5 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Muur' in de Bijbel

En tegen allen hogen toren, en tegen allen vasten muur;

Nu dan, Ik zal ulieden nu bekend maken, wat Ik Mijn wijngaard doen zal; Ik zal zijn tuin wegnemen, opdat hij zij tot afweiding; zijn muur zal Ik verscheuren, opdat hij zij tot vertreding.

VersbegrippenMurenFiguurlijke Velden

Daarom zal ulieden deze misdaad zijn gelijk een vallende scheur, uitwaarts gebogen in een hogen muur, welks breuk haastelijk in een ogenblik komen zal.

VersbegrippenGods Oordeel Over ZondeMurenKwellingen Van De GoddelozenDe Onzekerheid Van De GoddelozenPlotselinge VernietigingPlotselingDingen Vallen

Toen zeide Eljakim, en Sebna, en Joah tot Rabsake: Spreek toch tot uw knechten in het Syrisch, want wij verstaan het wel; en spreek niet met ons in het Joods, voor de oren des volks, dat op den muur is.

VersbegrippenTalen

Maar Rabsake zeide: Heeft mijn heer mij tot uw heer en tot u gezonden, om deze woorden te spreken? Is het niet tot de mannen, die op den muur zitten, dat zij met ulieden hun drek eten, en hun water drinken zullen?

VersbegrippenMonotonieWeerzinwekkend VoedselOntlastingPlassenPoep

Public domain