'David' in de Bijbel
Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven.
En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht;
En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt, (omdat hij uit het huis en geslacht van David was);
Den zoon van Meleas, den zoon van Mainan, den zoon van Mattatha, den zoon van Nathan, den zoon van David,
En Jezus, hun antwoordende, zeide: Hebt gij ook dat niet gelezen, hetwelk David deed, wanneer hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?
En David zelf zegt in het boek der psalmen: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand,
David dan noemt Hem zijn Heere; en hoe is Hij zijn Zoon?
Verwante onderwerpen
- Begraven In De Stad Van David
- Bijzondere Individuen
- Buigen Voor David
- Christus Is De Heer
- De Dood Van David
- De Dynastie Van David
- De Opgang Van David