'Weg' in de Bijbel
- 1.Genesis 3:24-Deuteronomium 24:9
- 2.Deuteronomium 25:17-1 Koningen 8:25
- 3.1 Koningen 8:32-2 Kronieken 28:8
- 4.2 Kronieken 30:14-Psalmen 119:29
- 5.Psalmen 119:30-Jesaja 48:17
- 6.Jesaja 49:11-Ezechiël 33:6
- 7.Ezechiël 33:8-Markus 1:2
- 8.Markus 1:3-1 Corinthiërs 16:2
- 9.1 Thessalonicenzen 3:11-Openbaring 21:10
Doch onze God en Vader Zelf, en onze Heere Jezus Christus richte onzen weg tot u.
Leggende zichzelven weg tot een schat een goed fondament tegen het toekomende, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen mogen.
Waarmede de Heilige Geest dit beduidde, dat de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste tabernakel nog stand had;
Alzo ook Christus, eenmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male zonder zonde gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid.
Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.
Op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees;
Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft.
En desgelijks ook Rachab, de hoer, is zij niet uit de werken gerechtvaardigd geweest, als zij de gezondenen heeft ontvangen, en door een anderen weg uitgelaten?
En velen zullen hun verderfenissen navolgen, door welke de weg der waarheid zal gelasterd worden.
Die den rechten weg verlaten hebbende, zijn verdwaald, en volgen den weg van Balaam, den zoon van Bosor, die het loon der ongerechtigheid liefgehad heeft;
Want het ware hun beter, dat zij den weg der gerechtigheid niet gekend hadden, dan dat zij, dien gekend hebbende, weder afkeren van het heilige gebod, dat hun overgegeven was.
Wee hun, want zij zijn de weg van Kain ingegaan, en door de verleiding van het loon van Balaam zijn zij henengestort, en zijn door de tegenspreking van Korach vergaan.
En de zesde engel goot zijn fiool uit op de grote rivier, den Eufraat; en zijn water is uitgedroogd, opdat bereid zou worden de weg der koningen, die van den opgang der zon komen zullen.
En hij bracht mij weg in een woestijn, in den geest, en ik zag een vrouw, zittende op een scharlaken rood beest, dat vol was van namen der gods lastering, en had zeven hoofden en tien hoornen.
En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Genesis 3:24-Deuteronomium 24:9
- 2.Deuteronomium 25:17-1 Koningen 8:25
- 3.1 Koningen 8:32-2 Kronieken 28:8
- 4.2 Kronieken 30:14-Psalmen 119:29
- 5.Psalmen 119:30-Jesaja 48:17
- 6.Jesaja 49:11-Ezechiël 33:6
- 7.Ezechiël 33:8-Markus 1:2
- 8.Markus 1:3-1 Corinthiërs 16:2
- 9.1 Thessalonicenzen 3:11-Openbaring 21:10