'Zon' in de Bijbel
Hun richtsnoer gaat uit over de ganse aarde, en hun redenen aan het einde der wereld; Hij heeft in dezelve een tent gesteld voor de zon.
Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.
Laat hem henengaan, als een smeltende slak; laat hen, als ener vrouwe misdracht, de zon niet aanschouwen.
Zij zullen U vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht.
Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in hem gezegend worden; alle heidenen zullen hem welgelukzalig roemen.
De dag is Uwe, ook is de nacht Uwe; Gij hebt het licht en de zon bereid.
Want God, de HEERE, is een Zon en Schild; de HEERE zal genade en eer geven; Hij zal het goede niet onthouden dengenen, die in oprechtheid wandelen.
Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon.
Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, de zon weet haar ondergang.
De zon opgaande, maken zij zich weg, en liggen neder in hun holen.
Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.
De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.
De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (6)
- Exodus (4)
- Leviticus (1)
- Numberi (2)
- Deuteronomium (10)
- Jozua (12)
- Richteren (8)
- 1 Samuël (1)
- 2 Samuël (5)
- 1 Koningen (1)
- 2 Koningen (4)
- 2 Kronieken (1)
- Nehemia (1)
- Job (3)
- Psalmen (14)
- Prediker (32)
- Hooglied (2)
- Jesaja (10)
- Jeremia (3)
- Ezechiël (2)
- Daniël (1)
- Joël (3)
- Amos (1)
- Jona (1)
- Micha (1)
- Nahum (1)
- Habakuk (1)
- Zacharia (1)
- Maleachi (2)