'Men' in de Bijbel
Samech. Allen, die over weg gaan, klappen met de handen over u, zij fluiten en schudden hun hoofd over de dochter Jeruzalems, zeggende: Is dit die stad, waar men van zeide, dat zij volkomen van schoonheid was, een vreugde der ganse aarde?
Resch. Zie, HEERE, aanschouw toch, aan wien Gij alzo gedaan hebt; zullen dan de vrouwen haar vrucht eten, de kinderkens, die men op de handen draagt? Zullen dan de profeet en de priester in het heiligdom des Heeren gedood worden?
Teth. Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN.
Lamed. Dat men al de gevangenen der aarde onder Zijn voeten verbrijzelt;
Lamed. Dat men het recht eens mans buigt voor het aangezicht des Allerhoogsten;
Lamed. Dat men een mens verongelijkt in zijn twistzaak; zou het de Heere niet zien?
Resch. Heere! Gij hebt gezien de verkeerdheid, die men mij aangedaan heeft, oordeel mijn rechtzaak.
Cheth. Maar nu is hun gedaante verduisterd van zwartigheid, men kent hen niet op de straten; hun huid kleeft aan hun beenderen, zij is verdord, zij is geworden als een hout.
Nun. Zij zwierven als blinden op de straten, zij waren met bloed besmet, zodat men niet kon zien, of men raakte hun klederen aan.
Wij lijden vervolging op onze halzen; zijn wij woede, men laat ons geen rust.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (30)
- Exodus (32)
- Leviticus (45)
- Numberi (17)
- Deuteronomium (6)
- Jozua (15)
- Richteren (10)
- Ruth (2)
- 1 Samuël (24)
- 2 Samuël (15)
- 1 Koningen (15)
- 2 Koningen (15)
- 1 Kronieken (12)
- 2 Kronieken (22)
- Ezra (7)
- Nehemia (8)
- Esther (32)
- Job (28)
- Psalmen (22)
- Spreuken (16)
- Prediker (6)
- Hooglied (2)
- Jesaja (47)
- Jeremia (31)
- Klaagliederen (10)
- Ezechiël (31)
- Daniël (30)
- Hosea (2)
- Amos (5)
- Jona (1)
- Micha (2)
- Nahum (3)
- Habakuk (3)
- Zefanja (1)
- Zacharia (3)
- Maleachi (3)