'Geloven' in de Bijbel
Ziet, gij verachters, en verwondert u, en verdwijnt; want Ik werk een werk in uw dagen, een werk, hetwelk gij niet zult geloven, zo het u iemand verhaalt.
En als daarover grote twisting geschiedde, stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God van over langen tijd onder ons mij verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des Evangelies zouden horen, en geloven.
Maar wij geloven, door de genade van den Heere Jezus Christus, zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.
Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus.
En zij, dat gehoord hebbende, loofden den Heere, en zeiden tot hem: Gij ziet, broeder, hoevele duizenden van Joden er zijn, die geloven; en zij zijn allen ijveraars van de wet.
Doch van de heidenen, die geloven, hebben wij geschreven en goed gevonden, dat zij niets dergelijks zouden onderhouden, dan dat zij zich wachten van hetgeen den afgoden geofferd is, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
Verwante onderwerpen
- Anderen Die In God Geloven
- Blijven Geloven
- De Houding Van Geloven Tegenover Martelaarschap
- Geloven
- Geloven In Christus
- Geloven In De Naam Van Christus
- Geloven In God
- Geloven In Jezelf
- Geloven In Profeten
- Niet Geloven In Het Evangelie
- Niet Geloven In Jezus
- Niet Geloven In Mensen
- Niet Geloven In Tekenen
- Tekenen Van Bekering
- Vreemdelingen Gered Door Geloof