'Deel' in de Bijbel
En onttrok van den prijs, ook met medeweten zijner vrouw; en bracht een zeker deel, en legde dat aan de voeten der apostelen.
Gij hebt geen deel noch lot in dit woord: want uw hart is niet recht voor God.
En van daar naar Filippi, welke is de eerste stad van dit deel van Macedonie, een kolonie. En wij onthielden ons in die stad ettelijke dagen.
En wij zijn niet alleen in gevaar, dat dit deel in verachting kome, maar dat ook de tempel van de grote godin Diana als niets geacht zal worden, en dat ook haar majesteit zal ten ondergaan, aan welke gans Azie en de gehele wereld godsdienst bewijst.
Zij riepen dan de ene dit, de andere wat anders; want de vergadering was verward en het meerder deel wist niet, om wat oorzaak zij samengekomen waren.
En Paulus wetende dat het ene deel was van de Sadduceen, en het andere van de Farizeen, riep in den raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeer, eens Farizeers zoon; ik word over de hoop en opstanding der doden geoordeeld.
En alzo de haven ongelegen was om te overwinteren, vond het meerder deel geraden ook van daar te varen, of zij enigszins te Fenix konden aankomen om te overwinteren, zijnde een haven in Kreta, strekkende tegen het zuidwesten en tegen het noordwesten.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (9)
- Exodus (2)
- Leviticus (14)
- Numberi (13)
- Deuteronomium (9)
- Jozua (6)
- Ruth (1)
- 1 Samuël (2)
- 2 Samuël (2)
- 1 Koningen (3)
- 2 Koningen (5)
- 2 Kronieken (7)
- Ezra (1)
- Nehemia (11)
- Job (7)
- Psalmen (9)
- Spreuken (1)
- Prediker (8)
- Jesaja (5)
- Jeremia (5)
- Klaagliederen (1)
- Ezechiël (18)
- Daniël (5)
- Micha (1)
- Habakuk (1)
- Zacharia (3)