1600 gebeurtenissen

'Waren' in de Bijbel

De netten waren van nettenwerk, de banden van ketenwerk voor de kapitelen, die op het hoofd der pilaren waren; zeven waren voor het ene kapiteel, en zeven voor het andere kapiteel.

VersbegrippenKetenenNettenZeven Dingen

Zo maakte hij de pilaren, mitsgaders twee rijen rondom over het ene net, om de kapitelen, die boven het hoofd der granaatappelen waren, te bedekken; alzo deed hij ook aan het andere kapiteel.

VersbegrippenGranaatappels

En de kapitelen, dewelke waren op het hoofd der pilaren, waren van leliewerk in het voorhuis, van vier ellen.

VersbegrippenAfmetingen Van Pilaren

De kapitelen nu waren op de twee pilaren, ja, daarboven tegenover den buik, dewelke was nevens het net; en tweehonderd granaatappelen waren in rijen rondom, ook over het andere kapiteel.

VersbegrippenGranaatappelsNummer Tweehonderd

En onder haar rand waren knoppen, dezelve rondom omsingelende, tien in een el, omringende die zee rondom; twee rijen dezer knoppen waren in haar gieting gegoten.

VersbegrippenBeeldhouwwerkDingen Die OmringenTwee Plantaardige Producten

Zij stond op twaalf runderen; drie ziende naar het noorden, en drie ziende naar het westen, en drie ziende naar het zuiden, en drie ziende naar het oosten; en de zee was boven op dezelve; en al hun achterdelen waren inwaarts.

VersbegrippenWestenDrie DierenGericht Naar Het NoordenNoord, Zuid, Oost En WestTwaalf Dieren

En dit was het werk der stelling; zij hadden lijsten, en de lijsten waren tussen kransen.

VersbegrippenOntwerp

En op de lijsten, die tussen de kransen waren, waren leeuwen, runderen en cherubs; en op de kransen was een voet boven henen; en onder de leeuwen en runderen bijvoegselen van uitgerekt werk.

VersbegrippenLeeuwenAfgebeelde Cherubijn

En een stelling had vier koperen raderen, en koperen platen; en haar vier hoeken hadden schouderen; onder het wasvat waren deze gegoten schouderen ter zijde van ieders bijvoegselen.

VersbegrippenBekkensWielenVier SteunenBronzen Voorwerpen Voor De Tabernakel

En de mond daarvan was van binnen den krans, en daarboven van een el, en de mond hiervan was rond van voetwerk van een el en een halve el; en op de mond daarvan waren ook graveringen, en de lijsten daarvan waren vierkantig, niet rond.

VersbegrippenGravureDiepteKunstVierkantenAfmetingen Van Tempelmeubilair

De vier raderen nu waren onder de lijsten, en de assen der raderen aan de stelling; en de hoogte van een rad was een el en een halve el.

VersbegrippenVier SteunenAfmetingen Van Tempelmeubilair

En het werk van die raderen was als het werk van een wagenrad; hun assen, en hun naven, en hun randen, en hun spaken waren alle gegoten.

En er waren vier schouderen op de vier hoeken ener stelling; haar schouderen waren uit de stelling.

VersbegrippenVier SteunenStructuur

En op het hoofd ener stelling was een ronde hoogte van een halve el rondom; ook waren op het hoofd der stelling haar handhaven, en haar lijsten uit denzelve.

VersbegrippenAfmetingen Van Tempelmeubilair

Te weten de twee pilaren, en bollen der kapitelen, die op het hoofd der twee pilaren waren, en de twee netten, om de twee bollen der kapitelen te bedekken, die op het hoofd der pilaren waren;

VersbegrippenPijlers Voor De Tempel Van SalomoTwee Delen Van ConstructiesBovenkant Van Dingen

En de vierhonderd granaatappelen tot de twee netten, namelijk twee rijen van granaatappelen tot het ene net, om de twee bollen der kapitelen te bedekken, die boven op de pilaren waren;

VersbegrippenVier- Tot VijfhonderdGranaatappelsVier- En Vijfhonderd

Ook maakte Salomo al de vaten, die voor het huis des HEEREN waren; het gouden altaar, en de gouden tafel, op dewelke de toonbroden waren;

VersbegrippenTafelsGouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel

En zij brachten de ark des HEEREN en de tent der samenkomst opwaarts mitsgaders al de heilige vaten, die in de tent waren; en de priesters en de Levieten brachten dezelve opwaarts.

VersbegrippenTent Van OntmoetingHeilige KommenHeilige SchalenPriesters In ActieHet TabernakelHereniging

De koning Salomo nu en de ganse vergadering van Israel, die bij hem vergaderd waren, waren met hem voor de ark, offerende schapen en runderen, die vanwege de menigte niet konden geteld, noch gerekend worden.

VersbegrippenSchapenOntelbaarVeel WezensEen Kudde Schapen En Geiten Offeren

Er was niets in de ark, dan alleen de twee stenen tafelen, die Mozes bij Horeb daarin gelegd had, als de HEERE een verbond maakte met de kinderen Israels, toen zij uit Egypteland uitgetogen waren.

VersbegrippenDe Inhoud Van De Ark Des VerbondsFunctie Van De Ark Des VerbondsStenenTablettenLege DingenItems In SteenTwee Stenen TablettenVerbond Gemaakt In De SinaïDe Ark Des Verbonds

En Hiram toog uit van Tyrus, om de steden te bezien, die Salomo hem gegeven had, maar zij waren niet recht in zijn ogen.

VersbegrippenMensen Niet Behagen

Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Amorieten, Hethieten, Ferezieten, Hevieten, en Jebusieten, die niet waren van de kinderen Israels;

VersbegrippenNationalisme

Hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, die de kinderen Israels niet hadden kunnen verbannen, die heeft Salomo gebracht op slaafsen uitschot tot op dezen dag.

VersbegrippenGedwongen ArbeidRelaties Tot Op De Dag Van Vandaag

Doch van de kinderen Israels maakte Salomo geen slaaf; maar zij waren krijgslieden, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hoofdlieden, en de oversten zijner wagenen, en zijner ruiteren.

VersbegrippenKapiteinenGraad

Dezen waren de oversten der bestelden, die over het werk van Salomo waren, vijfhonderd en vijftig, die heerschappij hadden over het volk, dat in het werk doende was.

VersbegrippenVier- Tot VijfhonderdVier- En Vijfhonderd

Deze troon had zes trappen, en het hoofd van den troon was van achteren rond, en aan beide zijden waren leuningen tot de zitplaats toe, en twee leeuwen stonden bij die leuningen.

VersbegrippenZes DingenStappenTwee Dieren

Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.

VersbegrippenKop, Letterlijk GebruikBossenGoudLuxeZilver

Het geschiedde nu te dier tijd, als Jerobeam uit Jeruzalem uitging, dat de profeet Ahia, de Siloniet, hem op den weg vond, en hij zich een nieuw kleed aangedaan had, en zij beiden alleen op het veld waren;

VersbegrippenFijne KledijOngebruiktGenoemde Profeten Van De Heer

Maar hij verliet den raad der oudsten, dien zij hem geraden hadden; en hij hield raad met de jongelingen, die met hem opgewassen waren, die voor zijn aangezicht stonden.

VersbegrippenAfwijzen Van Goed AdviesOnvolwassenheidDe Ouderen Die BijeenkomenDe Raad Van De MensAfwijzingSlecht Advies

En de jongelingen, die met hem opgewassen waren, spraken tot hem, zeggende: Alzo zult gij zeggen tot dat volk, die tot u gesproken hebben, zeggende: Uw vader heeft ons juk zwaar gemaakt, maar maak gij het over ons lichter; alzo zult gij tot hen spreken: Mijn kleinste vinger zal dikker zijn dan mijns vaders lenden.

VersbegrippenVingersWijdsheidWegnemen LastenLicht JukVingers Van MensenMakkelijke Lasten

Hij maakte ook een huis der hoogten; en maakte priesteren van de geringsten des volks, die niet waren uit de zonen van Levi.

VersbegrippenHoge PlaatsenHet Instituut Priesters In De Tijd Van OT

Er waren ook schandjongens in het land; zij deden naar al de gruwelen der heidenen, die de HEERE van het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had.

VersbegrippenAfkeerHomosexualiteitProstitutieHeiligdommenKwade Praktijken Van AfgoderijMannelijke Prostituees

En Omri deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN; ja, hij deed erger dan allen, die voor hem geweest waren.

VersbegrippenOrganisatie

En Achab, den zoon van Omri, deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, meer dan allen, die voor hem geweest waren.

VersbegrippenGedragJezebel

Ook maakte Achab een bos, zodat Achab nog meer deed, om den HEERE, den God Israels, tot toorn te verwekken, dan alle koningen van Israel, die voor hem geweest waren.

VersbegrippenValse GodenAsherah DienenJezebel

En Benhadad, de koning van Syrie, vergaderde al zijn macht; en twee en dertig koningen waren met hem, en paarden en wagenen; en hij toog op, en belegerde Samaria en krijgde tegen haar.

VersbegrippenVijanden Van Israël En JudaAanvallenStrijdwagensPaardenBelegeringDertig En Nog IetsNaties die Israël aanvallenSyrië

Toen telde hij de jongens van de oversten der landschappen, en zij waren tweehonderd twee en dertig; en na hen telde hij al het volk, al de kinderen Israels, zeven duizend.

VersbegrippenZevenduizendTweehonderd En Meer

De kinderen Israels werden ook gemonsterd, en waren verzorgd van leeftocht, en trokken hun tegemoet; en de kinderen Israels legerden zich tegenover hen, als twee blote geitenkudden, maar de Syriers vervulden het land.

VersbegrippenVeel StrijdersKleinheidTwee GroepenEnkele Mensen

En dezen waren gelegerd tegenover die, zeven dagen; het geschiedde nu op den zevenden dag, dat de strijd aanging; en de kinderen Israels sloegen van de Syriers honderd duizend voetvolks op een dag.

VersbegrippenWekenHonderdduizend En MeerDe Zevende Dag Van De WeekZeven DagenDag 7Vijanden BevechtenAantal Vreemdelingen GedoodSyriëGeloofwaardigheid

En de overgeblevenen vloden naar Afek in de stad, en de muur viel op zeven en twintig duizend mannen, die overgebleven waren; ook vlood Benhadad, en kwam in de stad van kamer in kamer.

VersbegrippenMurenTwintigduizend En MeerMensen Die Gevlucht ZijnPrivé Kamers

Zij dan schreef brieven in den naam van Achab, en verzegelde ze met zijn signet; en zond de brieven tot de oudsten en tot de edelen, die in zijn stad waren, wonende met Naboth.

VersbegrippenBrievenEdelenZegelsJezebel

Ook deed hij uit het land weg de overige schandjongens, die in de dagen van zijn vader Asa overgebleven waren.

VersbegrippenSpotGeen Koning

Toen gingen de zonen der profeten, die te Beth-El waren, tot Elisa uit, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de HEERE heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil.

VersbegrippenVragenSchool Van ProfetenStilteScholenZonen Van De ProfetenVandaagMensen Met Algemene KennisAndere Mensen NemenAssertiviteit

Toen traden de zonen der profeten, die te Jericho waren, naar Elisa toe, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de HEERE heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil.

VersbegrippenScholenZonen Van De ProfetenVandaagMensen Met Algemene KennisAndere Mensen NemenSchool

Het geschiedde nu, als zij overgekomen waren, dat Elia zeide tot Elisa: Begeer wat ik u doen zal, eer ik van bij u weggenomen worde. En Elisa zeide: Dat toch twee delen van uw geest op mij zijn!

VersbegrippenUitrusting, SpiritueelDubbele PortieVerdubbeld

Als nu de kinderen der profeten, die tegenover te Jericho waren, hem zagen, zo zeiden zij: De geest van Elia rust op Elisa; en zij kwamen hem tegemoet, en bogen zich voor hem neder ter aarde.

VersbegrippenSchool Van ProfetenZonen Van De Profeten

Alzo toog de koning van Israel heen, en de koning van Juda, en de koning van Edom; en als zij zeven dagreizen omgetogen waren, zo had het leger en het vee, dat hen navolgde, geen water.

VersbegrippenWaterDroge PlaatsenZeven DagenGeen Water Voor Mensen

Toen nu al de Moabieten hoorden, dat koningen opgetogen waren, om tegen hen te strijden, zo werden zij samen geroepen, van al degenen af, die den gordel aangordden en daarboven, en zij stonden aan de landpale.

En het geschiedde, als die vaten vol waren, dat zij tot haar zoon zeide: Breng mij nog een vat aan; maar hij zeide tot haar: Er is geen vat meer. En de olie stond stil.

VersbegrippenGoddelijke VoorradenBeëindigingDingen Die StoppenSchuldKookpot

En er waren benden uit Syrie getogen, en hadden een kleine jonge dochter uit het land van Israel gevankelijk gebracht, die in den dienst der huisvrouw van Naaman was.

VersbegrippenVoorbeelden Van KinderenAanvallenSlavernij In OTBehulpzame KinderenAndere Echtgenotes

Zo ging hij met hen. Als zij nu aan de Jordaan gekomen waren, hieuwen zij hout af.

VersbegrippenBomen Vellen

En het geschiedde, als zij te Samaria gekomen waren, dat Elisa zeide: HEERE, open de ogen van dezen, dat zij zien! En de HEERE opende hun ogen, dat zij zagen; en ziet, zij waren in het midden van Samaria.

VersbegrippenDe Wonderen Van ElishaZicht Ontvangen

Er waren nu vier melaatse mannen voor de deur der poort; die zeiden, de een tot den ander: Wat blijven wij hier, totdat wij sterven?

VersbegrippenPoortenLepraEenzaamheidAfzonderingVier MensenWachten Aan PoortenHoe Dood Onontkoombaar IsStervenBijbelteksten Wachten Tot Het HuwelijkSyrië

Derhalve hadden zij zich opgemaakt, en waren in de schemering gevloden, en hadden hun tenten gelaten, en hun paarden, en hun ezelen, het leger gelijk als het was; en waren gevloden om huns levens wil.

VersbegrippenMensen Die Gevlucht ZijnVerlies Van Ezels

Zo kwamen zij, en riepen tot den poortier der stad, en boodschapten hun, zeggende: Wij zijn gekomen tot het leger der Syriers, en ziet, niemand was daar, noch eens mensen stem; maar paarden aangebonden, en ezels aangebonden, en tenten, gelijk als zij waren.

VersbegrippenStedenLege PlaatsenVerlies Van Ezels

Daarom toog Joram over naar Zair, en al de wagenen met hem; en hij maakte zich des nachts op, en sloeg de Edomieten, die rondom hem waren, daartoe de oversten der wagenen; en het volk vlood in zijn hutten.

VersbegrippenStrijdwagensAanval Met StrijdwagensIsraël Op De VluchtGedurende Een NachtDe Naties Aangevallen

Toen schreef hij ten tweeden male tot hen een brief, zeggende: Zo gij mijn zijt, en gij naar mijn stem hoort, neemt de hoofden van de mannen, de zonen uws heren, en komt tot mij morgen omtrent dezen tijd naar Jizreel. (De zonen nu de konings, zeventig mannen, waren bij de groten stad, die hen opvoedden.)

VersbegrippenDe Jaren Zeventig

En toen hij te Samaria kwam, sloeg hij allen, die aan Achab te Samaria overgebleven waren, totdat hij hem verdelgd had, naar het woord des HEEREN, dat Hij tot Elia gesproken had.

VersbegrippenWoord Van GodGanse Families Doden

Maar van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed, na te volgen, week Jehu niet af, te weten, van de gouden kalveren, die te Beth-El en die te Dan waren.

VersbegrippenGouden Kalveren

En de priester gaf aan de oversten van honderd de spiesen en de schilden, die van den koning David geweest waren, die in het huis des HEEREN geweest waren.

Maar de priester Jojada gebood aan de oversten van honderd, die over het heir gesteld waren, en zeide tot hen: Brengt haar uit tot buiten de ordeningen, en doodt, wie haar volgt, met het zwaard; want de priester had gezegd: Laat ze in het huis des HEEREN niet gedood worden.

VersbegrippenWeerhouden Van DodenGoedkeuring Om Te Doden

En zij gaven het geld wel gewogen in handen der verzorgers van dat werk, die gesteld waren over het huis des HEEREN; en zij besteedden het uit aan de timmerlieden en aan de bouwlieden, die het huis des HEEREN vermaakten;

VersbegrippenBouwenTimmerluiHoutbewerking

Want de HEERE zag, dat de ellende van Israel zeer bitter was, en dat er geen opgeslotenen noch verlatenen waren, en dat Israel geen helper had.

VersbegrippenOntvankelijkheidLijden Van De OnschuldigenGod Ziet Hun EllendeGod Stuurde Zijn ZoonGeen Hulp

Toen sloeg Menahem Tifsah, met allen, die daarin waren, ook haar landpalen van Thirza af; omdat men niet voor hem had opengedaan, zo sloeg hij hen; al haar bevruchte vrouwen hieuw hij in stukken.

VersbegrippenVoorbeelden Van WreedheidZwangerschapKerven Van LichamenZwangere Vrouwen Pijnigen

En de koning Achaz sneed de lijsten der stellingen af, en nam die van boven het wasvat weg, en deed de zee af van de koperen runderen, die daaronder waren; en hij zette die op een stenen vloer.

VersbegrippenBekkensZeeMiddelen Om Te Zuiveren

En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; evenwel niet, als de koningen van Israel, die voor hem geweest waren.

VersbegrippenHet Kwaad Niet Imiteren

Daartoe verwierpen zij Zijn inzettingen, en Zijn verbond, dat Hij met hun vaderen gemaakt had, en Zijn getuigenissen, die Hij tegen hen betuigd had, en wandelden de ijdelheid na, dat zij ijdel werden, en achter de heidenen, die rondom hen waren, van dewelke de HEERE hun geboden had, dat zij niet zouden doen gelijk die.

VersbegrippenFultiliteitValse ReligieOvereenstemmendZonder GebedAfwijzing Van GodSlechte Mensen NabootstenGods Dingen VerzakenNutteloze PogingHet Verbond Breken

Maar elk volk maakte zijn goden; en zij stelden ze in de huizen der hoogten, die de Samaritanen gemaakt hadden, elk volk in hun steden, waarin zij woonachtig waren.

VersbegrippenOfferen Op De Hoge PlaatsenGroepen

Hij betrouwde op den HEERE, den God Israels, zodat na hem zijns gelijke niet was onder alle koningen van Juda, noch die voor hem geweest waren.

VersbegrippenGroei In GeloofOp God VertrouwenUnieke IndividuenGeloven In GodAnderen Die In God GelovenKoningen Van JudaAndere Vertrouwen

Daarom dat zij de stem des HEEREN, huns Gods, niet waren gehoorzaam geweest, maar Zijn verbond overtreden hadden; en al wat Mozes, de knecht des HEEREN, geboden had, dat hadden zij niet gehoord, noch gedaan.

VersbegrippenLuisterenDe Betekenis Van MozesDienstbaarheid In Het Leven Van GelovigenHet Verbond Breken

Evenwel zond de koning van Assyrie Tartan, en Rabsaris, en Rabsake, van Lachis tot den koning Hizkia, met een zwaar heir naar Jeruzalem; en zij togen op, en kwamen naar Jeruzalem. En als zij optogen en gekomen waren, bleven zij staan bij den watergang des oppersten vijvers, welke is bij den hogen weg van het veld des vollers.

VersbegrippenCommandantGrootsheidBeroepenBelegeringWerkelijke Aanvallen Op JeruzalemWaterkanaalGrote Legers

Hebben de goden der volken, die mijn vaders verdorven hebben, dezelve gered, als Gozan, en Haran, en Rezef, en de kinderen van Eden, die in Telasser waren?

VersbegrippenValse Religie

En hebben hun goden in het vuur geworpen; want zij waren geen goden, maar het werk van mensenhanden, hout en steen; daarom hebben zij die verdorven.

VersbegrippenCreativiteitStenenHoutVerbranden Van AfgoderijHout En Steen

Daarom waren haar inwoners handeloos; zij waren verslagen en beschaamd; zij waren als het gras des velds, en de groene grasscheutjes, het hooi der daken, en het brandkoren, eer het over einde staat.

VersbegrippenKleuren, GroenPlantenGoedheidOngelovigen Beschreven AlsGloeiendZoals GrasGeen Kracht Meer

Het geschiedde dan in dienzelven nacht, dat de Engel des HEEREN uitvoer, en sloeg in het leger van Assyrie honderd vijf en tachtig duizend. En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, ziet, die allen waren dode lichamen.

VersbegrippenDe Engel Van De HeerOchtendHonderdduizend En MeerGod DodendZij Die Vroeg OpstondenDe Engel Des DoodsGod Doodde De MensenEngelenactiviteiten Onder OngelovigenDood

Daarna kwam Safan, de schrijver, tot den koning, en bracht den koning bescheid weder, en hij zeide: Uw knechten hebben het geld, dat in het huis gevonden was, samengebracht, en hebben het gegeven in de hand der verzorgers van het werk, die besteld waren over het huis des HEEREN.

VersbegrippenSalarissen

Daartoe brak hij de huizen der schandjongens af, die aan het huis des HEEREN waren, alwaar de vrouwen huisjes voor het beeld van het bos weefden.

VersbegrippenHomosexualiteitBestaan Van ArrogantieSpinnen En WevenMannelijke ProstitueesAsherah Dienen

Verder de altaren die op het dak der opperzaal van Achaz waren, die de koningen van Juda gemaakt hadden, mitsgaders de altaren, die Manasse in de twee voorhoven van het huis des HEEREN gemaakt had, brak de koning af; en hij verbrijzelde ze van daar, en wierp het stof daarvan in de beek Kidron.

VersbegrippenDakValleienAltaren BouwenDe Bovenste KamersRechtbanken Van De Tempel

De hoogten ook, die vooraan Jeruzalem waren, dewelke waren ter rechterhand van de berg Mashith, die Salomo, de koning van Israel, voor Astoreth, het verfoeisel der Sidoniers, en voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten, en voor Milchom, den gruwel der kinderen Ammons, gebouwd had, verontreinigde de koning.

VersbegrippenAfkeerValse GodenBergenAfgoderij Die Afkeer BetekentHet Land VerontreinigenAsherah Dienen

En als Josia zich omkeerde, zag hij de graven, die daar op den berg waren, en zond henen, en nam de beenderen uit de graven, en verbrandde ze op dat altaar, en verontreinigde dat; naar het woord des HEEREN, dat de man Gods uitgeroepen had, die deze woorden uitriep.

VersbegrippenTombesWoord Van GodBenenVerbranden Van Afgoderij

Daartoe nam Josia ook weg al de huizen der hoogten, die in de steden van Samaria waren, die de koningen van Israel gemaakt hadden, om den HEERE tot toorn te verwekken; en hij deed dezelve naar al de daden, die hij te Beth-El gedaan had.

VersbegrippenSamaritanenHereniging

En hij slachtte al de priesteren der hoogten, die daar waren, op de altaren, en verbrandde mensenbeenderen op dezelve. Daarna keerde hij weder naar Jeruzalem.

VersbegrippenCrematieHoge PlaatsenPriesters DodenBenen

En ook deed Josia weg de waarzeggers, en de duivelskunstenaars, en de terafim, en de drekgoden, en alle verfoeiselen, die in het land van Juda en in Jeruzalem gezien werden; opdat hij bevestigde de woorden der wet, die geschreven waren in het boek, dat de priester Hilkia in het huis des HEEREN gevonden had.

VersbegrippenVernietigingHuishoud GodenMediumsSpiritismeWaarzeggerijSpiritisme VermijdenVerlaten Van AfgodenDe wet Gegeven Aan IsraëlOccultismeHeksenHelderzienden

En alle kloeke mannen tot zeven duizend, en timmerlieden en smeden tot een duizend, en alle helden, die ten oorlog geoefend waren; dezen bracht de koning van Babel gevankelijk naar Babel.

VersbegrippenBabylon, Israël Verbannen NaarTimmerluiZevenduizend

Toen werd de stad doorgebroken, en al de krijgslieden vloden des nachts door den weg der poort, tussen de twee muren, die aan des konings hof waren (de Chaldeen nu waren tegen de stad rondom), en de koning trok door den weg des vlakken velds.

VersbegrippenTuinbouwMurenOmringende VijandenKomt TussenOmmuurde StedenIsraël Op De VluchtGedurende Een NachtTwee Delen Van Constructies

Het overige nu des volks, die in de stad overgelaten waren, en de afvalligen, die tot den koning van Babel gevallen waren, en het overige der menigte, voerde Nebuzaradan, de overste der trawanten, gevankelijk weg.

VersbegrippenBewakersRestBallingschap van Juda naar Babylon

Verder braken de Chaldeen de koperen pilaren, die in het huis des HEEREN waren, en de stellingen, en de koperen zee, die in het huis des HEEREN was; en zij voerden het koper daarvan naar Babel.

VersbegrippenBezittingen Naar Babylon BrengenZeeHeiligschennisContainers BrekenPijlers Voor De Tempel Van SalomoBrons VergarenBronzen Voorwerpen Voor De Tabernakel

De hoogte van een pilaar was achttien ellen, en het kapiteel daarop was koper; en de hoogte des kapiteels was drie ellen; en het net, en de granaatappelen op het kapiteel rondom, waren alle van koper; en dezen gelijk had de andere pilaar, met het net.

VersbegrippenAfmetingen Van PilarenGranaatappels

Maar het geschiedde in de zevende maand, dat Ismael, de zoon van Nethanja, den zoon van Elisama, van koninklijk zaad, kwam, en tien mannen met hem; en zij sloegen Gedalia, dat hij stierf; mitsgaders de Joden en de Chaldeen, die met hem te Mizpa waren.

VersbegrippenTien MensenMaand 7Genoemde Individuen Doden

En hij sprak vriendelijk met hem, en stelde zijn stoel boven den stoel der koningen, die bij hem te Babel waren.

VersbegrippenVriendelijkheidTroon

De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.

En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.

De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.

De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.

De kinderen van Abraham waren Izak en Ismael.

VersbegrippenSarah

De kinderen nu van Ketura, Abrahams bijwijf: die baarde Zimram, en Joksan, en Medan, en Midian, en Isbak, en Suah. En de kinderen van Joksan waren Scheba en Dedan.

VersbegrippenConcubines

De kinderen van Midian nu waren Efa, en Efer, en Henoch, en Abida, en Eldaa. Die allen waren zonen van Ketura.

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain