'Daarin' in de Bijbel
En hij zwoer bij Dien, Die leeft in alle eeuwigheid, Die den hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is, en de aarde en hetgeen daarin is, en de zee en hetgeen daarin is, dat er geen tijd meer zal zijn;
En mij werd een rietstok gegeven, een meetroede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden.
Hierom bedrijft vreugde, gij hemelen, en gij, die daarin woont! Wee dengenen, die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft groten toorn, wetende, dat hij een kleinen tijd heeft.
En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was.
En wierp hem in den afgrond, en sloot hem daarin, en verzegelde dien boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geeindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd ontbonden worden.
En zij zullen de heerlijkheid en de eer der volken daarin brengen.
En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen;
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (12)
- Exodus (13)
- Leviticus (12)
- Numberi (14)
- Deuteronomium (20)
- Jozua (14)
- Richteren (6)
- 1 Samuël (5)
- 2 Samuël (4)
- 1 Koningen (2)
- 2 Koningen (7)
- 1 Kronieken (5)
- 2 Kronieken (8)
- Ezra (3)
- Nehemia (11)
- Esther (1)
- Job (3)
- Psalmen (16)
- Spreuken (4)
- Prediker (4)
- Jesaja (17)
- Jeremia (18)
- Ezechiël (23)
- Hosea (2)
- Amos (3)
- Nahum (1)
- Habakuk (1)
- Zefanja (1)
- Zacharia (3)
- Maleachi (1)