'Stad' in de Bijbel
Zal de bazuin in de stad geblazen worden, dat het volk niet siddere? zal er een kwaad in de stad zijn, dat de HEERE niet doet?
Daartoe heb Ik ook den regen van ulieden geweerd, als er nog drie maanden waren tot den oogst, en heb doen regenen over de ene stad, maar over de andere stad niet doen regenen; het ene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde.
En twee, drie steden togen om tot een stad, opdat zij water mochten drinken, maar werden niet verzadigd; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
Want zo zegt de Heere HEERE: De stad, die uitgaat met duizend, zal honderd overhouden, en die uitgaat met honderd, zal tien overhouden, in het huis Israels.
Gaat over naar Kalne, en ziet toe; en gaat van daar naar Hamath, de grote stad, en trekt af naar Gath der Filistijnen; of zij beter zijn dan deze koninkrijken, of hun landpale groter dan uw landpale?
De Heere HEERE heeft gezworen bij Zichzelf (spreekt de HEERE, de God der heerscharen): Ik heb een gruwel van Jakobs hovaardij, en Ik haat zijn paleizen; daarom zal Ik de stad en haar volheid overleveren.
Daarom zegt de HEERE alzo: Uw vrouw zal in de stad hoereren, en uw zonen en uw dochteren zullen door het zwaard vallen, en uw land zal door het snoer uitgedeeld worden; en gij zult in een onrein land sterven, en Israel zal voorzeker uit zijn land gevankelijk worden weggevoerd.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (33)
- Exodus (2)
- Leviticus (7)
- Numberi (6)
- Deuteronomium (25)
- Jozua (44)
- Richteren (35)
- Ruth (5)
- 1 Samuël (27)
- 2 Samuël (35)
- 1 Koningen (37)
- 2 Koningen (38)
- 1 Kronieken (13)
- 2 Kronieken (33)
- Ezra (9)
- Nehemia (10)
- Esther (9)
- Job (3)
- Psalmen (18)
- Spreuken (13)
- Prediker (5)
- Hooglied (3)
- Jesaja (37)
- Jeremia (70)
- Klaagliederen (6)
- Ezechiël (42)
- Daniël (5)
- Hosea (2)
- Joël (1)
- Amos (7)
- Jona (6)
- Micha (2)
- Habakuk (3)
- Zefanja (2)
- Haggaï (38)
- Zacharia (4)