Maar indien gij naar God vroeg zoekt, en tot den Almachtige om genade bidt;

Indien gij uw hart bereid hebt, zo breid uw handen tot Hem uit.

En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen,

Doch ik zou naar God zoeken, en tot God mijn aanspraak richten;

Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen.

Zoekt den HEERE, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.

Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort,

Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden.

Schriftkennis schatkamer niet toegevoegd

Public domain

Alle Vertalingen
Dutch Staten Vertaling