'Verlaten' in de Bijbel
Maar Gideon zeide tot Hem: Och, mijn Heer! zo de HEERE met ons is, waarom is ons dan dit alles wedervaren? en waar zijn al Zijn wonderen, die onze vaders ons verteld hebben, zeggende: Heeft ons de HEERE niet uit Egypte opgevoerd? Doch nu heeft ons de HEERE verlaten, en heeft ons in der Midianieten hand gegeven.
Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen?
Maar de vijgeboom zeide tot hen: Zou ik mijn zoetigheid en mijn goede vrucht verlaten? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen?
Maar de wijnstok zeide tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen?
Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE, zeggende: Wij hebben tegen U gezondigd, zo omdat wij onzen God hebben verlaten, als dat wij de Baals gediend hebben.
Nochtans hebt gij Mij verlaten, en andere goden gediend; daarom zal Ik u niet meer verlossen.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (3)
- Exodus (1)
- Leviticus (1)
- Deuteronomium (8)
- Jozua (4)
- Richteren (6)
- Ruth (2)
- 1 Samuël (5)
- 1 Koningen (6)
- 2 Koningen (7)
- 1 Kronieken (1)
- 2 Kronieken (12)
- Ezra (3)
- Nehemia (5)
- Job (3)
- Psalmen (13)
- Spreuken (3)
- Jesaja (18)
- Jeremia (21)
- Klaagliederen (1)
- Ezechiël (5)
- Amos (1)
- Jona (1)
- Zefanja (1)
- Maleachi (1)