En de zeven dunne aren verslonden die zeven goede aren. En ik heb het den tovenaars gezegd; maar er was niemand, die het mij verklaarde.

VersbegrippenZeven DingenNiemand BeschikbaarDromen VertellenDunne Lichamen

En dit woord was goed in de ogen van Farao, en in de ogen van al zijn knechten.

VersbegrippenGoede Woorden

Jozef nu was dertig jaren oud, als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en Jozef ging uit van Farao's aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.

VersbegrippenDertigReizenAan Mensen Toegekend Gezag

En hij vergaderde alle spijze der zeven jaren, die in Egypteland was, en deed de spijze in de steden; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daarbinnen.

VersbegrippenZuinigVoedsel Verzamelen

Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal.

VersbegrippenEen Ontelbaar AantalZandOnmogelijk Voor MensenOvervloed In EgypteZand En Grind

Toen eindigden de zeven jaren des overvloeds, die in Egypte geweest was.

VersbegrippenOvervloed In EgypteGeen VoedselKatten

En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood.

Als dan honger over het ganse land was, zo opende Jozef alles, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger was sterk in Egypteland.

VersbegrippenOpslaanWarenhuizenDe Daad Van OpenenContainers Openen

En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.

VersbegrippenKopen En VerkopenGebruik Van Geld

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain