'Zon' in de Bijbel
Maar Joab en Abisai jaagden Abner achterna; en de zon ging onder, als zij gekomen waren tot den heuvel van Amma, dewelke is voor Giach, op den weg der woestijn van Gibeon.
Daarna kwam al het volk, om David brood te doen eten, als het nog dag was; maar David zwoer, zeggende: God doe mij zo, en doe er zo toe, indien ik voor het ondergaan der zon brood of iets smake!
Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over u verwekken uit uw huis, en zal uw vrouwen nemen voor uw ogen, en zal haar aan uw naaste geven; die zal bij uw vrouwen liggen, voor de ogen dezer zon.
Want gij hebt het in het verborgen gedaan; maar Ik zal deze zaak doen voor gans Israel, en voor de zon.
En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat, des morgens zonder wolken, wanneer van den glans na den regen de grasscheutjes uit de aarde voortkomen.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (6)
- Exodus (4)
- Leviticus (1)
- Numberi (2)
- Deuteronomium (10)
- Jozua (12)
- Richteren (8)
- 1 Samuël (1)
- 2 Samuël (5)
- 1 Koningen (1)
- 2 Koningen (4)
- 2 Kronieken (1)
- Nehemia (1)
- Job (3)
- Psalmen (14)
- Prediker (32)
- Hooglied (2)
- Jesaja (10)
- Jeremia (3)
- Ezechiël (2)
- Daniël (1)
- Joël (3)
- Amos (1)
- Jona (1)
- Micha (1)
- Nahum (1)
- Habakuk (1)
- Zacharia (1)
- Maleachi (2)