'Woestijn' in de Bijbel
Maar Joab en Abisai jaagden Abner achterna; en de zon ging onder, als zij gekomen waren tot den heuvel van Amma, dewelke is voor Giach, op den weg der woestijn van Gibeon.
En het ganse land weende met luider stem, als al het volk overging; ook ging de koning over de beek Kidron, en al het volk ging over, recht naar den weg der woestijn.
Zie, ik zal vertoeven in de vlakke velden der woestijn, totdat er een woord van ulieden kome, dat men mij aanzegge.
En de koning zeide tot Ziba: Wat zult gij daarmede? En Ziba zeide: De ezels zijn voor het huis des konings, om op te rijden en het brood en de zomervruchten, om te eten voor de jongens; en de wijn, opdat de moeden in de woestijn drinken.
Nu dan, zendt haastelijk henen, en boodschapt David, zeggende: Vernacht dezen nacht niet in de vlakke velden der woestijn, en ook ga spoedig over; opdat de koning niet verslonden worde, en al het volk, dat met hem is.
En honig, en boter, en schapen, en koeienkazen, brachten tot David, en tot het volk, dat met hem was, om te eten, want zij zeiden: Dit volk is hongerig, en moede, en dorstig in de woestijn.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (7)
- Exodus (25)
- Leviticus (6)
- Numberi (45)
- Deuteronomium (19)
- Jozua (15)
- Richteren (9)
- 1 Samuël (14)
- 2 Samuël (6)
- 1 Koningen (4)
- 2 Koningen (1)
- 1 Kronieken (4)
- 2 Kronieken (7)
- Nehemia (2)
- Job (3)
- Psalmen (19)
- Hooglied (2)
- Jesaja (20)
- Jeremia (21)
- Klaagliederen (3)
- Ezechiël (14)
- Hosea (5)
- Joël (3)
- Amos (2)
- Zefanja (1)
- Maleachi (1)