'Zouden' in de Bijbel
Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.
Want ik zeide: Dat zij zich toch over mij niet verblijden! Wanneer mijn voet zou wankelen, zo zouden zij zich tegen mij groot maken.
Zouden zij om hun ongerechtigheid vrijgaan? Stort de volken neder in toorn, o God!
Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth; toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te doden. (1a) Red mij van mijn vijanden, o mijn God! stel mij in een hoog vertrek voor degenen, die tegen mij opstaan.
Opdat Uw beminden zouden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.
Immers zijn de gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid.
Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen.
Want Hij heeft een getuigenis opgericht in Jakob, en een wet gesteld in Israel; die Hij onzen vaderen geboden heeft, dat zij ze hun kinderen zouden bekend maken;
Opdat het navolgende geslacht die weten zou, de kinderen, die geboren zouden worden; en zouden opstaan, en vertellen ze hun kinderen;
En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren;
En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.
En hun vloeden in bloed veranderde, en hun stromen, opdat zij niet zouden drinken.
Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God? Laat de wraak des vergoten bloeds Uwer knechten onder de heidenen voor onze ogen bekend worden.
Die den HEERE haten, zouden zich Hem geveinsdelijk onderworpen hebben, maar hunlieder tijd zou eeuwig geweest zijn.
Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God?
Toen zouden zij ons levend verslonden hebben, als hun toorn tegen ons ontstak.
Toen zouden ons de wateren overlopen hebben; een stroom zou over onze ziel gegaan zijn.
Toen zouden de stoute wateren over onze ziel gegaan zijn.
Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?
Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.
Geef, HEERE! de begeerten des goddelozen niet; bevorder zijn kwaad voornemen niet; zij zouden zich verheffen. Sela.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (9)
- Exodus (5)
- Leviticus (6)
- Numberi (10)
- Deuteronomium (5)
- Jozua (5)
- Richteren (9)
- Ruth (2)
- 1 Samuël (2)
- 2 Samuël (3)
- 1 Koningen (3)
- 2 Koningen (4)
- 1 Kronieken (8)
- 2 Kronieken (20)
- Ezra (3)
- Nehemia (23)
- Esther (10)
- Job (8)
- Psalmen (21)
- Spreuken (3)
- Prediker (1)
- Hooglied (2)
- Jesaja (7)
- Jeremia (8)
- Klaagliederen (3)
- Ezechiël (15)
- Daniël (9)
- Hosea (1)
- Joël (2)
- Amos (1)
- Obadja (1)
- Habakuk (2)
- Mattheüs (23)
- Markus (23)
- Lukas (15)
- Johannes (19)
- Handelingen (47)
- Romeinen (7)
- 1 Corinthiërs (9)
- 2 Corinthiër (9)
- Galaten (9)
- Efeziërs (5)
- Colossenzen (1)
- 1 Thessalonicenzen (4)
- 2 Thessalonicenzen (3)
- 1 Timotheüs (1)
- 2 Timotheüs (2)
- Titus (2)
- Hebreeën (10)
- Jakobus (3)
- 1 Petrus (2)
- 2 Petrus (1)
- 1 Johannes (4)
- Openbaring (12)