'Daarvan' in de Bijbel
Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.
Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad.
En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van dien boom gegeten, van welken Ik u gebood, dat gij daarvan niet eten zoudt?
En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.
Ik zal heden door uw ganse kudde gaan, daarvan afzonderende al het gespikkelde en geplekte vee, en al het bruine vee onder de lammeren, en het geplekte en gespikkelde onder de geiten; en zulks zal mijn loon zijn.
Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal.
Maar zijn boog is in stijvigheid gebleven, en de armen zijner handen zijn gesterkt geworden, door de handen van de Machtige Jakobs; daarvan is hij een herder, een steen Israels;
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (7)
- Exodus (20)
- Leviticus (32)
- Numberi (10)
- Deuteronomium (11)
- Jozua (3)
- Richteren (4)
- 1 Samuël (1)
- 2 Samuël (4)
- 1 Koningen (5)
- 2 Koningen (12)
- 1 Kronieken (2)
- 2 Kronieken (6)
- Ezra (1)
- Nehemia (1)
- Esther (1)
- Job (3)
- Psalmen (2)
- Spreuken (4)
- Prediker (5)
- Jesaja (11)
- Jeremia (7)
- Ezechiël (20)
- Daniël (2)
- Joël (2)
- Jona (1)