'Zich' in de Bijbel
En zij leggen zich neder bij elk altaar op de verpande klederen, en drinken den wijn der geboeten in het huis van hun goden.
En die den boog handelt, zal niet bestaan, en die licht is op zijn voeten, zal zich niet bevrijden; ook zal, die te paard rijdt, zijn ziel niet bevrijden.
En gij zult door de bressen uitgaan, een ieder voor zich henen; en gij zult, hetgeen in het paleis gebracht is, wegwerpen, spreekt de HEERE.
Die Zich verkwikt door verwoesting over een sterke; zodat de verwoesting komt over een vesting.
Maar laat het oordeel zich daarhenen wenden als de wateren, en de gerechtigheid als een sterke beek.
Die wijn uit schalen drinken, en zich zalven met de voortreffelijkste olie, maar bekommeren zich niet over de verbreking van Jozef.
En al verstaken zij zich op de hoogte van Karmel, zo zal Ik ze naspeuren en van daar halen; en al verborgen zij zich van voor Mijn ogen in den grond van de zee, zo zal Ik van daar een slang gebieden, die zal ze bijten.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (90)
- Exodus (50)
- Leviticus (39)
- Numberi (109)
- Deuteronomium (34)
- Jozua (42)
- Richteren (71)
- Ruth (8)
- 1 Samuël (106)
- 2 Samuël (74)
- 1 Koningen (64)
- 2 Koningen (54)
- 1 Kronieken (31)
- 2 Kronieken (96)
- Ezra (17)
- Nehemia (17)
- Esther (10)
- Job (66)
- Psalmen (104)
- Spreuken (65)
- Prediker (8)
- Hooglied (3)
- Jesaja (94)
- Jeremia (81)
- Klaagliederen (8)
- Ezechiël (61)
- Daniël (28)
- Hosea (24)
- Joël (2)
- Amos (7)
- Jona (9)
- Micha (5)
- Nahum (4)
- Habakuk (10)
- Zefanja (6)
- Zacharia (6)
- Mattheüs (49)
- Markus (45)
- Lukas (55)
- Johannes (25)
- Handelingen (62)
- Romeinen (8)
- 1 Corinthiërs (10)
- 2 Corinthiër (6)
- Galaten (4)
- Filippenzen (2)
- Colossenzen (1)
- 2 Thessalonicenzen (1)
- 1 Timotheüs (6)
- 2 Timotheüs (3)
- Titus (2)
- Hebreeën (9)
- Jakobus (1)
- 1 Petrus (4)
- 1 Johannes (1)
- Judas (2)
- Openbaring (9)