'Zon' in de Bijbel
En het geschiedde, als de zon was aan het ondergaan, zo viel een diepe slaap op Abram; en ziet, een schrik, en grote duisternis viel op hem.
En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging.
De zon ging op boven de aarde, als Lot te Zoar inkwam.
En hij geraakte op een plaats, waar hij vernachtte; want de zon was ondergegaan; en hij nam van de stenen dier plaats, en maakte zijn hoofdpeluw, en legde zich te slapen te dierzelver plaats.
En de zon rees hem op, als hij door Pniel gegaan was; en hij was hinkende aan zijn heup.
En hij droomde nog een anderen droom, en verhaalde dien aan zijn broederen; en hij zeide: Ziet, ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan en elf sterren bogen zich voor mij neder.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (6)
- Exodus (4)
- Leviticus (1)
- Numberi (2)
- Deuteronomium (10)
- Jozua (12)
- Richteren (8)
- 1 Samuël (1)
- 2 Samuël (5)
- 1 Koningen (1)
- 2 Koningen (4)
- 2 Kronieken (1)
- Nehemia (1)
- Job (3)
- Psalmen (14)
- Prediker (32)
- Hooglied (2)
- Jesaja (10)
- Jeremia (3)
- Ezechiël (2)
- Daniël (1)
- Joël (3)
- Amos (1)
- Jona (1)
- Micha (1)
- Nahum (1)
- Habakuk (1)
- Zacharia (1)
- Maleachi (2)