'Jonge' in de Bijbel
De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont.
Vervloekt zij de man, die mijn vader geboodschapt heeft, zeggende: U is een jonge zoon geboren, verblijdende hem grotelijks!
Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.
Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot des HEEREN goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.
Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.
En door u zal Ik in stukken slaan den man en de vrouw; en door u zal Ik in stukken slaan den oude en den jonge; en door u zal Ik in stukken slaan den jongeling en de jonkvrouw.
Zij zullen te zamen brullen als jonge leeuwen, briesen als leeuwenwelpen.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (10)
- Exodus (3)
- Leviticus (12)
- Numberi (6)
- Deuteronomium (18)
- Richteren (8)
- Ruth (4)
- 1 Samuël (2)
- 1 Koningen (3)
- 2 Koningen (3)
- 2 Kronieken (1)
- Ezra (1)
- Esther (11)
- Job (9)
- Psalmen (8)
- Spreuken (2)
- Hooglied (3)
- Jesaja (6)
- Jeremia (7)
- Klaagliederen (2)
- Ezechiël (7)
- Hosea (1)
- Amos (2)
- Micha (2)
- Nahum (2)
- Zacharia (2)