11 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Beth' in de Bijbel

En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-El, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-El tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar, en riep den naam des HEEREN aan.

VersbegrippenAi, De StadGod AanroepenNomadenHeiligdommenTentenAbraham, De Vriend Van GodAbraham, Roeping En LevensloopGebed Beschreven AlsAltaren Voor De HeerAltaren BouwenOost En West

En hij ging, volgens zijn reizen, van het zuiden tot Beth-El toe, tot aan de plaats, waar zijn tent in het begin geweest was, tussen Beth-El, en tussen Ai;

VersbegrippenNomadenBijzondere Reizen

En hij noemde den naam dier plaats Beth-El; daar toch de naam dier stad te voren was Luz.

VersbegrippenHuis Van GodMensen Die Dingen Benoemen

Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap.

VersbegrippenOlieMonumentenIk Ben GodDingen Zalven

Daarna zeide God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-El, en woon aldaar; en maak daar een altaar dien God, Die u verscheen, toen gij vluchttet voor het aangezicht van uw broeder Ezau.

VersbegrippenVluchtelingenOptreden Van God In OTHerdenkingGoddelijke SpraakPlaatsen Van AanbiddingAltaren BouwenGod VerschijntBethel Het Huis Van GodIn Het Land Leven

En laat ons ons opmaken, en optrekken naar Beth-El; en ik zal daar een altaar maken dien God, Die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid, en met mij geweest is op den weg, die ik gewandeld heb.

VersbegrippenNoodGod BeantwoordtGod Was Met JouGod Met Specifieke Mensen

Alzo kwam Jakob te Luz, hetwelk is in het land Kanaan (dat is Beth-El), hij en al het volk, dat bij hem was.

En hij bouwde aldaar een altaar, en noemde die plaats El Beth-El; want God was hem aldaar geopenbaard geweest, als hij voor zijns broeders aangezicht vlood.

VersbegrippenVluchtelingenAltaren BouwenGod VerschijntAltaren

En Debora, de voedster van Rebekka, stierf, en zij werd begraven onder aan Beth-El; onder dien eik, welks naam hij noemde Allon-Bachuth.

VersbegrippenPlaatsen Van BegrafenissenVerpleegkundigenBomenEikenDe Dood Berouwen

En Jakob noemde den naam dier plaats, alwaar God met hem gesproken had, Beth-El.

VersbegrippenBethel Het Huis Van GodMensen Die Dingen Benoemen

En zij reisden van Beth-El; en er was nog een kleine streek lands om tot Efrath te komen; en Rachel baarde, en zij had het hard in haar baren.

VersbegrippenGewichten En Maten, AfstandenZware Taken

Public domain