10 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Zuster' in de Bijbel

De kinderen van Lotan nu waren Hori en Homam; en de zuster van Lotan was Timna.

Deze allen zijn zonen van David, behalve de kinderen der bijwijven, en Thamar hun zuster.

De kinderen van Pedaja nu waren Zerubbabel en Simei; en de kinderen van Zerubbabel waren Mesullam en Hananja; en Selomith was hunlieder zuster;

En dezen zijn van den vader Etam: Jizreel, en Isma, en Idbas; en de naam hunner zuster was Hazelelponi.

En de kinderen van de huisvrouw Hodija, de zuster van Naham, waren Abi-Kehila, de Garmiet, en Esthemoa, de Maachathiet.

Machir nu nam tot een vrouw de zuster van Huppim en Suppim, en haar naam was Maacha; en de naam des tweeden was Zelafead. Zelafead nu had dochters.

Belangende nu zijn zuster Molecheth, zij baarde Ishod, en Abiezer, en Mahela.

De kinderen van Aser waren Jimna, en Jisva, en Jisvi, en Beria, en Sera, hunlieder zuster.

En Heber gewon Jaflet, en Somer, en Hotham, en Sua, hunlieder zuster.

Maar te Gibeon hadden gewoond Jeiel, de vader van Gibeon; de naam zijner zuster nu was Maacha.

Public domain