9505 gebeurtenissen

'Zijn' in de Bijbel

Die zal Mijn Naam een huis bouwen, en die zal Mij tot een zoon zijn, en Ik hem tot een Vader; en Ik zal den troon zijns rijks over Israel bevestigen tot in eeuwigheid.

VersbegrippenZonen Van GodSpirituele AdoptieChristus Die Eeuwig HeerstGods Huis Bouwen

Nu, mijn zoon, de HEERE zal met u zijn, en gij zult voorspoedig zijn, en zult het huis des HEEREN, uws Gods, bouwen, gelijk als Hij van u gesproken heeft.

Dan zult gij voorspoedig zijn, als gij waarnemen zult te doen de inzettingen en de rechten, die de HEERE aan Mozes geboden heeft over Israel. Wees sterk en heb goeden moed, vrees niet, en wees niet verslagen!

VersbegrippenOverwinning Als Daad Van GodMoedOntmoediging WeerstaanKracht Van Mensen

Ook zijn er bij u in menigte, die het werk kunnen doen, houwers, en werkmeesters in steen en hout, en allerlei wijze lieden in allerlei werk.

VersbegrippenTimmerluiDe Aard Van Menselijke WijsheidMannen Aan Het WerkVakmanschap

Des gouds, des zilvers, en des kopers, en des ijzers is geen getal; maak u op, en doe het, en de HEERE zal met u zijn.

VersbegrippenVakmanschap

Ook gebood David aan alle vorsten van Israel, dat zij zijn zoon Salomo helpen zouden, zeggende:

Toen nu David oud was en zat van dagen, maakte hij zijn zoon Salomo tot koning over Israel.

VersbegrippenBereiken Van Hoge LeeftijdKoningen MakenNaderende Dood

De kinderen van Amram waren Aaron en Mozes. Aaron nu werd afgezonderd, dat hij heiligde de allerheiligste dingen, hij en zijn zonen, tot in eeuwigheid, om te roken voor het aangezicht des HEEREN, om Hem te dienen en om in Zijn Naam tot in eeuwigheid te zegenen.

VersbegrippenHeiligheid, Afzonderlijk Voor God

Aangaande nu Mozes, den man Gods, zijn kinderen werden genoemd onder den stam van Levi.

Dit zijn de kinderen van Levi, naar het huis hunner vaderen, de hoofden der vaderen, naar hun gerekenden in het getal der namen naar hun hoofden, doende het werk van den dienst van het huis des HEEREN van twintig jaren oud en daarboven.

VersbegrippenFysieke MaturiteitMiddelbare Leeftijd

Want David had gezegd: De HEERE, de God Israels, heeft Zijn volk rust gegeven, en Hij zal te Jeruzalem wonen tot in eeuwigheid.

VersbegrippenGods Verbond Met DavidGod Geeft RustGods Woning

En de kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jerimoth. Dezen zijn de kinderen der Levieten, naar hun vaderlijke huizen.

En zij wierpen ook loten, nevens hun broederen, de zonen van Aaron, voor het aangezicht van den koning David, en Zadok, en Achimelech, en van de hoofden der vaderen onder de priesteren en onder de Levieten; het hoofd der vaderen tegen zijn kleinsten broeder.

Het eerste lot nu ging uit voor Asaf, namelijk voor Jozef. Het tweede voor Gedalja; hij en zijn broederen, en zijn zonen, waren twaalf.

Het derde voor Zakkur; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het vijfde voor Nethanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het zevende voor Jesarela; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het negende voor Mattanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het tiende voor Simei; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het elfde voor Azareel; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het dertiende voor Subael; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het veertiende voor Mattithja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het vijftiende voor Jeremoth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het achttiende voor Hanani; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het negentiende voor Mallothi; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

Het een en twintigste voor Hothir; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het twee en twintigste voor Giddalti; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het drie en twintigste voor Mahazioth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Het vier en twintigste voor Romamthi-Ezer; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

Ook werden zijn zoon Semaja kinderen geboren, heersende over het huis huns vaders; want zij waren kloeke helden.

VersbegrippenVermogen

De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

En Hosa, uit de kinderen van Merari, had zonen; Simri was het hoofd; (alhoewel hij de eerstgeborene niet was, nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).

VersbegrippenEerstgeboreneGeboorterecht

Het lot nu tegen het oosten viel op Salemja; maar voor zijn zoon Zecharja, die een verstandig raadsman was, wierp men de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het noorden;

VersbegrippenDe Aard Van Menselijke Wijsheid

Obed-Edom tegen het zuiden; en voor zijn kinderen het huis der schatkameren.

VersbegrippenOpslaanWinkels Voor Eten

Dit zijn de verdelingen der poortiers van de kinderen der Korahieten, en der kinderen van Merari.

VersbegrippenOnderverdelingen

De kinderen van Jehieli waren Zetham en Joel, zijn broeder; dezen waren over de schatten van het huis des HEEREN.

Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.

Deze Selomith en zijn broederen waren over al de schatten der heilige dingen, die de koning David geheiligd had, mitsgaders de hoofden der vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten des heirs;

Ook alles, wat Samuel, de ziener, geheiligd had, en Saul, de zoon van Kis, en Abner, de zoon van Ner, en Joab, de zoon van Zeruja; al wat iemand geheiligd had, was onder de hand van Selomith en zijn broederen.

VersbegrippenZieners

Van de Jizharieten waren Chenanja en zijn zonen tot het buitenwerk in Israel, tot ambtlieden en tot rechters.

VersbegrippenRechters

Van de Hebronieten was Hasabja, en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zevenhonderd, over de ambten van Israel op deze zijde van de Jordaan tegen het westen, over al het werk des HEEREN, en tot den dienst des konings.

VersbegrippenDuizenden

Van de Hebronieten was Jeria het hoofd, van de Hebronieten zijner geslachten onder de vaderen; in het veertigste jaar des koninkrijks van David zijn er gezocht en onder hen gevonden kloeke helden in Jaezer in Gilead.

VersbegrippenGenealogie

En zijn broeders waren kloeke lieden, twee duizend en zevenhonderd hoofden der vaderen; en de koning David stelde hen over de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam der Manassieten, tot alle zaken Gods en de zaken des konings.

VersbegrippenTweeduizend

Dit nu zijn de kinderen Israels naar hun getal, de hoofden der vaderen, en de oversten der duizenden en der honderden, met hun ambtlieden, den koning dienende in alle zaken der verdelingen, aangaande en afgaande van maand tot maand in al de maanden des jaars; elke verdeling was vier en twintig duizend.

VersbegrippenGraadKalendersTwintigduizend En MeerFamilie Geschil

Over de eerste verdeling in de eerste maand was Jasobam, de zoon van Zabdiel; en in zijn verdeling waren er vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

En over de verdeling in de tweede maand was Dodai, de Ahohiet, en over zijn verdeling was Mikloth ook voorganger; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

De derde overste des heirs in de derde maand was Benaja, de zoon van Jojada, den opperambtman; die was het hoofd; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

Deze Benaja was een held van de dertig, en over de dertig; en over zijn verdeling was Ammizabad, zijn zoon.

VersbegrippenDertig

De vierde, in de vierde maand, was Asahel, de broeder van Joab, en na hem Zebadja, zijn zoon; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

De vijfde, in de vijfde maand, was Samhuth, de Jizrahiet, de overste; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

De zesde, in de zesde maand, was Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

De zevende, in de zevende maand, was Helez, de Peloniet, uit de kinderen van Efraim; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

De achtste, in de achtste maand, was Sibbechai, de Husathiet, van de Zerahieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En MeerVerdeling

De negende, in de negende maand, was Abiezer, de Anathothiet; van de Benjaminieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

De tiende, in de tiende maand, was Maharai, de Nethofathiet, van de Zerahieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenStrijdersTwintigduizend En Meer

De elfde, in de elfde maand, was Benaja, de Pirhathoniet, van de kinderen van Efraim; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

De twaalfde, in de twaalfde maand, was Heldai, de Nethofathiet, van Othniel; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

En de koning David stond op zijn voeten, en hij zeide: Hoort mij, mijn broeders, en mijn volk! Ik had in mijn hart een huis der rust voor de ark des verbonds des HEEREN te bouwen, en voor de voetbank der voeten onzes Gods, en ik heb gereedschap gemaakt om te bouwen.

VersbegrippenVoetenbankenPlannenAngst, Overwonnen DoorDe Ark In De TempelDoelen Van De MensRozen

En Hij heeft tot mij gezegd: Uw zoon Salomo, die zal Mijn huis en Mijn voorhoven bouwen; want Ik heb hem Mij uitverkoren tot een zoon, en Ik zal hem tot een Vader zijn.

VersbegrippenVerantwoordelijkheden Van VerkiezingZonen Van GodSpirituele AdoptieSalomo's Tempel

En Ik zal zijn koninkrijk bevestigen tot in eeuwigheid, indien hij sterk wezen zal, om Mijn geboden en Mijn rechten te doen, gelijk te dezen dage.

VersbegrippenChristus Die Eeuwig Heerst

En David gaf zijn zoon Salomo een voorbeeld van het voorhuis, met zijn behuizingen, en zijn schatkameren, en zijn opperzalen, en zijn binnenkameren, en van het huis des verzoendeksels;

VersbegrippenVeranda'sBlauwdrukkenWinkels Voor Eten

En het gewicht tot de gouden kandelaars, en hun gouden lampen, naar het gewicht van elken kandelaar en zijn lampen; ook tot de zilveren kandelaars, naar het gewicht van een kandelaar en zijn lampen, naar den dienst van elken kandelaar.

VersbegrippenLampen

En David zeide tot zijn zoon Salomo: Wees sterk, en heb goeden moed, en doe het, vrees niet, en wees niet verslagen; want de HEERE God, mijn God, zal met u zijn; Hij zal u niet begeven, en Hij zal u niet verlaten, totdat gij al het werk tot den dienst van het huis des HEEREN zult volbracht hebben.

VersbegrippenGod Zal Nooit FalenBang ZijnOntmoedigingOnervarenheidMoedGods Hulp Bij OntmoedigingKracht Van MensenGod Die Niet VerzaaktMoedMoed En KrachtSterk Blijven En Niet OpgevenSterk EindigenOnverschrokkenEindigen

En zie, daar zijn de verdelingen der priesteren en der Levieten, tot allen dienst van het huis Gods; en bij u zijn tot alle werk allerlei vrijwilligen, met wijsheid tot allen dienst, ook de vorsten, en het ganse volk, bereid tot al uw bevelen.

VersbegrippenGoede DienarenVaardigheidDe Aard Van Menselijke WijsheidOnderverdelingenVrijwilligerswerk

Goud tot de gouden, en zilver tot de zilveren vaten, en tot alle werk, door de hand der werkmeesteren te maken. En wie is er willig, heden zijn hand den HEERE te vullen?

VersbegrippenUit Zichzelf GevenHeiliging, Aard En BasisInwijdingVrijwilligerswerkKunstenaarsVakmanschap

En al de vorsten, en helden, ja, ook al de zonen van den koning David, gaven de hand, dat zij onder den koning Salomo zijn zouden.

VersbegrippenBeloftes

De dagen nu, die hij geregeerd heeft over Israel, zijn veertig jaren; te Hebron regeerde hij zeven jaren, en te Jeruzalem regeerde hij drie en dertig.

VersbegrippenNummer VeertigZeven Jaar30 Tot 40 Jaar40 Tot 50 jaar

En hij stierf in goeden ouderdom, zat van dagen, rijkdom en eer; en zijn zoon Salomo regeerde in zijn plaats.

VersbegrippenVerouderenPlezier, Materiële DingenErfgenamenFysieke MaturiteitBereiken Van Hoge LeeftijdLeeftijd

De geschiedenissen nu van den koning David, de eerste en de laatste, ziet, die zijn geschreven in de geschiedenissen van Samuel, den ziener, en in de geschiedenissen van den profeet Nathan, en in de geschiedenissen van Gad, den ziener;

VersbegrippenNiet Bewaarde BoekenZienersSchrijvenVerwezenlijkingen

Met al zijn koninkrijk, en zijn macht, en de tijden, die over hem verlopen zijn, en over Israel, en over al de koninkrijken der landen.

En Salomo, de zoon van David, werd versterkt in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem ten hoogste groot.

VersbegrippenKoningenGod Met Specifieke Mensen

En Salomo zeide tot God: Gij hebt aan mijn vader David grote weldadigheid gedaan; en Gij hebt mij koning gemaakt in zijn plaats;

VersbegrippenDe Grootheid Van God

De wijsheid, en de wetenschap is u gegeven; daartoe zal Ik u rijkdom, en goederen, en eer geven, dergelijke geen koningen, die voor u geweest zijn, gehad hebben, en na u zal dergelijke niet zijn.

VersbegrippenTijdelijke ZegeningenHet HedenDe Aard Van RijkdomGeschenken Van God, TijdelijkRijkdom

En de koning maakte het zilver en het goud in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als wilde vijgebomen, die in de laagten zijn, in menigte.

VersbegrippenOvervloed, MaterieelCederGoudZilverEsdoornen

Salomo nu dacht voor den Naam des HEEREN een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk.

VersbegrippenSalomo's Tempel

Zie, ik zal een huis voor den Naam des HEEREN, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des HEEREN, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israel.

VersbegrippenNieuwe Maan FestivalVerordeningenDe Sabbat In OTGeurtjes

En het huis, dat ik zal bouwen, zal groot zijn; want onze God is groter dan alle goden.

VersbegrippenBeslissingen NemenSamen AanbiddenNaar De Kerk GaanMooi ZijnGrootsheidBouwBelang

Doch wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden? En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, ten ware om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken?

VersbegrippenGod Als GeestGod Is OveralGod Is OnvolprezenDe Oneindige GodGods Woning

Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.

VersbegrippenDonkerroodBronsGravureGoudIjzerMetaalwerkersZilverVaardigheidDe Aard Van Menselijke WijsheidGoudsmedenKleuren, BlauwMannen Aan Het WerkKunstenaarsVakmanschap

Zend mij ook cederen, dennen, en algummimhout uit Libanon; want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn.

En dat om mij hout in menigte te bereiden; want het huis, dat ik zal bouwen, zal groot en wonderlijk zijn.

Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift, en zond tot Salomo: Daarom dat de HEERE Zijn volk lief heeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld.

VersbegrippenBrieven

Verder zeide Huram: Geloofd zij de HEERE, de God Israels, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij den koning David een wijzen zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor den HEERE, en een huis voor zijn koninkrijk bouwe!

VersbegrippenUitrusting, SpiritueelOnderscheidingsvermogen Van BestuurdersHemel En AardeIntelligentieSchepping Van De Fysieke Hemelen

Zo zende nu mijn heer zijn knechten de tarwe en de gerst, de olie en den wijn, die hij gezegd heeft.

VersbegrippenHandel

En Salomo telde al de vreemde mannen, die in het land van Israel waren, achtervolgens de telling, met dewelke zijn vader David die geteld had; en er werden gevonden honderd drie en vijftig duizend en zeshonderd.

VersbegrippenHonderdduizend En Meer

En Salomo begon het huis des HEEREN te bouwen te Jeruzalem, op den berg Moria, die zijn vader David gewezen was, in de plaats, die David toebereid had, op den dorsvloer van Ornan, den Jebusiet.

VersbegrippenCalvariebergBeginDe Betekenis Van JeruzalemKoningenBergenHet Leven Van SalomoDorsvloerSalomo's TempelStarten Met BouwenDe Eerste Tempel

Hij begon nu te bouwen in de tweede maand, op den tweeden dag, in het vierde jaar van zijn koninkrijk.

VersbegrippenMaand 2Bouw

En deze zijn de grondleggingen van Salomo, om het huis Gods te bouwen: de lengte in ellen, naar de eerste mate, was zestig ellen, en de breedte twintig ellen.

VersbegrippenFunderingenBreedteDe Eerste TempelBouwMeting

Hij maakte ook een koperen altaar, van twintig ellen in zijn lengte, en twintig ellen in zijn breedte, en tien ellen in zijn hoogte.

VersbegrippenBreedteOffer Op Het Bronzen AltaarHet Bronzen Altaar Opzetten

Ook maakte Salomo alle vaten, die voor het huis Gods waren, en het gouden altaar, en de tafelen, waarop de toonbroden zijn;

VersbegrippenTafels

Mitsgaders de gaffelen, en de sprengbekkens, en de rookschalen, en de wierookvaten, van gesloten goud; aangaande den ingang van het huis, zijn binnenste deuren, van het heilige der heiligen, en de deuren van het huis des tempels waren van goud.

VersbegrippenWierookvaten

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain