'Jonge' in de Bijbel
En Hij zeide tot hem: Neem Mij een driejarige vaars, en een driejarige geit, en een driejarige ram, en een tortelduif, en een jonge duif.
Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt.
En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.
En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren.
Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen.
En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen.
Dertig zogende kemelinnen met haar veulens, veertig koeien en tien varren, twintig ezelinnen en tien jonge ezels.
En zijn ziel kleefde aan Dina, Jakobs dochter; en hij had de jonge dochter lief, en sprak naar het hart van de jonge dochter.
Vergroot zeer over mij den bruidschat en het geschenk; en ik zal geven, gelijk als gij tot mij zult zeggen; geef mij slechts de jonge dochter tot een vrouw.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (10)
- Exodus (3)
- Leviticus (12)
- Numberi (6)
- Deuteronomium (18)
- Richteren (8)
- Ruth (4)
- 1 Samuël (2)
- 1 Koningen (3)
- 2 Koningen (3)
- 2 Kronieken (1)
- Ezra (1)
- Esther (11)
- Job (9)
- Psalmen (8)
- Spreuken (2)
- Hooglied (3)
- Jesaja (6)
- Jeremia (7)
- Klaagliederen (2)
- Ezechiël (7)
- Hosea (1)
- Amos (2)
- Micha (2)
- Nahum (2)
- Zacharia (2)