'Gingen' in de Bijbel
Hun vleugelen waren samengevoegd, de een aan den ander; zij keerden zich niet om, als zij gingen; zij gingen elkeen recht uit voor zijn aangezicht henen.
En zij gingen elkeen rechtuit voor zijn aangezicht henen; waarhenen de geest was om te gaan, gingen zij; zij keerden zich niet om, als zij gingen.
Als zij gingen, zij gingen op hun vier zijden; zij keerden zich niet om, als zij gingen.
Als nu de dieren gingen, gingen de raderen bij hen; en als de dieren van de aarde opgeheven werden, werden de raderen opgeheven.
Waarhenen de geest was om te gaan, gingen zij, waarhenen de geest was om te gaan; en de raderen werden tegenover hen opgeheven; want de geest der dieren was in de raderen.
Als die gingen, gingen deze; en als die stonden, stonden zij; en als die van de aarde opgeheven werden, werden de raderen tegenover hen opgeheven; want de geest der dieren was in de raderen.
En als zij gingen, hoorde ik een geruis hunner vleugelen, als het geruis van vele wateren, als de stem des Almachtigen, als de stem eens geroeps, als het gedreun eens heirlegers; als zij stonden, zo lieten zij hun vleugelen neder.
En Hij zeide tot hen: Verontreinigt het huis, en vervult de voorhoven met verslagenen; gaat henen uit. En zij gingen henen uit, en zij sloegen in de stad.
Als die gingen, zo gingen deze op hun vier zijden; zij keerden zich niet om, als zij gingen; maar de plaats, waarheen het hoofd zag, die volgden zij na; zij keerden zich niet om, als zij gingen.
En als de cherubs gingen, zo gingen die raderen nevens dezelven; en als de cherubs hun vleugelen ophieven, om zich van de aarde omhoog te heffen, zo keerden zich diezelve raderen ook niet om van bij hen.
En aangaande de gelijkenis van hun aangezichten, het waren dezelfde aangezichten, die ik gezien had bij de rivier Chebar, hun gedaanten en zij zelven; zij gingen ieder recht uit voor zijn aangezicht henen.
En men ging tot haar in, gelijk men ingaat tot een vrouw, die een hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola en tot Oholiba, die schandelijke vrouwen.
En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;
En vreemden, de tirannigste der heidenen, roeiden hem uit en verlieten hem; zijn takken vielen op de bergen en in alle valleien, en zijn scheuten werden verbroken bij alle stromen des lands; en alle volken der aarde gingen af uit zijn schaduw, en verlieten hem.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (9)
- Exodus (12)
- Numberi (9)
- Jozua (19)
- Richteren (14)
- Ruth (2)
- 1 Samuël (23)
- 2 Samuël (15)
- 1 Koningen (5)
- 2 Koningen (7)
- 1 Kronieken (4)
- 2 Kronieken (8)
- Ezra (1)
- Nehemia (2)
- Esther (1)
- Job (2)
- Psalmen (3)
- Prediker (1)
- Jesaja (2)
- Jeremia (4)
- Klaagliederen (1)
- Ezechiël (14)
- Daniël (1)
- Hosea (2)
- Amos (1)
- Jona (1)
- Habakuk (1)
- Zacharia (2)
Verwante onderwerpen
- Aankondigingen
- Aanmoedigingen In Lijden
- Andere Wezens Die Omhoog Gaan
- Anderen Die Tenonder Gingen
- Bedreigingen
- Beledigingen
- Beschuldigingen
- Beschuldigingen In Kerkelijke Zaken
- Beschuldigingen Tegen Christus
- Beschuldigingen Tegen De Vroege Christenen
- Beschuldigingen, Bron Van
- Beschuldigingen, NT Rechtssysteem
- Beschuldigingen, OT Rechtssysteem
- Beschuldigingen, Valse Voorbeelden
- Bewegingen Van Discipelen
- Dingen Die Voorgingen
- Engel, Aankondigingen
- Engelenvleugels
- Geloof Als Een Lichaam Van Overtuigingen
- Goddelijke Vertragingen
- Gods Stem
- Klimmende Wezens
- Mensen Die Voorgingen
- Moordpogingen
- New Age Overtuigingen
- Niet Opzij Draaien
- Personen Met Dingen
- Pogingen Om Bepaalde Mensen Te Doden