'Ter' in de Bijbel
De gangen haars wegs wenden zich ter zijde af; zij lopen op in het woeste, en vergaan.
Indien ik roep, en Hij mij antwoordt; ik zal niet geloven, dat Hij mijn stem ter ore genomen heeft.
Als Hij ter linkerhand werkt, zo aanschouw ik Hem niet; bedekt Hij Zich ter rechterhand, zo zie ik Hem niet.
Ter rechterhand staat de jeugd op, stoten mijn voeten uit, en banen tegen mij hun verderfelijke wegen.
Want ik weet, dat Gij mij ter dood brengen zult, en tot het huis der samenkomst aller levenden.
Zeker, ik kon wel een grote menigte geweldiglijk onderdrukt hebben; maar de verachtste der huisgezinnen zou mij afgeschrikt hebben; zodat ik gewezen zou hebben, en ter deure niet uitgegaan zijn.
En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.
In een ogenblik sterven zij; zelfs ter middernacht wordt een volk geschud, dat het doorga; en de machtige wordt weggenomen zonder hand.
En Hij openbaart het voor hunlieder oor ter tucht, en zegt, dat zij zich van de ongerechtigheid bekeren zouden.
Neem dit, o Job, ter ore; sta, en aanmerk de wonderen Gods.
Als zij nederbukken in de holen, en in den kuil zitten, ter loering?
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (35)
- Exodus (19)
- Leviticus (6)
- Numberi (20)
- Deuteronomium (34)
- Jozua (17)
- Richteren (12)
- Ruth (2)
- 1 Samuël (22)
- 2 Samuël (24)
- 1 Koningen (12)
- 2 Koningen (9)
- 1 Kronieken (4)
- 2 Kronieken (19)
- Ezra (6)
- Nehemia (4)
- Esther (4)
- Job (11)
- Psalmen (38)
- Spreuken (6)
- Prediker (4)
- Jesaja (31)
- Jeremia (20)
- Klaagliederen (3)
- Ezechiël (22)
- Daniël (18)
- Hosea (2)
- Joël (2)
- Amos (3)
- Obadja (2)
- Jona (2)
- Nahum (2)
- Zefanja (1)
- Zacharia (3)
- Maleachi (1)