'Jonge' in de Bijbel
De brulling des leeuws, en de stem des fellen leeuws, en de tanden der jonge leeuwen worden verbroken.
Rochelt ook de woudezel bij het jonge gras? Loeit de os bij zijn voeder?
Ook versmaden mij de jonge kinderen; sta ik op, zo spreken zij mij tegen.
Hun jonge kinderen zenden zij uit als een kudde, en hun kinderen huppelen.
De jonge hoogmoedige dieren hebben het niet betreden, de felle leeuw is daarover niet heengegaan.
Ik ben den draken een broeder geworden, en een metgezel der jonge struisen.
Zult gij voor den ouden leeuw roof jagen, of de graagheid der jonge leeuwen vervullen?
Zult gij met hem spelen gelijk met een vogeltje, of zult gij hem binden voor uw jonge dochters? [ (Job 40:25) Zullen de metgezellen over hem een maaltijd bereiden? Zullen zij hem delen onder de kooplieden? ] [ (Job 40:26) Zult gij zijn huid met haken vullen, of met een visserskrauwel zijn hoofd? ] [ (Job 40:27) Leg uw hand op hem, gedenk des strijds, doe het niet meer. ] [ (Job 40:28) Zie, zijn hoop zal feilen; zal hij ook voor zijn gezicht nedergeslagen worden? ]
Hij aanziet alles, wat hoog is, hij is een koning over alle jonge hoogmoedige dieren.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (10)
- Exodus (3)
- Leviticus (12)
- Numberi (6)
- Deuteronomium (18)
- Richteren (8)
- Ruth (4)
- 1 Samuël (2)
- 1 Koningen (3)
- 2 Koningen (3)
- 2 Kronieken (1)
- Ezra (1)
- Esther (11)
- Job (9)
- Psalmen (8)
- Spreuken (2)
- Hooglied (3)
- Jesaja (6)
- Jeremia (7)
- Klaagliederen (2)
- Ezechiël (7)
- Hosea (1)
- Amos (2)
- Micha (2)
- Nahum (2)
- Zacharia (2)