'Muur' in de Bijbel
Nu dan, Ik zal ulieden nu bekend maken, wat Ik Mijn wijngaard doen zal; Ik zal zijn tuin wegnemen, opdat hij zij tot afweiding; zijn muur zal Ik verscheuren, opdat hij zij tot vertreding.
Daarom zal ulieden deze misdaad zijn gelijk een vallende scheur, uitwaarts gebogen in een hogen muur, welks breuk haastelijk in een ogenblik komen zal.
Toen zeide Eljakim, en Sebna, en Joah tot Rabsake: Spreek toch tot uw knechten in het Syrisch, want wij verstaan het wel; en spreek niet met ons in het Joods, voor de oren des volks, dat op den muur is.
Maar Rabsake zeide: Heeft mijn heer mij tot uw heer en tot u gezonden, om deze woorden te spreken? Is het niet tot de mannen, die op den muur zitten, dat zij met ulieden hun drek eten, en hun water drinken zullen?
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (1)
- Exodus (2)
- Leviticus (2)
- Numberi (1)
- Jozua (2)
- 1 Samuël (3)
- 2 Samuël (7)
- 1 Koningen (3)
- 2 Koningen (6)
- 2 Kronieken (6)
- Ezra (2)
- Nehemia (24)
- Psalmen (2)
- Spreuken (2)
- Prediker (1)
- Hooglied (3)
- Jesaja (5)
- Jeremia (5)
- Klaagliederen (2)
- Ezechiël (9)
- Amos (4)
- Nahum (2)
- Habakuk (1)
- Zacharia (1)