271 gebeurtenissen

'Salomo' in de Bijbel

En dit zijn de namen dergenen, die hem te Jeruzalem geboren zijn: Schammua, en Schobab, en Nathan, en Salomo.

Daarna troostte David zijn huisvrouw Bathseba, en ging tot haar in, en lag bij haar; en zij baarde een zoon, wiens naam zij noemde Salomo; en de HEERE had hem lief.

Versbegrippen1 LichaamTroost Van VriendenSex Binnen Het HuwelijkHuwelijksseks tussenDe Belofte Van Een Baby

Maar Nathan, den profeet, en Benaja, en de helden, en Salomo, zijn broeder, noodde hij niet.

VersbegrippenGenoemde Profeten Van De Heer

Toen sprak Nathan tot Bathseba, de moeder van Salomo, zeggende: Hebt gij niet gehoord, dat Adonia, de zoon van Haggith, koning is? En onze heer David weet dat niet.

VersbegrippenMoeders Van KoningenOnwetendheid Van FeitenMoeders En Zonen

Nu dan, kom, laat mij u toch een raad geven, dat gij uw ziel en de ziel van uw zoon Salomo redt.

VersbegrippenZichzelf In Leven HoudenDe Raad Van De Mens

Ga heen, en treed in tot den koning David, en zeg tot hem: Hebt gij niet, mijn heer koning, uw dienstmaagd gezworen, zeggende: Voorzeker, uw zoon Salomo zal na mij koning zijn, en hij zal op mijn troon zitten! Waarom dan is Adonia koning?

VersbegrippenZittenTroon

En zij zeide tot hem: Mijn heer! gij hebt uw dienstmaagd bij den HEERE, uw God, gezworen: Voorzeker Salomo, uw zoon, zal na mij koning zijn, en hij zal op mijn troon zitten!

En hij heeft ossen, en gemest vee, en schapen in menigte geslacht, en genood al de zonen des konings, en Abjathar, den priester, en Joab, den krijgsoverste, maar uw knecht Salomo heeft hij niet genood.

Anders zal het geschieden, als mijn heer de koning met zijn vaderen zal ontslapen zijn, dat ik en mijn zoon Salomo als zondaars zullen zijn.

VersbegrippenNabijheid Van De DoodDood Komt BinnenkortWe Hebben Gezondigd

Maar mij, die uw knecht ben, en Zadok, den priester, en Benaja, den zoon van Jojada, en Salomo, uw knecht, heeft hij niet genood.

Voorzeker, gelijk als ik u gezworen heb bij den HEERE, den God Israels, zeggende: Voorzeker zal uw zoon Salomo na mij koning zijn, en zal op mijn troon in mijn plaats zitten; voorzeker, alzo zal ik te dezen zelfden dage doen.

VersbegrippenHet Leven Van Salomo

En de koning zeide tot hen: Neemt met u de knechten uws heren, en doet mijn zoon Salomo rijden op de muilezelin, die voor mij is; en voert hem af naar Gihon.

VersbegrippenMuilezelsAchterkantOp Muilezels Rijden

En dat Zadok, de priester, met Nathan, den profeet, hem aldaar tot koning over Israel zalven. Daarna zult gij met de bazuin blazen, en zeggen: De koning Salomo leve!

VersbegrippenTrompetZalving Van KoningenTrompetten Voor De VieringGenoemde Profeten Van De Heer

Gelijk als de HEERE met mijn heer den koning geweest is, alzo zij Hij met Salomo; en Hij make zijn troon groter dan den troon van mijn heer den koning David!

VersbegrippenGod Met Specifieke MensenHet Koninkrijk Van Salomo

Toen ging Zadok, de priester, af, met Nathan, den profeet, en Benaja, den zoon van Jojada, en de Krethi en de Plethi, en zij deden Salomo rijden op de muilezelin van den koning David, en geleidden hem naar Gihon.

VersbegrippenMuilezelsLijfwachtenOp Muilezels RijdenGenoemde Profeten Van De Heer

En Zadok, de priester, nam den oliehoorn uit de tent, en zalfde Salomo; en zij bliezen met de bazuin, en al het volk zeide: De koning Salomo leve!

VersbegrippenZalving Uitgevoerd OpPlechtighedenGebroken HorensSoorten MuziekinstrumentenOlieSchreeuwenTrompetDe Daad Van ZalvingZalving Van KoningenTrompetten Voor De Viering

En Jonathan antwoordde en zeide tot Adonia: Ja, maar onze heer, de koning David, heeft Salomo tot koning gemaakt.

En ook zit Salomo op den troon des koninkrijks.

VersbegrippenTroon

Zo zijn ook de knechten des konings gekomen, om onzen heer, den koning David, te zegenen, zeggende: Uw God make den naam van Salomo beter dan uw naam, en make zijn troon groter dan uw troon; en de koning heeft aangebeden op de slaapstede.

VersbegrippenBuigenBuigen Voor GodHet Koninkrijk Van Salomo

Doch Adonia vreesde voor Salomo, en hij stond op, en ging heen, en vatte de hoornen des altaars.

En men maakte Salomo bekend, zeggende: Zie, Adonia vreest den koning Salomo, want zie, hij heeft de hoornen des altaars gevat, zeggende: Dat de koning Salomo mij als heden zwere, dat hij zijn knecht met het zwaard niet doden zal!

VersbegrippenAngst Van IndividuenMensen Die Gebonden Zijn Aan Een Eed

En Salomo zeide: Indien hij een vroom man zal zijn, daar zal niet van zijn haar op de aarde vallen; maar indien in hem kwaad bevonden zal worden, zo zal hij sterven.

VersbegrippenVoorbeelden Van GenadeHoofdenHaren BeschermdHaar

En de koning Salomo zond heen, en zij deden hem afgaan van het altaar; en hij kwam, en boog zich neder voor den koning Salomo. En Salomo zeide tot hem: Ga heen naar uw huis.

Als nu de dagen van David nabij waren, dat hij sterven zou, zo gebood hij zijn zoon Salomo, zeggende:

VersbegrippenCeremoniële KostenTijd Om Te StervenNabijheid Van De DoodDood Komt BinnenkortNaderende Dood

En Salomo zat op den troon van zijn vader David; en zijn koninkrijk werd zeer bevestigd.

VersbegrippenErfgenamenKoningenHet Leven Van SalomoStabiliteit

Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede.

VersbegrippenMoeders Van Koningen

En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve.

VersbegrippenDwaasheidVrouwen Overdragen

Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.

VersbegrippenKoninginnenRespect Voor MensenTroonJuiste Kant

Toen antwoordde de koning Salomo, en zeide tot zijn moeder: En waarom begeert gij Abisag, de Sunamietische, voor Adonia? Begeer ook voor hem het koninkrijk (want hij is mijn broeder, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor Abjathar, den priester, en voor Joab, den zoon van Zeruja.

VersbegrippenBroersHet Koninkrijk Van Anderen

En de koning Salomo zwoer bij den HEERE, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben!

VersbegrippenMenselijke Beloftes

En de koning Salomo zond door de hand van Benaja, den zoon van Jojada; die viel op hem aan, dat hij stierf.

VersbegrippenMoord

Salomo dan verdreef Abjathar, dat hij des HEEREN priester niet ware, om te vervullen het woord des HEEREN, hetwelk Hij over het huis van Eli te Silo gesproken had.

VersbegrippenPriesterschap in OTAfgezette Priesters

En het werd den koning Salomo aangezegd, dat Joab tot de tent des HEEREN gevloden was, en zie, hij is bij het altaar. Toen zond Salomo Benaja, den zoon van Jojada, zeggende: Ga heen, val op hem aan.

VersbegrippenDoodstraf

En het werd Salomo aangezegd, dat Simei uit Jeruzalem naar Gath getogen, en wedergekomen was.

En de koning gebood Benaja, den zoon van Jojada; die ging uit, en viel op hem aan, dat hij stierf. Alzo is het koninkrijk bevestigd in de hand van Salomo.

VersbegrippenGeboden in OTGenoemde Individuen DodenHet Koninkrijk Van Salomo

En Salomo verzwagerde zich met Farao, den koning van Egypte; en nam de dochter van Farao, en bracht ze in de stad Davids totdat hij voleind zou hebben het bouwen van zijn huis en het huis des HEEREN, en den muur van Jeruzalem rondom.

VersbegrippenDochtersVersterkingenAlliantiesStadBouwenDe Geschiedenis Van JeruzalemKoningenPolygamieHet Karakter Van SalomoHet Leven Van SalomoMurenDe Muren Van Jeruzalem BouwenRelaties Opbouwen

En Salomo had den HEERE lief, wandelende in de inzettingen van zijn vader David; alleenlijk offerde hij en rookte op de hoogten.

VersbegrippenWierook Tijdens De MisZij Die Van God HoudenOfferen Op De Hoge Plaatsen

En de koning ging naar Gibeon, om aldaar te offeren, omdat die hoogte groot was; duizend brandofferen offerde Salomo op dat altaar.

VersbegrippenMenselijke VrijgevigheidOfferandesPelgrimstochtOffer In OTDuizend DierenOffer Op Het Bronzen Altaar

Te Gibeon verscheen de HEERE aan Salomo in een droom des nachts en God zeide: Begeer wat Ik u geven zal.

VersbegrippenCommunicatieNachtGod VerschijntGedurende Een NachtGod Beantwoordt Gebed

En Salomo zeide: Gij hebt aan Uw knecht David, mijn vader, grote weldadigheid gedaan, gelijk als hij voor Uw aangezicht gewandeld heeft, in waarheid, en in gerechtigheid, en in oprechtheid des harten met U; en Gij hebt hem deze grote weldadigheid gehouden, dat Gij hem gegeven hebt een zoon, zittende op zijn troon, als te dezen dage.

VersbegrippenGenade In OTVriendelijkheidRechtvaardigheid Van GelovigenZittenTroonKarakter Van HeiligenGod Toonde Zijn Liefdevolle Vriendelijkheid

Die zaak nu was goed in de ogen des HEEREN, dat Salomo deze zaak begeerd had.

VersbegrippenGod BehagenGod Beantwoordde Gebed

En Salomo waakte op, en ziet, het was een droom. En hij kwam te Jeruzalem, en stond voor de ark des verbonds des HEEREN, en offerde brandofferen, en bereidde dankofferen, en maakte een maaltijd voor al zijn knechten.

VersbegrippenFeestenVoorbeelden Van BankettenVrijetijd En VrijetijdsbestedingDe Ark In De TempelDe Ark Des Verbonds

Alzo was de koning Salomo koning over gans Israel.

VersbegrippenGraad

En Salomo had twaalf bestelmeesters over gans Israel, die den koning en zijn huis verzorgden; voor elk was een maand in het jaar om te verzorgen.

VersbegrippenNummer TwaalfBestuurdersHet Leven Van SalomoOpslaanJarenSpotEen MaandMensen Die ZorgenTwaalf Wezens

De zoon van Abinadab had de ganse landstreek van Dor; deze had Tafath, de dochter van Salomo, tot een vrouw.

VersbegrippenGenoemde Vrouwen

Ahimaaz was in Nafthali; deze nam ook Salomo's dochter, Basmath, ter vrouwe.

VersbegrippenGenoemde Vrouwen

En Salomo was heersende over al de koninkrijken, van de rivier tot het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte; die brachten geschenken, en dienden Salomo al de dagen zijns levens.

VersbegrippenGrenzenGraanofferKoninkrijkenRivieren En StromenHet Karakter Van SalomoBelastenEerbetoonZij Onderworpen Aan MensenZo Ver Als De Eufraat

De spijze nu van Salomo was voor een dag, dertig kor meelbloem, en zestig kor meel;

VersbegrippenGewichten En Maten, Droog

En Juda en Israel woonden zeker, een iegelijk onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, van Dan tot Ber-seba, al de dagen van Salomo.

VersbegrippenVijgenboomUitnodigingenVeiligheidWijnstokken

Die bestelmeesters nu, een ieder op zijn maand, verzorgden den koning Salomo, en al degenen, die tot de tafel van den koning Salomo naderden; zij lieten geen ding ontbreken.

VersbegrippenBestuurdersTafels

En God gaf Salomo wijsheid en zeer veel verstand, en een wijd begrip des harten, gelijk zand, dat aan den oever der zee is.

VersbegrippenBreedteZandHet Karakter Van SalomoBegripVergrotingSpirituele VooruitgangZand En GrindOnderscheidingsvermogenManier Van Denken

En de wijsheid van Salomo was groter dan de wijsheid van al die van het oosten, en dan alle wijsheid der Egyptenaren;

VersbegrippenDe Bron Van Menselijke WijsheidOvertreffen

En van alle volken kwamen er, om de wijsheid van Salomo te horen, van alle koningen der aarde, die van zijn wijsheid gehoord hadden.

VersbegrippenAlle LandenKoningen En Wijsheid

En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.

VersbegrippenGoede VriendenAfgezantVoorbeelden Van VriendschapZalving Van Koningen

En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!

VersbegrippenMenselijk Belang Van WijsheidVreugde In Gods WoordGezegend Zij God!

En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.

VersbegrippenHandelCederhout

Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil.

VersbegrippenUitrusting, FysiekBomenRuilenCederhout

En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar.

VersbegrippenGewichten En Maten, DroogGewichten En Maten, VloeibaarTarweHandelElk Jaar

De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond.

VersbegrippenVerbondsrelatiesWettelijke OvereenkomstenVerbrekers Van VerbondAlliantiesDe Aard Van Menselijke WijsheidTrouwTijd Van Vrede

En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man.

VersbegrippenDertigduizend En MeerGedwongen Arbeid

Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte.

VersbegrippenStenenVijftig Tot Negentig Duizend

Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.

VersbegrippenOpzichtersDrieduizend En Meer

En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.

VersbegrippenTimmerluiBouwenHuizenImmigrantenVakmanschapBouw

Het geschiedde nu in het vierhonderd en tachtigste jaar, na den uitgang der kinderen Israels uit Egypte, in het vierde jaar van het koninkrijk van Salomo over Israel, in de maand Ziv (deze is de tweede maand), dat hij het huis des HEEREN bouwde.

VersbegrippenBeginKoningenMaandEigendom, HuizenHet Leven Van SalomoTypes Van ChristusKalendersMaand 2100 Jaar En MeerStarten Met BouwenDe Eerste Tempel

En dat huis, hetwelk de koning Salomo den HEERE bouwde, was van zestig ellen in zijn lengte, en van twintig in zijn breedte, en van dertig ellen in zijn hoogte.

VersbegrippenBreedteBouwenHoogteAfmetingen Van GebouwenVrijmetselarij

Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Salomo, zeggende:

VersbegrippenWoord Van God

En Salomo overtoog het huis van binnen met gesloten goud; en hij toog voor de aanspraakplaats een voorhang henen door met gouden ketenen, en overtoog dien met goud.

VersbegrippenKetenenGouden KettingenOmhuld In GoudGouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel

Maar aan zijn huis bouwde Salomo dertien jaren, en hij volmaakte zijn ganse huis.

VersbegrippenTien Tot Veertien JaarBouw

En aan zijn huis, alwaar hij woonde, was een ander voorhof, meer inwaarts dan dat voorhuis, hetwelk aan hetzelve werk gelijk was; ook maakte hij voor de dochter van Farao, die Salomo tot vrouw genomen had, een huis, aan dat voorhuis gelijk.

En de koning Salomo zond heen, en liet Hiram van Tyrus halen.

Hij was de zoon ener weduwvrouw, uit den stam van Nafthali, en zijn vader was een man van Tyrus geweest, een koperwerker, die vervuld was met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, om alle werk in het koper te maken; deze kwam tot den koning Salomo, en maakte al zijn werk.

VersbegrippenBronsWerkelijke WeduwenVakmanschap

Daartoe maakte Hiram de wasvaten, en de schoffelen, en de besprengbekkens; en Hiram voleindde al het werk te maken, dat hij voor den koning Salomo maakte voor het huis des HEEREN;

VersbegrippenTalenten GevenBekkensScheppenProvisie Van TempelgereedschapHet Werk Van De Mens Dat Voltooid Is

De potten ook, en de schoffelen, en de besprengbekkens, en al deze vaten, die Hiram voor den koning Salomo tot het huis des HEEREN maakte, alle van gepolijst koper.

VersbegrippenHeilige KommenScheppenHeilige SchalenProvisie Van TempelgereedschapWeedKookpot

En Salomo liet al deze vaten ongewogen vanwege de zeer grote menigte; het gewicht des kopers werd niet onderzocht.

VersbegrippenBronsBrons Vergaren

Ook maakte Salomo al de vaten, die voor het huis des HEEREN waren; het gouden altaar, en de gouden tafel, op dewelke de toonbroden waren;

VersbegrippenTafelsGouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel

Alzo werd al het werk volbracht, dat de koning Salomo aan het huis des HEEREN maakte. Daarna bracht Salomo de geheiligde dingen van zijn vader David; het zilver en het goud, en de vaten legde hij onder de schatten van het huis des HEEREN.

VersbegrippenToewijding In OTZilverOpslaanHet Werk Van De Mens Dat Voltooid IsToewijding

Toen vergaderde Salomo de oudsten van Israel, en al de hoofden der stammen, de oversten der vaderen, onder de kinderen Israels, tot den koning Salomo te Jeruzalem, om de ark des verbonds des HEEREN op te brengen uit de stad Davids, dewelke is Sion.

VersbegrippenOuderen Als GemeenschapsleidersDe Geschiedenis Van JeruzalemGraadSamenkomst LeidersDe Ark In De TempelDe Ouderen Die Bijeenkomen

En alle mannen van Israel verzamelden zich tot den koning Salomo, in de maand Ethanim op het feest; die is de zevende maand.

VersbegrippenMaandHet Nieuwe JaarHerfstMaand 7

De koning Salomo nu en de ganse vergadering van Israel, die bij hem vergaderd waren, waren met hem voor de ark, offerende schapen en runderen, die vanwege de menigte niet konden geteld, noch gerekend worden.

VersbegrippenSchapenOntelbaarVeel WezensEen Kudde Schapen En Geiten Offeren

Toen zeide Salomo: De HEERE heeft gezegd, dat Hij in donkerheid zou wonen.

VersbegrippenGods Woning

En Salomo stond voor het altaar des HEEREN, tegenover de ganse gemeente van Israel, en breidde zijn handen uit naar den hemel;

VersbegrippenBijeenkomstHoudingen In GebedPraktische Zaken Omtrent Het GebedAltaar Van De HeerHanden Opheffen

Het geschiedde nu, als Salomo voleind had dit ganse gebed, en deze smeking tot den HEERE te bidden, dat hij van voor het altaar des HEEREN opstond, van het knielen op zijn knieen, met zijn handen uitgebreid naar den hemel;

VersbegrippenKnielenPraktische Zaken Omtrent Het GebedAltaar Van De HeerHanden Opheffen

En Salomo offerde ten dankoffer, dat hij den HEERE offerde, twee en twintig duizend runderen, en honderd en twintig duizend schapen. Alzo hebben zij het huis des HEEREN ingewijd, de koning en al de kinderen Israels.

VersbegrippenGeitenMenselijke VrijgevigheidVieringenOffer In OTHet Leven Van SalomoTwintigduizend En MeerHonderdduizend En MeerVredesoffers

Terzelfder tijd ook hield Salomo het feest, en gans Israel met hem, een grote gemeente, van den ingang af van Hamath tot de rivier van Egypte, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, zeven dagen en zeven dagen, zijnde veertien dagen.

VersbegrippenWekenAvondmaalZeven DagenTien Of Meer DagenViering

Het geschiedde nu, als Salomo voleind had te bouwen het huis des HEEREN en het huis des konings, en al de begeerten van Salomo, die hem gelust had te maken;

VersbegrippenHet Werk Van De Mens Dat Voltooid IsDe Eerste Tempel

Dat de HEERE ten anderen male aan Salomo verscheen, gelijk als Hij hem in Gibeon verschenen was.

VersbegrippenZaken Twee Keer DoenGod Verschijnt

En het geschiedde ten einde van twintig jaren, in dewelke Salomo die twee huizen gebouwd had, het huis des HEEREN en het huis des konings;

Versbegrippen20 Tot 30 Jaar

(Waartoe Hiram, de koning van Tyrus, Salomo van cederbomen, en van dennenbomen, en van goud, naar al zijn lust opgebracht had), dat alstoen de koning Salomo aan Hiram twintig steden gaf in het land van Galilea.

VersbegrippenCederTwintigCederhoutMensen Die Andere Dingen Geven

En Hiram toog uit van Tyrus, om de steden te bezien, die Salomo hem gegeven had, maar zij waren niet recht in zijn ogen.

VersbegrippenMensen Niet Behagen

Dit is nu de oorzaak van het uitschot, dat de koning Salomo deed opkomen, om het huis des HEEREN te bouwen, en zijn huis, en Millo, en den muur van Jeruzalem, mitsgaders Hazor, en Megiddo, en Gezer.

VersbegrippenDienstplichtZware ArbeidDe Muren Van Jeruzalem BouwenGedwongen ArbeidWederopbouw van Jeruzalem

Want Farao, de koning van Egypte, was opgekomen, en had Gezer ingenomen, en haar met vuur verbrand, en de Kanaanieten, die in de stad woonden, gedood, en had haar aan zijn dochter, de huisvrouw van Salomo, tot een geschenk gegeven.

VersbegrippenDochtersBruidschatVerlovingGewoonten In Verband Met Het HuwelijkHuwelijkenVuurzeeBrandende StedenSteden Veroveren

Alzo bouwde Salomo Gezer, en het lage Beth-horon.

En al de schatsteden, die Salomo had, en de wagensteden, en de steden der ruiteren, en wat de begeerte van Salomo begeerde te bouwen, in Jeruzalem, en op den Libanon, en in het ganse land zijner heerschappij.

VersbegrippenPaardenOpslaanWinkels Voor Eten

Hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, die de kinderen Israels niet hadden kunnen verbannen, die heeft Salomo gebracht op slaafsen uitschot tot op dezen dag.

VersbegrippenGedwongen ArbeidRelaties Tot Op De Dag Van Vandaag

Doch van de kinderen Israels maakte Salomo geen slaaf; maar zij waren krijgslieden, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hoofdlieden, en de oversten zijner wagenen, en zijner ruiteren.

VersbegrippenKapiteinenGraad

Dezen waren de oversten der bestelden, die over het werk van Salomo waren, vijfhonderd en vijftig, die heerschappij hadden over het volk, dat in het werk doende was.

VersbegrippenVier- Tot VijfhonderdVier- En Vijfhonderd

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain