'Aangezicht' in de Bijbel
En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand; en uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de zon schijnt in haar kracht.
En het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier een kalf gelijk, en het derde dier had het aangezicht als een mens, en het vierde dier was een vliegenden arend gelijk.
En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.
En al de engelen stonden rondom den troon, en rondom de ouderlingen en de vier dieren; en vielen voor den troon neder op hun aangezicht, en aanbaden God,
En ik zag een anderen sterken engel, afkomende van den hemel, die bekleed was met een wolk; en een regenboog was boven zijn hoofd; en zijn aangezicht was als de zon, en zijn voeten waren als pilaren van vuur.
En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.
En zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (88)
- Exodus (74)
- Leviticus (77)
- Numberi (70)
- Deuteronomium (93)
- Jozua (52)
- Richteren (30)
- Ruth (1)
- 1 Samuël (70)
- 2 Samuël (54)
- 1 Koningen (54)
- 2 Koningen (47)
- 1 Kronieken (36)
- 2 Kronieken (55)
- Ezra (5)
- Nehemia (17)
- Esther (22)
- Job (38)
- Psalmen (83)
- Spreuken (24)
- Prediker (11)
- Hooglied (2)
- Jesaja (41)
- Jeremia (60)
- Klaagliederen (6)
- Ezechiël (66)
- Daniël (28)
- Hosea (7)
- Joël (3)
- Amos (3)
- Jona (3)
- Micha (3)
- Nahum (3)
- Habakuk (2)
- Zefanja (1)
- Zacharia (11)
- Maleachi (6)