'Onschuldig' in de Bijbel
Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten;
Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.
Hand aan hand zal de boze niet onschuldig zijn; maar het zaad der rechtvaardigen zal ontkomen.
Al wie hoog is van hart, is den HEERE een gruwel; hand aan hand, zal hij niet onschuldig zijn.
Die den arme bespot, smaadt deszelfs Maker; die zich verblijdt in het verderf, zal niet onschuldig zijn.
Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.
Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal vergaan.
Een gans getrouw man zal veelvoudig zijn in zegeningen; maar die haastig is, om rijk te worden, zal niet onschuldig wezen.