'Muur' in de Bijbel
En het zal geschieden, indien de grimmigheid des konings opkomt, en hij tot u zegt: Waarom zijt gij zo na aan de stad gekomen om te strijden? Wist gij niet, dat zij van den muur zouden schieten?
Wie sloeg Abimelech, den zoon van Jerubbeseth? Wierp niet een vrouw een stuk van een molensteen op hem van den muur, dat hij te Thebez stierf? Waarom zijt gij tot den muur genaderd? Dan zult gij zeggen: Uw knecht, Uria, de Hethiet, is ook dood.
Toen schoten de schutters van den muur af op uw knechten, dat er van des konings knechten dood gebleven zijn; en uw knecht, Uria, de Hethiet, is ook dood.
David nu zat tussen de twee poorten; en de wachter ging op het dak der poort aan den muur, en hief zijn ogen op, en zag, en ziet, er liep een man alleen.
En zij kwamen en belegerden hem in Abel Beth-Maacha, en zij wierpen een wal op tegen de stad, dat hij aan den buitenmuur stond; en al het volk, dat met Joab was, verdorven den muur, om dien neder te vellen.
De zaak is niet alzo; maar een man van het gebergte van Efraim, wiens naam is Seba, de zoon van Bichri, heeft zijn hand opgeheven tegen den koning, tegen David; lever hem alleen, zo zal ik van deze stad aftrekken. Toen zeide de vrouw tot Joab: Zie, zijn hoofd zal tot u over den muur geworpen worden.
Want met U loop ik door een bende; met mijn God spring ik over een muur.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (1)
- Exodus (2)
- Leviticus (2)
- Numberi (1)
- Jozua (2)
- 1 Samuël (3)
- 2 Samuël (7)
- 1 Koningen (3)
- 2 Koningen (6)
- 2 Kronieken (6)
- Ezra (2)
- Nehemia (24)
- Psalmen (2)
- Spreuken (2)
- Prediker (1)
- Hooglied (3)
- Jesaja (5)
- Jeremia (5)
- Klaagliederen (2)
- Ezechiël (9)
- Amos (4)
- Nahum (2)
- Habakuk (1)
- Zacharia (1)