'Gingen' in de Bijbel
Toen maakten zich op, en gingen over in getal, twaalf van Benjamin, te weten voor Isboseth, Sauls zoon, en twaalf van Davids knechten.
Abner dan en zijn mannen gingen dienzelfden gansen nacht over het vlakke veld; en zij gingen over de Jordaan en wandelden het ganse Bithron door, en kwamen tot Mahanaim.
En zij namen Asahel op, en begroeven hem in zijns vaders graf, dat te Bethlehem was. Joab nu en zijn mannen gingen den gansen nacht, dat hun het licht aanbrak te Hebron.
En er was een lange krijg tussen het huis van Saul, en tussen het huis van David. Doch David ging en werd sterker; maar die van het huis van Saul gingen en werden zwakker.
En de zonen van Rimmon: den Beerothiet, Rechab en Baena, gingen heen, en kwamen ten huize van Isboseth, als de dag heet geworden was; en hij lag op de slaapstede, in den middag.
Want zij kwamen in huis, als hij op zijn bed lag, in zijn slaapkamer, en sloegen hem, en doodden hem, en hieuwen zijn hoofd af; en zij namen zijn hoofd, en gingen henen, den weg op het vlakke veld, den gansen nacht.
En er gingen met Absalom van Jeruzalem tweehonderd mannen, genodigd zijnde, doch gaande in hun eenvoudigheid, want zij wisten van geen zaak.
En al zijn knechten gingen aan zijn zijde heen, ook al de Krethi en al de Plethi, en al de Gethieten, zeshonderd man, die van Gath te voet gekomen waren, gingen voor des konings aangezicht heen.
En David ging op door den opgang der olijven, opgaande en wenende, en het hoofd was hem bewonden; en hij zelf ging barrevoets; ook had al het volk, dat met hem was, een iegelijk zijn hoofd bedekt, en zij gingen op, opgaande en wenende.
Jonathan nu en Ahimaaz stonden bij de fontein Rogel; en een dienstmaagd ging henen en zeide het hun aan; en zij gingen henen en zeiden het den koning David aan; want zij mochten zich niet zien laten, dat zij in de stad kwamen.
Een jongen dan nog zag hen, en zeide het Absalom aan; doch die beiden gingen haastelijk, en kwamen in eens mans huis te Bahurim, dewelke een put had in zijn voorhof, en zij daalden daarin.
En het geschiedde, nadat zij weggegaan waren, zo klommen zij uit den put, en gingen henen en boodschapten het den koning David; en zij zeiden tot David: Maakt ulieden op, en gaat haastelijk over het water, want alzo heeft Achitofel tegen ulieden geraden.
Toen maakte zich David op, en al het volk, dat met hem was; en zij gingen over de Jordaan. Aan het morgenlicht ontbrak er niet tot een toe, die niet over de Jordaan gegaan was.
Ook gingen af drie van de dertig hoofden, en kwamen in den oogst tot David, in de spelonk van Adullam; en de hoop der Filistijnen had zich gelegerd in het dal Rafaim.
En zij gingen over de Jordaan, en legerden zich bij Aroer, ter rechterhand der stad, die in het midden is van de beek van Gad, en aan Jaezer.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (9)
- Exodus (12)
- Numberi (9)
- Jozua (19)
- Richteren (14)
- Ruth (2)
- 1 Samuël (23)
- 2 Samuël (15)
- 1 Koningen (5)
- 2 Koningen (7)
- 1 Kronieken (4)
- 2 Kronieken (8)
- Ezra (1)
- Nehemia (2)
- Esther (1)
- Job (2)
- Psalmen (3)
- Prediker (1)
- Jesaja (2)
- Jeremia (4)
- Klaagliederen (1)
- Ezechiël (14)
- Daniël (1)
- Hosea (2)
- Amos (1)
- Jona (1)
- Habakuk (1)
- Zacharia (2)
Verwante onderwerpen
- Aankondigingen
- Aanmoedigingen In Lijden
- Anderen Die Tenonder Gingen
- Bedreigingen
- Beledigingen
- Beschuldigingen
- Beschuldigingen In Kerkelijke Zaken
- Beschuldigingen Tegen Christus
- Beschuldigingen Tegen De Vroege Christenen
- Beschuldigingen, Bron Van
- Beschuldigingen, NT Rechtssysteem
- Beschuldigingen, OT Rechtssysteem
- Beschuldigingen, Valse Voorbeelden
- Bewegingen Van Discipelen
- De Ganse Nacht Wandelen
- Dingen Die Voorgingen
- Engel, Aankondigingen
- Geloof Als Een Lichaam Van Overtuigingen
- Goddelijke Vertragingen
- Mensen Die Voorgingen
- Moordpogingen
- New Age Overtuigingen
- Pogingen Om Bepaalde Mensen Te Doden
- Pogingen Om Christus Te Doden